De pensioenkloof tussen mannen en vrouwen in België is groot in vergelijking met andere landen. Dat is de conclusie van een nieuw rapport van de internationale economische organisatie OESO. Vrouwen in ons land krijgen gemiddeld 29 procent minder pensioen dan mannen, terwijl de gemiddelde kloof in de OESO-landen 21 procent bedraagt.
Belgische vrouwen krijgen gemiddeld 29 procent minder pensioen dan mannen: "Pensioenkloof is groot"
In 2024 kregen vrouwen gemiddeld 31 procent minder pensioen dan mannen. En dat is geen uitschieter, want over de laatste 5 jaar ligt dat percentage gemiddeld op 29 procent.
In België ligt dat gemiddelde hoger dan in andere landen: vorig jaar bedroeg de gemiddelde pensioenkloof over alle OESO-landen heen - een groep van 38 andere landen - 23 procent. "De pensioenkloof tussen mannen en vrouwen in België is dan ook groot in vergelijking met andere landen", stelt het rapport.
Hoe komt dat?
De hoge genderkloof heeft verschillende oorzaken. Wouter De Tavernier, pensioenexpert bij de OESO, zet ze op een rij.
"Onze rustpensioenen zijn sterk aan bijdragen gekoppeld: de hoogte van je pensioen hangt af van de hoogte van je loon. De loonkloof tussen mannen en vrouwen (in 2023 bedroeg die nog 5 procent, ten nadele van de vrouw, red.) weerspiegelt zich in een verschil in pensioen."
"Daarbij komt dat de tweede pijler ongelijk verdeeld is tussen mannen en vrouwen", zegt De Tavernier. Dat komt deels omdat vrouwen veel minder vaak dan mannen toegang hebben tot de tweede pijler: 48 procent geniet een aanvullend pensioen, tegenover 66 procent van de mannelijke werknemers. Bovendien is het aanvullend bedrag van mannen 2 keer zo hoog als dat van vrouwen.
En dan is er nog een belangrijk aspect dat genderkloof in ons land vergroot, aldus de OESO-expert. "België is één van de weinige OESO-landen die speciale pensioenen voor mensen met een afhankelijke echtgenoot geven. In dat geval krijgt een persoon een hoger pensioen als de partner geen of een heel laag pensioen heeft. Die pensioenen gaan bijna uitsluitend naar mannen, wat de genderkloof vergroot."
Maatregelen
Wouter De Tavernier stipt ook aan dat de leeftijd waarop mensen stoppen met werken in ons land te laag ligt, zeker in vergelijking met andere landen. "Belgen verdwijnen relatief vroeg uit de arbeidsmarkt. Mannen vertrekken rond hun 62, vrouwen rond 61 jaar. Bij het OESO-gemiddelde is dat respectievelijk op 65 en 64 jaar."
"De maatregelen van de regering zullen daar wel enige impact op hebben. Enerzijds is er de verhoging van de pensioenleeftijd naar 66 en naar 67 in 2030, maar ook de invoer van het bonus-malussysteem."
Wat is het bonus-malussysteem?
De pensioenmalus verlaagt het pensioenbedrag met 2 procent per jaar dat je voor de wettelijke pensioenleeftijd met pensioen gaat. Enkel wie minstens 35 dienstjaren en 7.020 gewerkte dagen heeft, kan de malus omzeilen. De pensioenbonus verhoogt je pensioen met 2 procent per jaar dat je extra werkt na de wettelijke pensioenleeftijd.
De pensioenbonus zal je vanaf 2026 kunnen krijgen, de malus is uitgesteld naar 2027.
Binnenkort voert ons land als één van de laatste OESO-landen zo'n bonus-malussysteem in. Het moet ervoor zorgen dat mensen langer werken.
"De hoogte van de malus komt overeen met de berekeningen die wij gemaakt hebben, dus dat is goed", stelt Tavernier. "Het enige aspect dat wij problematisch vinden, is de loopbaanvoorwaarde van 35 jaar. Die zorgt ervoor dat er een disproportionele impact is op vrouwen, omdat vrouwen minder snel aan die 35 jaar geraken."
Opvallende bevindingen en algemene trends
Het OESO-rapport onthult nog een paar opvallende bevindingen. Bijvoorbeeld dat dankzij het toegekende ouderschapsverlof, een onderbreking van 5 jaar om voor 2 kinderen te zorgen vrijwel geen invloed heeft op het toekomstige pensioen van een vrouw met een gemiddeld inkomen in België. Dat terwijl dit in de OESO gemiddeld haar toekomstige pensioen met 5 procent vermindert.
België behoort ook tot de OESO-landen met de langst toegekende periodes voor het verlenen van langdurige zorg aan familieleden. Bovendien zijn de minimumpensioenen in ons land relatief hoog, aldus het rapport.
Steeds meer landen verhogen de pensioenleeftijd of linken de pensioenleeftijd aan de levensverwachting
Wouter De Tavernier, pensioenexpert bij OESO
Tot slot merkt OESO-expert Wouter De Tavernier nog een algemene trend op. "Vooral in Europa zijn landen bezig met het duurzamer maken van hun systemen: steeds meer landen verhogen de pensioenleeftijd of linken de pensioenleeftijd aan de levensverwachting. Noorwegen zal binnenkort het 10e OESO-land zijn dat dit doet."

