De plenaire vergadering van de Kamer heeft meerderheid tegen oppositie groen licht gegeven om de eerste drie maanden van 2026 met voorlopige twaalfden te werken. Dat is nodig omdat de federale regering niet op tijd een volwaardige begroting in het parlement kon indienen.
De regering-De Wever is het eind november eens geraakt over een meerjarenbegroting tot 2029, met een budgettaire sanering van 9,2 miljard euro. Alleen kwam dat akkoord te laat om nog voor het einde van het jaar door het parlement te raken. Het gevolg is dat de regering tijdens de eerste drie maanden van volgend jaar een beroep moet doen op voorlopige twaalfden, wat betekent dat elke maand een twaalfde van het budget van de recentst goedgekeurde begroting mag worden uitgegeven.
Dat een regering in volheid van bevoegdheid haar toevlucht moet nemen tot voorlopige twaalfden, is ongezien, klaagde de oppositie aan in de Kamer. Minister van Begroting Vincent Van Peteghem (CD&V), sprak van "een jammere, maar noodzakelijke stap om de beslissingen te nemen die het land nodig heeft". De voorlopige twaalfden doven uit zodra de Kamer de definitieve begroting heeft gestemd, wellicht begin volgend jaar.

