In Soedan hebben minstens 400 kinderen in hun eentje het vluchtelingenkamp van Tawila bereikt, nadat ze waren gevlucht voor de paramilitaire RSF die 1 maand geleden al-Fashir innam. Hulporganisaties waarschuwen dat de toestroom het risico op mensenhandel vergroot. Ondanks het eenzijdige staakt-het-vuren van de RSF blijft Darfoer kampen met een gebrek aan humanitaire hulp en is er weinig zicht op duurzame vrede.
Verward, ondervoed en uitgedroogd: zeker 400 kinderen bereiken moederziel alleen vluchtelingenkamp in Tawila, 1 maand na val al-Fashir
Zeker 400 Soedanese kinderen zijn zonder hun ouders aangekomen in de stad Tawila in de westelijke regio Darfoer in Soedan, sinds de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) een maand geleden de macht over de stad al-Fashir overnamen, maakte de Norwegian Refugee Council (NRC) gisteren bekend.
De NRC spreekt van minstens 400 kinderen, maar zegt dat het werkelijke aantal waarschijnlijk veel hoger ligt.
"Kinderen komen uitgeput en verward toe in Tawila, vaak na een dagenlange tocht door de woestijn", aldus de humanitaire organisatie. Bovendien raken velen tijdens hun vlucht gescheiden van hun ouders. De kinderen weten dikwijls zelfs niet of hun ouders nog leven.
Ze hebben hun moeders zien verdwijnen en in sommige gevallen zelfs familieleden doodgeschoten zien worden. Het overtreft gewoon alles wat ik ooit heb gehoord
Sheldon Yett, de vertegenwoordiger van UNICEF in Soedan
Sheldon Yett, de vertegenwoordiger van UNICEF in Soedan, beschreef de kinderen die in het kamp aankwamen als "verward, ondervoed en uitgedroogd".
"Het is het extreme geweld dat veel van deze kinderen hebben meegemaakt dat me verbijstert. Ze hebben hun moeders zien verdwijnen en in sommige gevallen zelfs familieleden doodgeschoten zien worden. Het overtreft gewoon alles wat ik ooit heb gehoord", zei Yett vandaag.
Recap: Waarover gaat het conflict in Soedan?
Centraal in het conflict staat de rivaliteit tussen 2 generaals: die van het reguliere Soedanese leger, Abdel Fattah al-Burhan, en die van de paramilitaire groep RSF (Rapid Support Forces) Mohamed Hamdan Dagalo, ook bekend als Hemedti.
In 2019 werd dictator Omar al-Bashir van de macht verdreven na een volksopstand. Er werd gewerkt aan een overgang naar democratie in Soedan, maar in 2021 pleegden de RSF en het Soedanese leger samen weer een staatsgreep.
De militairen bleven aan de macht, maar zouden een akkoord tekenen, waarin ze de macht zouden overdragen aan een burgerregering. Een onderdeel van het akkoord was dat de RSF zou worden opgenomen in het reguliere leger. Het was al langer duidelijk dat generaal Hemedti dat niet over zijn kant zou laten gaan.
De spanningen mondden in april 2023 uit in een bloedige oorlog. Buitenlandse mogendheden, waaronder de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte, maar ook Rusland, hebben zich sindsdien in het conflict gemengd. Hun interesses liggen voornamelijk bij de vele goudmijnen in de regio.
De burgeroorlog in Soedan heeft al aan tienduizenden mensen het leven gekost. Schattingen gaan van enkele tienduizenden tot meer dan 140.000 (volgens de VN). Meer dan 14 miljoen mensen zijn voor het geweld op de vlucht.
Volgens medewerkers van het vluchtelingenkamp vertonen de kinderen vaak tekenen van blijvend trauma. Een leerkracht bij het onderwijsprogramma in het kamp vertelde dat "veel kinderen niet konden praten toen ze in het kamp aankwamen, terwijl anderen 's nachts wakker worden van aanhoudende nachtmerries".
Hoewel de kinderen psychologische ondersteuning krijgen van hulpverleners, slapen sommigen nog steeds op de grond en krijgen ze nauwelijks 1 maaltijd per dag, aldus NRC-advocacymanager Mathilde Vu.
"Mensen hebben honger en dorst, ze hebben onderwijs nodig, ze hebben hulp en verzorging nodig, ze hebben psychologische ondersteuning nodig. Die moeten we ze nu bieden en niet wachten tot er vrede in Soedan komt," zegt Vu.
Vlucht uit al-Fashir
Al-Fashir, de hoofdstad van de Soedanese deelstaat Noord-Darfoer en het laatste regeringsbolwerk in de regio, werd een maand geleden ingenomen door de RSF-rebellen. De wrede belegering van de stad duurde liefst 18 maanden.
De paramilitaire rebellengroepering bouwde een lemen muur rondom de stad om op die manier de bevolking af te snijden van water, voedsel en medicijnen en hen tegelijk te beletten om te vluchten. Naar schatting werden zo'n 260.000 burgers uitgehongerd door de blokkade.
Toen de rebellen de stad uiteindelijk innamen, richtten ze een heus bloedbad aan. De RSF wordt er van beschuldigd massamoorden, ontvoeringen en systematisch seksueel geweld te hebben gepleegd tijdens de overname van al-Fashir. Zelf ontkent de RSF burgers te viseren en humanitaire hulp te blokkeren.
Volker Türk, de Hoge Commissaris voor de Mensrechten van de Verenigde Naties, reageerde streng voor de internationale gemeenschap. Half november sprak hij de Mensenrechtenraad toe tijdens een spoedzitting over Soedan en zei hij dat "niemand verrast kan zijn over de rapporten over de gruweldaden". Iedereen heeft de rapporten gelezen en heeft besloten de andere kant op te kijken, benadrukte Türk.
Volgens de laatste cijfers van de VN zijn sinds de machtsovername door de RSF vorige maand meer dan 100.000 mensen uit al-Fashir gevlucht. Velen van hen hebben hun toevlucht gezocht in het nabijgelegen Tsjaad of hebben de stad Tawila, ongeveer 70 kilometer verderop, proberen te bereiken.
VN waarschuwt voor mensenhandel
Humanitaire organisaties melden dat de al dichtbevolkte vluchtelingenkampen in Tawila overspoeld raken door de toestroom van nieuwe vluchtelingen uit al-Fashir en de omliggende dorpen.
De Sudanese American Physicians Association schatte begin november dat meer dan 650.000 intern ontheemden uit al-Fashir en andere delen van Darfoer hun toevlucht hadden gezocht in Tawila vanwege de maandenlange gevechten in de regio.
"Dat betekent dat Tawila in feite een op zichzelf staand crisis-epicentrum is geworden, en niet slechts een overloopgebied van al-Fashir", aldus het rapport.
Vrouwen en kinderen die gescheiden zijn geraakt van hun familie lopen een verhoogd risico op seksueel geweld en seksuele uitbuiting
Aldus de VN-verklaring
Tegelijkertijd waarschuwde een groep VN-experts gisteren dat de verslechterende situatie in de regio ervoor zorgt dat Soedanese vrouwen en meisjes een groter risico lopen op seksuele uitbuiting en mensenhandel.
Volgens de experts zijn ontheemde kinderen ook steeds kwetsbaarder voor rekrutering om te vechten in het escalerende conflict.
"Wij zijn zeer bezorgd over de alarmerende berichten over mensenhandel sinds de overname van al-Fashir en omliggende gebieden door de RSF", aldus de verklaring.
"Vrouwen en meisjes zijn ontvoerd in door de RSF gecontroleerde gebieden. Vrouwen en kinderen die gescheiden zijn geraakt van hun familie lopen een verhoogd risico op seksueel geweld en seksuele uitbuiting."
Vredesgesprekken geleid door de VS en Saudi-Arabië
Eerder deze maand stemde de RSF in met een humanitair bestand dat werd voorgesteld door een door de VS geleide bemiddelingsgroep, maar het Soedanese leger stelde dat de RSF zich volledig moest terugtrekken uit burgergebieden en moest ontwapenen. Of het staakt-het-vuren daadwerkelijk zal worden nageleefd, valt dus nog af te wachten.
De Amerikaanse president Donald Trump had eerder aangegeven dat hij samen met Saudi-Arabië wilde aandringen op een einde aan de oorlog, nadat hij door de Saudische kroonprins Mohammed bin Salman tot actie was aangespoord.
Ook Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten zijn betrokken bij de vredesonderhandelingen, maar net die landen hebben hun eigen economische belangen bij het conflict: Egypte en Saudi-Arabië steunen het regeringsleger in ruil voor Soedanese goudvoorraden, terwijl de Verenigde Arabische Emiraten de RSF van wapens voorzien.
Daarnaast mengt Rusland zich in het conflict. In het begin hielp het via het Wagner-huurlingenleger, nu omgedoopt tot Afrikakorps, de RSF met wapenleveringen en de training van hun strijders. In 2024 wisselde Moskou van kant en begon het het regeringsleger te steunen, onder meer om de havenstad Port Soedan te beschermen, waar het toestemming kreeg voor een marinebasis. Ook Rusland graait ondertussen in de goudmijnen die door de regering worden gecontroleerd.
Tegelijkertijd houdt Rusland via het Afrikakorps de banden met de RSF deels intact en smokkelt het goud van de rebellen naar de Centraal-Afrikaanse Republiek, waarna het in Rusland belandt. Dat goud komt allemaal handig van pas voor hun oorlog in Oekraïne.
Het conflict in Soedan is zo verwikkeld geraakt in een complexe proxy-oorlog, waarin de vele buitenlandse belangen het bijzonder moeilijk maken om een duurzaam staakt-het-vuren te realiseren.
Het blijft dus afwachten of de vredesbesprekingen uiteindelijk iets zullen opleveren.

