Bijna 3 op de 4 mensen die contact opnemen met Tele-Onthaal over hun gezondheid zijn vrouwen. Dat terwijl onzichtbare ziektes iedereen treffen, ook mannen. Waarom zullen vrouwen toch sneller hun verhaal delen?
Vrouwen praten sneller over gezondheidsproblemen dan mannen: "Boys don't cry blijft een realiteit"
Matthias, die met een chronische vorm van depressie leeft, vertelde tijdens De Warmste Week dat hij het moeilijk vindt om over zijn moeilijkheden te praten. "We willen ons altijd goed voordoen, ik heb dat thuis ook zo geleerd, maar als het even tegenzit, weten we niet altijd goed hoe we dat moeten tonen", vertelt hij. "Dan blokkeer ik vaak, daarom is deze getuigenis ook lastig voor mij."
"Ik ben heel dankbaar voor alle mensen die er nu voor mij zijn, maar ik merk dat het nog altijd iets moeilijker is voor mannen om daarover te babbelen. Met vriendinnen lukt dat vaak vlotter", zegt hij.
"Daarom probeer ik te laten zien dat het oké is om even kwetsbaar te zijn, maar ook ik moet het nog enorm leren." Matthias hoopt jongens en mannen met zijn getuigenis te inspireren.
Vooral vrouwen aan de lijn
De cijfers liegen niet. Vrouwen nemen een duidelijke plaats in binnen de gesprekken met hulplijnen. Aan de telefoon van Tele-Onthaal is 63,3 procent van de bellers een vrouw en het aandeel via de chat met 78,9 procent nog hoger.
Ook bij 1712, de hulplijn voor vragen over geweld, misbruik en kindermishandeling, merken ze al jaren een duidelijk en stabiel patroon. In 2024 was 73 procent van de volwassen contactnemers een vrouw.
Bij de Drugslijn zien ze ook dat vrouwen sneller contact opnemen, terwijl het middelengebruik net hoger ligt bij mannen dan bij vrouwen. Als er mensen bellen om het over eigen gebruik te hebben, zijn dat dus wel vaker mannen. Vrouwen zullen vaker bellen met vragen over mensen uit hun omgeving.
Vrouwen spreken ook meer over (onzichtbaar) ziek zijn
Dat zijn algemene cijfers van de hulplijnen, maar hoe zien die cijfers eruit als het gaat over onzichtbaar ziek zijn? Want ook tijdens De Warmste Week - waar wordt gevlamd voor mensen die onzichtbaar ziek zijn - valt het op dat het vaak vrouwen zijn die hun verhaal voor of achter de schermen willen delen.
Wat zijn onzichtbare ziektes?
Chronische pijn, dwanggedachten, hart- en vaatziektes, tinnitus, astma, kanker, dementie of andere aandoeningen bepalen het leven van heel veel Vlamingen, zonder dat dat aan de buitenkant te zien is.
Sciensano schat dat van alle Belgen (ouder dan 15) 25 procent last heeft van een allergie, 24,6 procent van rugklachten, 10,8 procent van migraine, 9,6 procent van tinnitus en 6,3 procent van astma. Ook het aantal mensen met mentale klachten is niet te onderschatten. Zo lijdt bijna 1 op de 5 Belgen aan een psychische aandoening.
Niet alleen de fysieke en mentale klachten, maar ook het onbegrip en het gebrek aan erkenning wegen door. Altijd weer moeten uitleggen waarom je niet mee kunt, waarom je rust nodig hebt of waarom je pijn hebt, vreet aan je welzijn. Soms lijkt zwijgen dan de makkelijkste optie, maar daardoor voelen veel mensen zich nóg onzichtbaarder.
De Warmste Week staat dit jaar in het teken van mensen die onzichtbaar ziek zijn. Want wat je niet ziet, wordt vaak niet begrepen.
30.391 gesprekken bij Tele-Onthaal gingen over gezondheid in 2024. (Onzichtbare) ziektes zijn daarmee het tweede meest besproken thema bij de hulplijn, na relationele problemen. Van die gesprekken zijn 71,8 procent conversaties met vrouwen. Mannen vinden hun weg ook naar Tele-Onthaal, maar ze zullen later en selectiever hulp zoeken wanneer de nood hoog is.
"Niet verbazingwekkend", zegt Ciska Hoet, directrice van RoSa, het kenniscentrum voor gender en feminisme. "Meisjes leren al op jonge leeftijd om met anderen over hun gevoelens of problemen te praten, terwijl jongens veel minder leren om hun kwetsbaarheid en gevoeligheid te tonen."
Meisjes worden getroost en jongens krijgen een duw en moeten verder spelen
Ciska Hoet, RoSa
Dat maakt de drempel hoger voor jongens of mannen om over hun gezondheidsproblemen te praten. "Jongens leren om op hun tanden te bijten en flink te zijn. 'Boys don't cry' is een groot cliché, maar het bestaat wel."
"Ik zie het bij mijn eigen kinderen in de speeltuin", gaat Hoet verder. "Meisjes worden getroost en jongens krijgen een duw en moeten verder spelen. Ze leren het veel minder om zorgzaam te zijn en praten daardoor minder over wat ze meemaken."
Statistisch gezien zijn mannen minder goed in spreken over emoties
Ciska Hoet, RoSa
Het niet kunnen spreken over dingen, net omdat hen dat nooit is aangeleerd, is volgens Hoet een sluipend gif. "Het vergroot de pijn of de last die je ervaart. Ik denk dat dat erg onderschat wordt bij de mannelijke bevolking."
"Ik denk dat we ervan uit kunnen gaan dat eenzaamheid bij mannen daardoor ook best groot is. Natuurlijk zijn er mannen die heel vaardig zijn in het spreken over emoties, maar statistisch zijn ze er minder goed in. Ze leren niet om in contact te staan met anderen en als er dan iets gebeurt en je kan daar niet over praten, maakt dat de situatie enkel erger."
Mannen betere gezondheid?
Een andere reden dat vrouwen sneller bellen naar hulplijnen of vaker getuigen over hun problematiek, is omdat ze in het algemeen volgens Sciensano een slechtere mentale en fysieke gezondheid hebben.
Tele-Onthaal erkent ook dat sommige gezondheidsthema's sterk gendergebonden zijn door een combinatie van biologie, sociale rollen en maatschappelijke verwachtingen. Zo komen gesprekken over chronische vermoeidheid, zwangerschap en zelfverwonding vaker voor bij vrouwen.
Mannen hebben eerder zoiets van: we doen voort of het moet snel opgelost geraken en ik ga er niet te veel aandacht aan besteden
Ciska Hoet, directeur RoSa
Toch is dat volgens de hulplijn en Hoet niet de hoofdreden. Van mannen wordt bijvoorbeeld ook verwacht dat ze meer oplossingsgericht denken en dat ze ervoor moeten zorgen dat het gewoon overgaat.
"We zien dan ook dat mannen veel later naar artsen gaan met klachten", aldus Hoet. "Ze hebben eerder zoiets van: we doen voort of het moet snel opgelost geraken en ik ga er niet te veel aandacht aan besteden."
Mannen geven in gesprekken met Tele-Onthaal ook sneller aan dat het hen moeite kost om hulp te vragen. "Ik heb lang gedacht dat ik het zelf moest oplossen, maar nu weet ik niet meer hoe" of "ik ben niet iemand die belt, maar het gaat gewoon niet meer" is iets wat ze bij de hulplijn vaker horen bij mannen.
Tele-Onthaal is telefonisch beschikbaar op het nummer 106. De lijn wordt permanent bemand. Via chat is de hulplijn elke avond en woensdag- en zondagnamiddag beschikbaar via www.tele-onthaal.be .
Andere invalshoek
Terwijl mannen het gesprek pas aangaan wanneer ze de controle kwijt zijn of wanneer de nood al hoog is, benadrukken vrouwen vaker de impact van hun gezondheidsproblematiek op andere domeinen zoals hun relaties, werk en zorg.
Het lijkt dus alsof mannen eerder op zichzelf focussen, terwijl vrouwen denken aan de impact op hun omgeving. "Terwijl mannen evengoed zorgcapaciteiten hebben", verduidelijkt Hoet. "Hun hersenen zijn ook in staat over hun problemen te praten. Het is hen gewoon niet aangeleerd."
"Vrouwen maken zich nu eenmaal meer zorgen over anderen, omdat ze dat geleerd hebben. Mannen voelen zich eerder een eilandje en hebben minder snel de reflex om in relatie en verbinding te staan, waardoor ze dus minder kijken naar de impact op een ander."
De dokter kijkt naar mijn bloedwaarden, maar niet naar wat dit met mijn leven doet
Getuigenis van een vrouw bij Tele-Onthaal
Vrouwen geven ook vaker aan bij Tele-Onthaal dat ze erkenning willen. "Ik ben al zo lang moe dat ik niet meer weet wie ik was voor ik ziek werd" of "de dokter kijkt naar mijn bloedwaarden, maar niet naar wat dit met mijn leven doet" zijn bijvoorbeeld getuigenissen van vrouwen.
Ze zien hun gezondheidsproblemen dan vaak als een verlies en ze hebben het gevoel dat ze niet meer kunnen wat ze vroeger konden. Ook voelen vrouwen zich vaak als een last en voelen ze zich schuldig over hun gezondheidsproblemen. Opvallend ook is dat ze vaak spreken over een vorm van onzichtbaarheid.
Last is wel gelijkaardig
Wat Tele-Onthaal wel wil benadrukken, is dat hoewel er verschillen zijn over hoe vrouwen en mannen spreken, de onderliggende realiteit wel vaak gelijklopend is.
Eenzaamheid, relationele spanningen, werk- en financiële druk of gevoelens van machteloosheid: allemaal komen ze aan bod wanneer mannen en vrouwen spreken over hun gezondheidsproblemen.
Dat maakt het misschien nog moeilijker voor de man. "De klachten die ze ervaren zijn eigenlijk hetzelfde. Als daar nog eens een extra laag bijkomt waardoor er niemand is om mee te praten of bij wie je kan aftoetsen, maakt het dat alleen maar erger."
We moeten stoppen met kinderen van jongs af aan al in een bepaalde richting te duwen
Ciska Hoet, directeur RoSa
Hoog tijd om daar iets aan te veranderen, volgens Hoet. "We moeten stoppen met kinderen van jongs af aan al in een bepaalde richting te duwen. In Scandinavië zien we hoe jongens gestimuleerd worden met poppen te spelen en meisjes in de tuin moeten ravotten. Door die combinatie aan te bieden, leren kinderen zelf wat voor type mens ze zijn, zonder dat ze gestuurd worden."
Bovendien is het niet omdat je het als kind niet geleerd hebt, dat je het nu niet meer kan vastpakken. "Daar zijn allerlei kansen toe. Met een therapeut, maar ook bijvoorbeeld met mensen uit hun omgeving. Het voelt voor mannen soms eenvoudiger om die gesprekken te voeren met vrouwen, maar ook met mannen onderling kan dat deugd doen als je het probeert."
De laatste jaren zijn volgens Hoet dan ook hoopgevend. "Hoewel ik ook een conservatieve beweging zie die aan een opmars bezig is, zie ik ook hoeveel mannen een betrokken vader willen zijn, willen spreken met hun kind en het anders willen aanpakken dan de generaties voor hen. Dat vind ik heel hoopgevend."


