Buitenlandse toeristen zullen vanaf januari een veel hoger tarief betalen dan Amerikanen om nationale parken in de Verenigde Staten te bezoeken, zoals de Grand Canyon. Het geld moet dienen voor onderhoud en natuurbehoud. Tegelijkertijd wil de overheid fors besparen op de parken.
Bezoekje aan de Grand Canyon? Vanaf januari kost dat je ruim drie keer meer
Wie de Grand Canyon, Yellowstone en andere nationale parken in de Verenigde Staten wil bezoeken, zal daar binnenkort flink wat geld voor moeten neertellen. Buitenlandse toeristen zullen veel meer betalen dan nu, en veel meer dan Amerikaanse toeristen.
Donald Trump besliste dat de extra inkomsten moeten dienen voor natuurbehoud en onderhoud (terwijl de overheid ook plannen heeft om een derde van het budget voor de parken te schrappen). Amerikanen zouden tegen dezelfde prijs toegang blijven krijgen, en op enkele feestdagen de parken zelfs gratis mogen bezoeken. Ze krijgen ook voorrang in reservatiesystemen.
86 euro per persoon extra
Concreet zal een toegangsticket tot de 11 meest bezochte nationale parken 100 dollar (86 euro) per persoon extra kosten voor buitenlandse toeristen. Denk dan aan de Everglades in Florida, Yosemite in Californië en de Rocky Mountains in Colorado.
Ter vergelijking: nu betaal je in het Grand Canyon National Park 35 dollar (30 euro) om met een personenwagen binnen te rijden. Ook de jaarpassen worden duurder. Die zullen 250 dollar (215 euro) kosten voor buitenlanders, tegenover 80 dollar (69 euro) voor 'locals'.
Vorig jaar bezochten 331 miljoen bezoekers de Amerikaanse nationale parken, 6 miljoen meer dan het jaar ervoor.

