Bijna 65.000 Congolezen zijn in tien dagen tijd naar buurland Burundi gevlucht na de aanval van de door Rwanda gesteunde rebellenmilitie M23 op de stad Uvira in de Congolese provincie Zuid-Kivu. Dat hebben de Verenigde Naties gemeld.
"De toestroom naar Burundi houdt aan", zegt het VN-vluchtelingenagentschap (UNHCR) in Burundi op X. "Duizenden gezinnen die het geweld in Zuid-Kivu ontvluchten, steken de moerassen van de rivier Rusizi over en komen ook via het Tanganyikameer aan in Rumonge, vaak na een gevaarlijke tocht."
In de buurt van Boeganda, vlak bij de grens met Congo, is een tijdelijke opvanglocatie geopend om de getroffen bevolking te huisvesten en te helpen.
Behalve de duizenden geregistreerde vluchtelingen in Burundi meldt Rwanda ook een "gematigde maar opmerkelijke stijging van het aantal aankomsten tussen 3 en 7 december", met ongeveer 1.000 mensen die het land binnenkwamen via de grensovergang van Bugarama, in het zuidwesten van het land.
Grootschalige volksverhuizingen
Binnen Congo heeft het geweld geleid tot grootschalige volksverhuizingen. Sinds 1 december zijn meer dan 500.000 mensen, onder wie 104.000 kinderen, nieuw ontheemd in Zuid-Kivu, en er zijn nog meer volksverhuizingen te verwachten naarmate het geweld zich uitbreidt naar andere regio's.
Na de verovering van de grote steden Goma in januari en Bukavu in februari lanceerde de door Rwanda gesteunde rebellenmilitie M23 begin december een nieuw offensief in de oostelijke provincie Zuid-Kivu, langs de grens met Burundi. Dat gebeurde ongeveer gelijktijdig met de ondertekening van een vredesakkoord in Washington door de presidenten van Congo en Rwanda, Félix Tshisekedi en Paul Kagame, en in het bijzijn van de Amerikaanse president Donald Trump.
Vorige week nam M23 Uvira in, een strategisch belangrijke stad met enkele honderdduizenden inwoners. Zo kregen de rebellen de controle over de landgrens tussen Congo en Burundi, dat Kinshasa militair steunt. De verovering van Uvira volgde slechts een paar dagen na de ondertekening van het vredesakkoord.
