181 bedrijven in Vlaanderen raken het komende jaar niet aangesloten op het stroomnet, omdat het al overvol is. Een bedrijf uit Nazareth is daarom zelfs genoodzaakt om over te schakelen op dieselgeneratoren. Honderden andere krijgen wel nog stroom, maar niet altijd zoveel als ze willen. Dat blijkt uit onderzoek van VRT NWS. Werkgeversorganisatie Voka pleit ervoor projecten met een economische en maatschappelijke meerwaarde voorrang te geven.
Ruim 180 bedrijven in Vlaanderen krijgen geen elektriciteitsaansluiting door overvol stroomnet
In Nederland kennen ze het probleem al langer. Daar zit het stroomnet zo vol dat duizenden bedrijven er geen aansluiting kunnen krijgen op het stroomnet. In bepaalde regio's kunnen de wachttijden oplopen tot meer dan 10 jaar.
Zo ver is het bij ons nog niet, maar doordat er ook bij ons steeds meer datacenters, elektrische voertuigen en warmtepompen bijkomen, en doordat meer en meer industriële sectoren overschakelen op elektriciteit, worden ook onze stroomnetten steeds meer verzadigd.
Onze redactie bracht vanmorgen dat minstens 100 Vlaamse bedrijven het komende jaar niet aangesloten kunnen worden op het stroomnet.
In de commissie Energie van het Vlaams Parlement viel deze voormiddag het cijfer van 181 bedrijven. Elia schetste er ook hoe snel de uitdaging vergroot. Sinds 2020 is het aantal aanvragen bij Fluvius voor een aansluiting op het stroomnet verviervoudigd. Elia noteert zelfs een toename met een factor 6.
Stroom opwekken met... dieselgeneratoren
Een van de bedrijven die met het probleem geconfronteerd wordt, is Lootens uit Nazareth. Begin oktober 2024 ontvangt oprichter Jan Lootens een positief advies van zijn netbeheerder Fluvius over de elektriciteitsaansluiting voor zijn nieuwe hoofdzetel annex fabriekshal. Daar zal Lootens vanaf april raampartijen en deuren in staal en aluminium produceren. De bouw van de nieuwe fabriek is intussen volop aan de gang.
Maar eind oktober krijgt het bedrijf van Fluvius een verontrustende mail. "Die kwam binnen als een donderslag bij heldere hemel", aldus Lootens. Door de talloze stroomaanvragen van andere partijen kan Fluvius hem geen stroomaansluiting meer garanderen. Er zijn al te veel wachtenden voor hem. Hij kan alleen maar hopen dat een van die wachtenden verstek laat gaan. Maar als er geen ruimte vrijkomt, zal zijn aansluiting worden geweigerd.
En er is blijkbaar een dreigende overbelasting op het koppelpunt tussen het hoogspanningsnet van Elia en de laag- en middenspanningsnetten van Fluvius, in Deinze, een tiental kilometer verderop. Maar de investering die nodig is om extra lokale aansluitingen mogelijk te maken is "op vandaag nog niet voorzien", geeft Fluvius nog mee.
Daarmee doe ik op een paar dagen tijd al de CO2-winst van mijn nieuw gebouw teniet
Jan Lootens, bedrijfsleider
Lootens heeft zijn best gedaan om de CO2-uitstoot van zijn nieuwe gebouwen zo laag mogelijk te houden. Zo heeft hij ingezet op maximaal hergebruik van materialen. En fors geïnvesteerd in isolatie. Er komen ook zonnepanelen op zijn dak. Maar hij zal altijd nog stroom nodig hebben voor zijn machinepark.
Die stroom is er niet en zijn klanten willen niet wachten. Dus is Lootens nu van plan vervuilende dieselgeneratoren in te zetten om stroom te maken. Hij schat het verbruik op 5.000 liter mazout per dag. "Daarmee doe ik op een paar dagen tijd al de CO2-winst van mijn nieuw gebouw teniet", besluit Lootens.
Geen alleenstaand geval
Volgens werkgeversorganisatie Voka staan meer dan honderd bedrijven op de wachtlijst voor een aansluiting, en wordt de verzadiging op het net steeds groter. Voor alle duidelijkheid: het probleem stelt zich alleen voor wie een zwaardere aansluiting wil, voor bedrijven dus, niet voor gezinnen.
"De situatie verergert maand na maand", zegt Voka-topman Frank Beckx. "Als we niet ingrijpen, komen we in Nederlandse toestanden. Daar zien we vandaag dat de kaart helemaal rood kleurt, en meer dan 12.000 bedrijven echt in de wachtrij staan en jaren, soms wel 10 jaar lang, moeten wachten. Dat is natuurlijk nefast voor ons economisch klimaat."
First come, first served
Op dit moment passen onze netbeheerders Elia (bevoegd voor hoogspanning) en Fluvius (bevoegd voor midden- en laagspanning) het principe toe waar ze wettelijk toe verplicht zijn: first come, first served: wie eerst een aanvraag doet, krijgt een aansluiting. Ook als hij die niet volledig gebruikt, of pas in een later stadium zal gebruiken, of helemaal niet gebruikt. Voka wil daarvan af.
"We moeten bekijken welke projecten klaar zijn om effectief aangesloten te worden", zegt Beckx nog. "En we moeten ook kijken naar de economische en maatschappelijke impact van een project: werkgelegenheid, toegevoegde waarde, dat zal een criterium moeten worden."
We moeten kijken naar de economische en maatschappelijke impact van een project
Frank Beckx (Voka)
Het probleem is uiteraard bekend bij Elia en Fluvius. Beide bedrijven investeren de komende jaren miljarden in de versterking van het netwerk, zowel het hoogspanningsnet (Elia) als het distributienet (Fluvius).
Ook versterken ze de koppelpunten, de installaties die het hoogspannings- en het distributienet met elkaar verbinden. Op dit moment zouden overbelastingsproblemen dreigen in 16 van die 235 punten.
De commissie Energie van het Vlaams Parlement houdt vandaag een hoorzitting over het probleem, met alle betrokken spelers.
Ook Europa ziet het probleem. De Europese commissie lanceerde gisteren haar nieuw netwerkpakket. Want in andere Europese landen geldt voor de hoogspanningslijnen het principe "first come-first served". De Commissie wil dat dit verandert en investeren in betere hoogspanningsverbindingen. "Dat is de beste manier om de goedkope stroom uit wind en zon tot bij de ondernemingen en huishoudens te krijgen," zo reageert Europees parlementslid Bruno Tobback (Vooruit).

