Meer geld, meer agenten en meer bevoegdheden voor de controversiële immigratiedienst ICE. Dat is wat de Amerikaanse president Donald Trump wil om mensen zonder papieren op te sporen en te arresteren. Toch klinkt er ook protest in de Verenigde Staten. De VRT NWS-documentaire Opgejaagd Amerika focust op verhalen van gewone Amerikanen die in het vizier komen van ICE.
6.500 agenten en een groter budget dan het Belgische leger: dit is de controversiële immigratiedienst ICE
Wanneer Andrea Velez door haar mama en zus is afgezet aan haar werk, verschijnen verschillende wagens en springen gemaskerde agenten naar buiten. Een van hen gooit Velez - die de Amerikaanse nationaliteit heeft - tegen de grond en arresteert haar. Ze zit 2 dagen in de cel en wordt verdacht "van het opzettelijk belemmeren van een federale agent". 2 weken later laat het ministerie van Justitie de aanklacht vallen.
In april trekt de pro-Palestijnse activist en student Mohsen Mahdawi naar een kantoor van de federale immigratiedienst voor zijn 'naturalization interview', een van de laatste stappen bij de aanvraag voor het Amerikaanse burgerschap. Hij wordt ter plaatse opgepakt.
De 20-jarige Somali-Amerikaanse Mushabir werd vorige week opgepakt door 2 agenten. Ze duwen hem tegen de deur van een restaurant in Minneapolis (Minnesota), houden hem in een wurggreep, doen hem handboeien om, en nemen hem mee "omdat hij er Somalisch uitzag". In het politiekantoor mag hij zijn paspoort tonen en opnieuw beschikken.
Het zijn slechts enkele verhalen die de laatste maanden circuleren over arrestaties door de federale immigratiedienst ICE, een afkorting voor de 'U.S. Immigration and Customs Enforcement'.
Opgericht na 9/11
ICE is een relatief nieuwe organisatie binnen de federale overheid. De aanslagen van 9/11 maakten veiligheid en de beveiliging van de Amerikaanse grenzen een nieuwe prioriteit. Daarom ondertekende de toenmalige Republikeinse president George W. Bush in 2002 de Homeland Security Act, wat tot de oprichting van het ministerie van Binnenlandse Veiligheid leidde. Dat kreeg de bevoegdheid over het nieuwe ICE, maar ook over de reeds bestaande Amerikaanse grenswacht (U.S. Customs and Border Protection).
De opdracht van ICE was duidelijk: mensen zonder papieren die een bedreiging vormen voor het land arresteren en deporteren. De overheidsinstelling is echter altijd controversieel geweest. Niet alleen mensen die misdaden begaan, maar ook degenen die een nieuw leven willen opstarten, aan het werk zijn en flink belastingen betalen aan de staat, kunnen worden opgepakt door ICE.
De federale dienst bestaat naar eigen zeggen uit ongeveer 20.000 werknemers, verspreid over 400 kantoren. Zo'n 6.500 van hen zijn agenten die de straten op gaan en mensen zonder papieren actief opsporen en arresteren. "Ons werk is gericht tegen personen die een gevaar vormen voor onze nationale veiligheid, een bedreiging vormen voor de openbare veiligheid of die op een andere manier de integriteit van ons immigratiesysteem ondermijnen", staat te lezen op de website.
'Deporter-in-chief'
Hoe ver de immigratiedienst echter kan gaan, hangt af van wie in het Witte Huis zit. De Democraat Barack Obama houdt er bijvoorbeeld een dubbele reputatie op na wat immigratie betreft.
Hoewel Obama pogingen ondernam om 'Dreamers' (mensen die als kind naar de VS kwamen met hun ouders) meer kansen te geven en ICE verbood om grote raids uit te voeren bij bedrijven, kreeg de immigratiedienst wel de toestemming om de gegevens van mensen zonder papieren bij bedrijven in te kijken.
Daarnaast kreeg Obama de bijnaam 'deporter-in-chief': op 8 jaar tijd zouden maar liefst 4,8 miljoen mensen het land zijn uitgezet. Die cijfers bevatten ook de mensen die zelf besloten te vertrekken. Ter vergelijking: tijdens zijn eerste termijn deporteerde Donald Trump zo'n 1,5 miljoen mensen. Onder Joe Biden deporteerde ICE zo'n 1,49 miljoen mensen.
Obama haalde dan wel recordcijfers, de focus lag op de arrestatie van mensen met een crimineel verleden. In 2015 had 91 procent van de mensen die waren gedeporteerd een strafblad.
Meer bevoegdheden en meer budget
Trump beloofde aan het begin van zijn tweede termijn om het "grootste deportatieprogramma in de Amerikaanse geschiedenis" uit te voeren. De president zet extra in op deportatievluchten (ook naar derde landen, waar de gearresteerden geen band mee hebben) en beveelt ICE in alle staten om meer immigratiecontroles uit te voeren, met hulp van andere federale agenten.
Het aantal agenten moet ook omhoog, van 6.500 naar 10.000. Dat is geen gemakkelijke opdracht, vanwege de fysieke testen waar de kandidaten voor moeten slagen. Om aan de slag te kunnen, moet een agent 15 push-ups en 32 sit-ups doen en 2,4 kilometer lopen op 14 minuten. Om meer mensen aan te nemen, is de leeftijdsbeperking weggehaald en is het trainingsprogramma verkort.
ICE-agenten krijgen ook meer bevoegdheden. De focus ligt niet op mensen met een crimineel verleden, maar op alle mensen zonder papieren. Trump schrapte een regel van Biden om geen arrestaties uit te voeren op 'gevoelige plaatsen', zoals ziekenhuizen, scholen of speelplaatsen. Het gevolg? Steeds meer mensen blijven thuis, uit angst te worden opgepakt.
Frustraties binnen regering
ICE kreeg dus extra geld en middelen van president Trump om het aantal deportaties naar omhoog te krijgen. Volgens het ministerie van Binnenlandse Veiligheid zou ICE na 1 jaar meer dan 600.000 mensen het land hebben uitgezet. Daarnaast zouden nog eens meer dan 2 miljoen mensen zelf beslist hebben om naar hun land van herkomst terug te trekken.
Toch blijkt uit berichten van Amerikaanse media dat er frustratie heerst binnen de regering, omdat ICE er niet in slaagt zijn dagelijkse quota te halen. In mei dreigde de stafchef van het Witte Huis er nog mee om hooggeplaatste functionarissen te ontslaan als ICE geen 3.000 mensen per dag kon arresteren. De regering probeert ook telkens meer data te verzamelen, onder meer via belasting- en vluchtgegevens, om mensen zonder papieren te identificeren.
In oktober bleek ook dat maar liefst 20 mensen waren omgekomen tijdens hun verblijf in een detentiecentrum van ICE. Dat is het grootste aantal sinds 2004, toen 32 mensen waren overleden. Die cijfers, in combinatie met de beelden van het bruut geweld dat ICE tegen migranten en burgers gebruikt, doen de spanningen alleen maar stijgen.
Ondertussen blijven Amerikanen op straat komen tegen de arrestatietechnieken van ICE en het deportatiebeleid van Trump. 'Melt ICE' en 'Abolish ICE' weerklinken wekelijks in heel het land.
Trump lijkt echter niet van plan zich veel aan te trekken van de protesten. "ICE gaat nog niet ver genoeg. Je moet die mensen het land uit krijgen", zei de president vorige maand nog tijdens een interview met NBC News. "Als ze legaal willen terugkeren, kunnen we daaraan werken."




