Naar hoofdinhoud

Al meer dan 85.000 eigenaars van tweede verblijf hebben te veel betaalde provinciebelasting teruggevraagd

Artikel luisteren
3min
Meer info

Al meer dan 85.000 eigenaars met een tweede verblijf hebben hun te veel betaalde provinciebelasting teruggevraagd. Dat schrijft De Tijd en wordt bevestigd door de provincie. Eigenaars met een tweede verblijf, vooral aan de kust, trokken tegen die belasting naar de Raad van State. Zij vonden dat oneerlijk en de Raad van State gaf hen gelijk. Daardoor konden eigenaars de te veel betaalde belastingen voor 2022, 2023 en 2024 recupereren. 

Moonray Grunewald
Gepubliceerd:

De voorbije 3 jaar moesten tweedeverblijvers ongeveer 3 keer meer provinciebelastingen betalen dan vaste inwoners. Voor het aanslagjaar van 2022 telden zij bijvoorbeeld een forfaitair bedrag van 129 euro neer per tweede verblijf in West-Vlaanderen. Terwijl je voor je hoofdverblijfplaats in de provincie 23 euro betaalde als alleenstaande en 43 wanneer je gezin uit 2 of meer personen bestaat.

Eigenaars van een tweede verblijf, vooral aan de kust dan, trokken daarop naar de Raad van State. Zij vonden de belasting oneerlijk en in strijd met het gelijkheidsbeginsel. De Raad van State volgde hen daarin.

Die oordeelde dat het niet bewezen is dat tweedeverblijvers grotere kosten met zich meebrengen voor de provincie dan 'vaste' inwoners. En ook de 'weeldebelasting' zou geen redelijke en objectieve verantwoording zijn waarom de eigenaars van een tweede verblijf zwaarder belast mogen worden.

Waardoor de provincie dus de te veel betaalde belasting moest terugbetalen. Het bestuur stuurde daarvoor begin oktober een brief naar de 114.000 eigenaars van een tweede verblijf met uitleg hoe ze hun terugbetaling kunnen aanvragen. Al meer dan 85.000 van de in totaal 114.000 eigenaars zijn daar nu al op ingegaan.

Er staat geen termijn op het aanvragen van de te veel betaalde belastingen. 

Luxetaks

Een verschil dat volgens de provincie gerechtvaardigd was "omdat tweedeverblijvers bijkomende kosten veroorzaken die niet vergelijkbaar zijn met de kosten die vaste inwoners veroorzaken", en omdat ze "voordeel halen uit de investeringen die door de provincie worden gedaan". Enkele voorbeelden daarvan zijn de aanleg van (bredere) fiets- en wandelpaden, de realisatie en het onderhoud van provinciale domeinen, enzovoort. 

Een ander argument was dat eigenaars van tweede verblijven een grotere financiële draagkracht hebben. "We zien het als een soort luxetaks", zo vertelde gedeputeerde Jean de Bethune (CD&V). "We gaan ervan uit dat mensen die een tweede verblijf bezitten iets meer financiële draagkracht hebben dan wie maar 1 woning heeft, of moet huren. Het is ook niet dat we een uitzinnig bedrag vragen. Het blijft, al bij al, een bescheiden bijdrage."

LUISTER

Regionaal nieuws uit West-Vlaanderen

Radio 2
Gepubliceerd:
3min

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"