Professor Catherine Van de Heyning van de Universiteit Antwerpen roept op om haatberichten op sociale media te blijven melden. Ze reageert daarmee op het nieuws van een jonge vrouw van Aziatische afkomst uit Koksijde die tientallen racistische en seksistische reacties kreeg nadat ze een zoekertje plaatste op Facebook. "We moeten werken aan een klimaat waarin duidelijk is dat zo'n reacties niet kunnen", zegt de professor.
Na kwetsende berichten op post van jonge vrouw uit Koksijde: "Blijf reageren tegen haatspraak op sociale media"
Linde Clauw (31) uit Koksijde werd onlangs overspoeld door racistische en seksistische reacties nadat ze op Facebook een zoekertje had gezet. Ze was op zoek naar iemand waarmee ze een huis kon delen in de Westhoek. Maar de meeste reacties waren naast de kwestie, wansmakelijk en kwetsend zelfs. "Mannen vroegen me of ik bij hen in bed wou liggen", getuigt Linde, "of mee naar Nederland of Spanje wou verhuizen."
Volgens professor Catherine Van de Heyning van de Universiteit Antwerpen is het geen toeval dat net Linde zoveel online bagger ontvangt. Van de Heyning deed onderzoek naar online haatspraak bij jongeren van 15 tot 25. Ze stelden onder meer vast dat sommige mensen meer kans maken om slachtoffer te worden dan andere. "Er zijn meerdere factoren die een rol spelen", zegt ze, "waaronder geslacht, leeftijd, religie, seksuele geaardheid en huidskleur. Als twee tot drie van die factoren slecht uitvallen, neemt de kans op haatvolle reacties exponentieel toe. In ons onderzoek noemen we dat 'clusters van haat'. Linde is een jonge vrouw met Aziatische trekken en is daarmee bijna een schoolvoorbeeld van iemand die veel kans maakt om slachtoffer te worden van negatieve berichten."
Reageren heeft wel degelijk zin
Zogenaamde 'keyboard bully's', online pesters, zijn wellicht zo oud als sociale media zelf. Sommige gebruikers zien ze daardoor als een te verwachten ergernis, waar je maar doorheen moet kijken. Maar professor Van de Heyning roept op om dat net niet te doen, onder meer wegens het discriminerend karakter.
"Uit ons onderzoek blijkt duidelijk dat niet iedereen in dezelfde mate getroffen wordt. Sommige bevolkingsgroepen hebben er aanzienlijk meer last van dan andere. Het gevolg is dat ze minder of zelfs geen gebruik meer maken van sociale media, waardoor ze minder kansen hebben in de maatschappij. En dat kan niet."
Ook het argument dat je er niks tegen kan beginnen, houdt niet echt steek. "In het geval van Linde denk ik dat sommige uitspraken ronduit strafbaar zijn", zegt Van de Heyning. "Opmerkingen die uitgesproken bedreigend zijn, belagend, racistisch of seksistisch kunnen vervolgd worden."
Maar ook tegen negatieve commentaren die minder uitgesproken zijn, kan je actie ondernemen. "Als Linde dat wil, kan ze melding doen bij Facebook. Sommige slachtoffers klagen dat ze daar toch geen reactie op krijgen of uiteindelijk een melding ontvangen dat de betwiste uitspraak geen inbreuk bleek te zijn op de regels van het platform. Maar dat mag je niet tegenhouden. Veel socialemediabedrijven hanteren een interne regel dat ze pas ingrijpen na drie meldingen"
Bovendien heeft Europa onlangs de regels verscherpt, waardoor socialemediaplatformen niet anders kunnen dan sneller ingrijpen. "Bedrijven zoals Facebook zijn nu verplicht om transparanter te zijn en beter te communiceren over welke meldingen ze hebben ontvangen en wat ze ermee hebben gedaan. Dus zelfs als een melding niks oplevert voor één iemand in het bijzonder, kan het nog steeds belangrijk zijn om druk te zetten om in de toekomst strenger op te treden."
Ecosysteem waar iedereen verantwoordelijk voor is
"Het is belangrijk", besluit de professor, "dat we blijven reageren en werken aan een klimaat waarin duidelijk is dat dergelijk gedrag niet kan. Het is een ecosysteem waar we allemaal voor verantwoordelijk zijn. Asociaal gedrag dat getolereerd wordt op sociale media, lokt nog meer asociaal gedrag uit. Dat heeft onderzoek bewezen. Het is als bij graffiti: een goed onderhouden muur zal lang netjes blijven, tot er één 'tag' op gespoten wordt. Dan wordt hij in een snel tempo beklad. We merken dat socialemediaplatformen die krachtig en snel optreden tegen haatspraak minder foute uitspraken aantrekken.
"Interessant ook zijn een aantal experimenten waarbij mensen die iets wilden posten een verwittiging kregen wanneer hun boodschap ongepast leek. Ze werden erop gewezen dat wat ze schreven misschien kwetsend was en gevraagd of ze het wel degelijk wilden publiceren. En opvallend vaak trokken ze hun boodschap in."
"Veel zogenaamde daders beseffen niet hoeveel schade hun boodschap kan aanrichten", zegt Van de Heyning nog. "Als je hen bevraagt, blijkt dat veel van hen niet de bedoeling hadden om te pesten. Ze zagen het als een grapje, of schreven maar iets uit verveling. Ze denken vooral aan de likes die hun 'grappige' opmerking zal opleveren, niet aan hoe ze overkomt bij de persoon op wie ze reageren. Ze beseffen niet dat die 'ene verwaarloosbare opmerking' bijdraagt aan een tsunami van opmerkingen die wel degelijk een verpletterende indruk kan maken op iemand."
Regionaal nieuws uit West-Vlaanderen

