Amerika voor de Amerikanen, zonder inmenging door Europa en mét de VS als leider en dominante factor op het continent: dat is de Monroe-doctrine, een beleidsprincipe uit 1823 dat weer brandend actueel is na de aanval op Venezuela en de ontvoering van president Nicolás Maduro. Toch is het historisch niet helemaal correct om wat nu gebeurt helemaal aan die doctrine toe te schrijven, zegt professor internationale betrekkingen Jorg Kustermans.
In de analyses van de ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro en zijn vrouw door de VS, wordt vaak verwezen naar de Monroe-doctrine, een beleidsprincipe in de VS dat in 1823 is bepaald. Die vergelijking is begrijpelijk, maar niet helemaal historisch correct, zegt professor internationale betrekkingen Jorg Kustermans in De Wereld Vandaag op Radio 1.
In 1823 hebben een aantal Latijns-Amerikaanse landen recent de onafhankelijkheid uitgeroepen van hun Europese koloniale machten. Die komen net uit de Napoleontische oorlogen, een periode waarin ze vooral met zichzelf en hun onderlinge strijd bezig waren. Ze hadden hun aandacht laten verslappen en zijn hun greep op hun koloniën verloren.
Zo komt het dat er In Latijns-Amerika een aantal koloniën zijn die zich onafhankelijk hebben verklaard van Spanje. Niet onder impuls van de oorspronkelijke bevolking, wel op aansturen van de kolonisten daar die steeds minder affiniteit voelen met de Spaanse imperiale macht.
Spanje reageert uitermate misnoegd en het gevoel leeft dat die landen opnieuw gekoloniseerd zouden kunnen en moeten worden. Net op dat moment spreekt de Amerikaanse president James Monroe zich uit. Hij verklaart dat deze recent onafhankelijk geworden Latijns-Amerikaanse landen onafhankelijk moeten blijven, maar ook dat ze de republikeinse staatsvorm die ze aangenomen hadden, moeten kunnen behouden.
Niet helemaal onbaatzuchtig
Dat was niet helemaal altruïstisch, zegt Kustermans. De Verenigde Staten hadden zich natuurlijk nog niet zo lang voor 1823 zelf ook onafhankelijk verklaard, in 1776. Ook daar was de republikeinse staatsvorm nog niet helemaal stabiel en de jonge unie voelde internationaal de druk om die staatsvorm te laten vallen.
Daarbij komt ook dat het de Verenigde Staten beter uitkwam dat de Europese machten zich niet opnieuw in de westerse hemisfeer zouden vestigen. Ze waren immers zelf nog volop hun grondgebied aan het uitbreiden, aldus Kustermans.
De bedoeling van president Monroe was aan te geven dat de nieuw onafhankelijke landen hun soevereiniteit moesten kunnen beleven, dat ze zelf over hun eigen lot moesten kunnen beschikken. Volgens Kustermans gaat de vergelijking met de situatie vandaag daarom niet helemaal op. "Wat vandaag gebeurt, is dat de Verenigde Staten zich mengen in de binnenlandse aangelegenheden van met name Venezuela."
Addendum van Roosevelt
Om de argumentatie van de Amerikanen te kunnen volgen, is het belangrijk om te weten dat er in 1904, ruim 80 jaar na de oorspronkelijke Monroedoctrine, een aanvulling op komt. Op dat moment zit Theodore Roosevelt in het Witte Huis en hij spreekt zich over de Monroe-doctrine uit.
Roosevelt vindt dat de Europeanen zich niet te mengen hebben in Latijns-Amerika. Enkel wanneer de situatie in Latijns-Amerikaanse landen zo uit de hand zou lopen dat instabiliteit zou ontstaan en zij zich niet aan hun internationale verplichtingen zouden houden, hebben wij het recht en wellicht ook de plicht om op te treden met een politieke of militaire interventie, vindt Roosevelt. Zijn uitspraak gaat de geschiedenis in als de Roosevelt Corollary.
Waar de doctrine in de tijd van Monroe "America for the Americans" nog puur verwees naar de Latijns-Amerikaanse landen, wordt het na de Roosevelt Corollary vooral gezien als een bevestiging van het leiderschap van de VS in de regio. "Wie heeft hier de plicht om de orde te handhaven? Dat zijn wij de Verenigde Staten", aldus Kustermans.
Eigen interpretatie
Kustermans is niet helemaal verbaasd dat de Monroe-doctrine nu plots opnieuw overal opduikt. De expliciete verwijzing naar de Monroe-doctrine, dat was zeker niet noodzakelijk, zegt hij. "Al ten tijde van de eerste regering-Trump werd op een andere manier over internationale politiek gesproken. Het ging daarbij steeds meer over invloedssferen."
"In die visie heeft elke regio in de wereld zijn leider. Het zijn de leiders in die regio’s die dan in belangrijke mate de macht uitmaken. Zo bekeken, was het misschien wel te verwachten dat die doctrine dan op een gegeven moment terug op tafel gelegd zou worden, al is de manier waarop dan niet helemaal historisch correct."
Na Amerikaanse inval in Venezuela: waarom halen analisten de Monroe-doctrine aan?


