Het dossier rond de bevroren Russische tegoeden bij de bank Euroclear, blijft de Belgische politiek beroeren. Al duikt de controverse in het buitenland veel minder op in de krantenkolommen. Bij eerste minister Bart De Wever, die vrijdag nog een ontmoeting over de zaak had met de Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en met de Duitse bondskanselier Friedrich Merz, heerst volledige radiostilte. Al had De Wever voor de rest wel een 'boerenweek'.
België in de tang van Europa
Samenvatting:
De Belgische regering wil de bevroren Russische tegoeden bij Euroclear niet inzetten voor steun aan Oekraïne, uit vrees voor vergelding en financiële instabiliteit.
Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot (Les Engagés) waarschuwt voor Russische dreiging in Europa, maar benadrukt: "Paniek is nergens voor nodig, maar een beetje waakzaam zijn kan ook geen kwaad."
Premier Bart De Wever krijgt brede steun in het parlement voor zijn standpunt, maar wordt bekritiseerd door Open VLD na zijn uitspraak: "Maar wie gelooft er nu echt dat Rusland zal verliezen in Oekraïne? Dat is een fabeltje, een totale illusie."
1. Onze waakzame minister van Buitenlandse Zaken
De minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Prévot, van Les Engagés, praat wel. Hij geeft een lang interview aan Het Laatste Nieuws. Prévot is niet bang van Poetin. "Maak alsjeblieft geen doemdenker van mij. Paniek is nergens voor nodig", maar "een beetje waakzaam zijn kan ook geen kwaad".
Toch blijft de minister van Buitenlandse Zaken ervan overtuigd dat Rusland, na Oekraïne, ook andere Europese landen in het vizier zal nemen. "Zeker in de Baltische staten en de directe buurlanden van Rusland is dat een angst die echt voelbaar is, ja. Ik wil zeker geen paniek zaaien, maar ook bij ons is die potentiële dreiging er - maar op andere manieren."
De conclusie is duidelijk: "Het geld dat we in Oekraïne pompen, is dus geen verspild geld. Het moet nog erger vermijden". Alleen is het volgens Prévot, en de hele Belgische regering, geen goed idee om dat geld te halen bij de bevroren Russische tegoeden. De risico’s voor vergelding, maar ook financiële instabiliteit zijn te groot.
En de andere Europese landen bewijzen onze houding wel lippendienst, maar zijn niet consequent. "Nergens staat er een handtekening onder. Ze willen alleen hun woord geven. (…) Als het voorstel van de Commissie zogezegd 'veilig' is, waarom wil niemand dan de garanties zwart-op-wit ondertekenen, zodat alle lidstaten samen de risico's dragen? (trekt grote ogen) Omdat er grote risico's zijn, tiens!”
En bij die risico’s gaat het om veel geld. "De afgelopen weken is veel gesproken over de extra eurocentjes die je mogelijk zou betalen voor een pakje friet, maar dit is het échte zwaard van Damocles dat boven ons hoofd hangt."
En om dat beeld te verduidelijken, maakt Prévot het plaatje compleet. "Het gaat ons over het astronomische bedrag van honderden miljarden euro's die Rusland dreigt terug te eisen van België. Dat is groter dan het jaarlijkse budget van de federale staat! Zoiets los je niet op met een halve indexsprong of een paar extra eurocentjes hier en daar."
2. Een boerenweek voor de eerste minister
Eerste minister Bart De Wever heeft intussen een 'boerenweek' achter de rug. In het debat rond Euroclear, krijgt de eerste minister in het parlement kamerbrede steun, op een kritische opmerking van de Open VLD na…
Die partij vraagt meer uitleg over een zinnetje dat de eerste minister kwansuis uitsprak tijdens een uiteenzetting voor 'Les grandes conférences catholiques' in de Bozar. De Wever zei: "Maar wie gelooft er nu echt dat Rusland zal verliezen in Oekraïne? Dat is een fabeltje, een totale illusie. Het is zelfs niet wenselijk dat het verliest en dat er instabiliteit ontstaat in een land dat over kernwapens beschikt."
Niet alleen de Open VLD hekelt dat zinnetje, het levert Bart De Wever het etiket op van 'Poetin-lover', en in het debat over het vrijgeven van de Russische tegoeden bij Euroclear wordt zijn verzet daartegen door heel wat Europese media op die manier verklaard.
Maar voor de rest had de eerste minister een boerenweek. Na zijn uiteenzetting in Bozar krijgt De Wever een minutenlange staande ovatie, in die mate dat De Wever spontaan reageert dat "dit publiek nog erger is dan een N-VA-congres". Het feit dat een Franstalig publiek een Vlaams-nationalistische premier zo in de armen sluit, is 'het politieke feit' van de afgelopen week.
In het VRT1-programma 'Over vijf jaar' blijkt De Wever dan ook nog over een glazen bol beschikt te hebben. Hij voorspelde vijf jaar geleden dat hij kans maakte om eerste minister te zijn in 2025, dat Valerie Van Peel hem wel eens zou kunnen opvolgen als voorzitter van de partij, maar vooral dat hij toen al -in 2020 – beslist heeft geen coalitie te zullen vormen met Vlaams Belang. De Wever beschrijft die partij als "zegezeker, zegedronken, zeer arrogant, zeer agressief". "Maar als ik hen vraag wat het plan is, vervallen ze gewoon in flauwekul, onzin, riedels. Er is geen enkel plan. En dat is heel zorgwekkend."
De Wever geeft toe dat het hem wel 4 jaar gevergd heeft om die innerlijke overtuiging ook het partijstandpunt te laten worden, omdat er in zijn partij lange tijd geen consensus over heeft bestaan. Maar uiteindelijk heeft de beslissing om geen regering te vormen met Vlaams Belang wellicht bijgedragen aan zijn verkiezingsoverwinning, en heeft het de deur opengezet naar de aanvaarding bij een Franstalig publiek. Dat intussen staande ovaties voor hem houdt. Tot spijt van wie het benijdt.
3. Leuren met het Brusselse systeem
De uitzichtloze regeringsvorming in Brussel doet politicologen en grondwetspecialisten pleiten voor een staatshervorming. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest vormt in de opeenvolgende staatshervormingen nochtans een complex sluitstuk. In De Standaard vertellen PS’er Charles Picqué en Guy Vanhengel van de Open VLD over die insteek.
"Een hele generatie was gemotiveerd door een gedeeld project: het lot van Brussel in eigen handen nemen. (…) Een hele generatie ijverde samen voor meer autonomie en dat smeedde de banden tussen de partijen, ook al waren er soms disputen.”
Eén van de grondlegers van de Brusselse autonomie, de christendemocraat Jos Chabert, ging destijds, in de loop van de jaren 90, zelfs met het Brusselse model leuren in Jeruzalem en Sarajevo, twee steden die ook te kampen hebben met verdeelde bevolkingsgroepen. Het Brusselse model strekte als succesmodel tot voorbeeld.
Met de eretitel van de langste regeringsvorming in België op zak, blijft er niet veel meer over van dat succesmodel. In De Zevende Dag zei minister in lopende zaken Elke Van den Brandt (Groen): "Ik ben het strontebeu, om het met een lelijk woord te zeggen".
Ik vermoed dat ze daarmee het gevoelen van veel Brusselaars heeft verwoord, maar vermoedelijk draait Jos Chabert zich nu wel om in zijn graf.






