Vandaag is het 65 jaar geleden dat een algemene staking van liefst 5 weken begon tegen de zogenoemde Eenheidswet. Het was een van de donkerste kerstperiodes uit de naoorlogse geschiedenis van België en mondde op 6 januari 1961 uit in dodelijk geweld aan het treinstation Luik-Guillemins.
Slagveld Luik: hoe 65 jaar geleden de donkerste kerstperiode uit de naoorlogse geschiedenis van België begon
Sinds 2009 pronkt Luik met het spraakmakende nieuwe treinstation Luik-Guillemins. De Spaanse architect Santiago Calatrava schonk de stad een futuristische spoorwegkathedraal met een monumentale overkapping in glas en staal.
Het vorige station was meedogenloos tegen de vlakte gegaan, al dateerde het nog maar van expojaar 1958. Toen al was het geïntroduceerd als een station van de vooruitgang, met een glasgevel, winkels, een restaurant en een ticketkantoor, allemaal onder een groot betonnen luifel.
Het was een station voor een nieuwe, beloftevolle tijd. Precies dat zweepte de radicale betogers op die op 6 januari 1961 naar het plein voor het station oprukten.
De confrontatie met de politie ter plekke was buitengewoon gewelddadig. Zodra de rook en het traangas waren opgetrokken, was het beeld te zien van een totaal geruïneerd stationsgebouw. Na urenlange straatgevechten werden 75 gewonden geteld onder de ordediensten en de actievoerders. Twee zouden de volgende dagen overlijden aan hun verwondingen.
Wat bij Luik-Guillemins gebeurde, was de dramatische climax van de staking van de eeuw, van ‘la grande grève’. Gedurende vijf stakingsweken, tussen 19 december 1960 en 22 januari 1961, legde een massale protestbeweging het openbaar leven in België grotendeels lam – dat leidde tot beklemmende eindejaarsdagen. Steen des aanstoots van de nooit geziene sociale krachtmeting was de Eenheidswet van de rooms-blauwe regering-Eyskens.
Recessie
Eens de euforie van Expo 58 voorbij was, kwam België tot de ontnuchterende vaststelling dat een einde was gekomen aan de naoorlogse economische heropleving. Werkloosheid en begrotingstekorten namen toe. België had haar kolonie in Congo verloren en vooral de traditionele economische sectoren sputterden.
Het zwaarst getroffen door de recessie waren de Waalse industriebekkens met hun mijnen en staalarbeid. In het bijzonder sloeg de crisis toe in de mijnbouw, de sector die jaren de brandstof van de Belgische economie was. In 1959 sloot de regering verschillende Waalse steenkoolmijnen.
Met een omvangrijk pakket, een ‘eenheid’ van structurele maatregelen, wilde de regering de economische malaise te lijf gaan: besparingen in de sociale zekerheid, verhogingen van de indirecte belastingen en een herziening van het statuut van het overheidspersoneel.
De Belgische politiek, die nauwelijks was bekomen van jarenlange levensbeschouwelijke conflicten, met vooral de schoolstrijd, stond nu zwaar onder druk van verontruste industriële en financiële groepen. Helemaal aan de andere zijde van het spectrum bevond zich een alsmaar radicaliserende arbeidersbeweging, in het bijzonder in Wallonië.
Wilde stakingen
Het verzet tegen de Eenheidswet had zich in de dagen voor Kerstmis 1960 met een enorme snelheid verspreid, vooral in de industriële centra in Wallonië, maar ook in Brussel en verschillende Vlaamse steden. Op georganiseerde acties en werkonderbrekingen volgden wilde stakingen en spontane betogingen. Niet alleen de politiek, ook de syndicaten waren verrast door de verbetenheid van de actievoerders.
Honderdduizenden mensen kwamen de volgende weken de straat op. De talrijke betogingen toonden een ware volksmobilisatie. Ook de incidenten stapelden zich op: sabotage van fabrieken, versperde autowegen, uitgerukte verkeerspalen, blokkades van spoorwegen, vernielingen van trams en bussen, doorgesneden telefoondraden en opgeblazen elektriciteitsmasten.
In de nacht van 30 op 31 december werden enkele staven dynamiet op de spoorlijn tussen Brussel en Luik ontdekt, maar tijdig verwijderd door de rijkswacht. In Landen was een paal op de spoorweg teruggevonden en in Jemeppes-sur-Meuse had een lading springstof gefaald te ontploffen.
Repressie
De massale inzet van ordediensten kreeg geleidelijk een repressiever karakter. Zelfs militairen werden uit Duitsland teruggeroepen voor bewakingsopdrachten. ‘De democratie is niet meer mogelijk, indien men op straat regeert’, oreerde eerste minister Gaston Eyskens in een kersttoespraak voor radio en televisie.
In een chaotische betoging viel op 30 december in Brussel nabij het Centraal Station de eerste dode. In de stad brandde de kerstverlichting nog en fladderden de laatste wimpels van het huwelijksfeest van koning Boudewijn en koningin Fabiola.
De nieuwe koning en koningin waren nog maar net in stilte en voortijdig teruggekeerd van hun huwelijksreis. Later lekte uit dat Boudewijn, die vreesde voor de eenheid van het land, de nationale vakbondsleiders in alle discretie bij zich zou roepen om de lont uit de actie te halen.
Slagveld Luik
Terwijl na Nieuwjaar in Vlaanderen en Brussel de eerste werkhervattingen te zien waren, werd de toestand in Wallonië nog explosiever. In Luik – de stad was samen met de Borinage het epicentrum van het protest – vond op een ijskoude 6 januari een nieuwe massabijeenkomst plaats.
Op de Place Saint-Paul sprak de populaire Luikse vakbondskopman André Renard de duizenden demonstranten toe en probeerde hen tot kalmte aan te manen. Tevergeefs, de betogers waren uitgeput en voelden zich aan hun lot overgelaten na weken van staking zonder uitkomst. De wanhoop was groot, terwijl de vakbonden nalieten om een duidelijk perspectief te geven.
De volgende uren veranderde Luik in een slagveld. De gebouwen van de regeringsvriendelijke krant La Meuse moesten eraan geloven, net als de zetel van de Middenstandsunie en het postsorteercentrum. Maar wat stond meer symbool voor de burgerlijke overheid die de kleine man vernederde dan het prestigieuze, nieuwbakken Luik-Guillemins? Uitgerekend de plek waar de politie haar voorzorgen had genomen met een massale en uitdagende aanwezigheid.
De menselijke tol van de clash was zwaar. Betonarbeider en syndicalist Laurent Rodder stierf twee dagen later. Hij had een kogel in de rug gekregen. De 25-jarige Albert Boutet, staalarbeider bij Cockerill, kreeg een kogel in de keel, kwam niet meer uit coma en overleed op 22 januari. Ook in het dorpje Chênée, bij de samenvloeiing van de Ourthe en de Vesder, was in de tussentijd een dode gevallen bij een nieuw incident.
Waalse autonomie
De regering loodste de Eenheidswet op 13 januari door de Kamer, meerderheid tegen minderheid. Snel daarop bloedde de actie dood. Als laatsten hervatten de staalarbeiders uit Luik en Charleroi het werk. De regering had haar slag thuis gehaald, maar was gehavend. Nog in januari werden vervroegde verkiezingen uitgeschreven. De socialistische partij kwam daar versterkt uit en stapte mee in de nieuwe regering. De Eenheidswet werd desondanks uitgevoerd, zij het hier en daar bijgespijkerd.
Het bijna revolutionaire gevecht tegen de Eenheidswet betekende niet alleen een opflakkering van de sociale breuklijn in België, maar legde opnieuw de communautaire verschillen tussen noord en zuid bloot. Terwijl in Wallonië de zwanenzang van de Waalse traditionele industrie leek ingezet, ontvouwde zich in Vlaanderen een nieuwe industrie.
Als een van de scherpslijpers van de actie vreesde de invloedrijke André Renard het Waalse verval en trok radicale conclusies. Uit de strijd tegen de Eenheidswet moest Waalse autonomie volgen: de unitaire staat, en zelfs de unitaire vakbonden, waren immers een obstakel geworden voor de Waalse economische heropstanding.
Sociaal overleg
De stakingswinter bracht zware schade toe aan de Belgische economie, maar dood ging ze er niet aan. Integendeel, België stond voor een periode van ononderbroken groei. De Eenheidswet maakte evenmin het sociale zekerheidssysteem kapot. Wel volgden beter gestructureerd sociaal overleg en enkele grote sociale akkoorden.
Ook Luik-Guillemins was intussen alweer piekfijn opgeknapt. Geen veertig jaar later trok Calatrava, een eindje verder, andermaal een groots stationsgebouw op. Ditmaal was de verheven stijl van het ontwerp niet de grootste ergernis van de Luikenaars, wel de wind die voortdurend onder de kosmische overkapping giert.

