In Soedan, in het oosten van Afrika, heeft de paramilitaire groepering Rapid Support Forces (RSF) een eenzijdig humanitair staakt-het-vuren aangekondigd. Volgens hun leider zullen ze de komende 3 maanden een gevechtspauze respecteren. Maar het blijft afwachten of dit in de praktijk iets zal opleveren.
Rebellengroep RSF kondigt in Soedan eenzijdig humanitair staakt-het-vuren van 3 maanden aan
Begin deze maand gingen de RSF-rebellen al akkoord met een humanitair bestand, na een voorstel van Amerikaanse bemiddelaars, maar het leger ging daar toen niet op in en de gevechten tussen de 2 kampen gingen gewoon voort.
"Als reactie op de internationale inspanningen, met name het initiatief van de Amerikaanse president Donald Trump en de bemiddelaars, kondigen we een humanitair bestand aan waarbij de vijandelijkheden gedurende 3 maanden worden gestaakt", heeft leider Mohamed Daglo nu gezegd in een opgenomen videotoespraak.
Toch blijft het volgens collega Katrien Vanderschoot, die Afrika volgt, afwachten of dit iets zal opleveren. "Het blijft zeer fragiel. Het leger en de paramilitairen staan al 2 jaar lijnrecht tegenover elkaar. Gisteren nog verwierp het leger een Amerikaans voorstel voor een staakt-het-vuren en riep generaal Burhan de burgers op om naar het front te trekken. Dus heel veel hoop hebben de burgers niet."
Het probleem in Soedan is dat er veel andere belanghebbenden bij dit conflict betrokken zijn. "De Verenigde Arabische Emiraten bemiddelen, maar steunen ook de militie RSF", legt Vanderschoot uit. "Het leger krijgt steun van Egypte en Saudi-Arabië. En dat zijn allemaal bondgenoten van de VS, die dus een beetje dubbel spel spelen."
Ergste humanitarie crisis
Het conflict in Soedan is al meer dan 2 jaar aan de gang. Sinds april 2023 zijn de paramilitairen in oorlog met het leger. Op 26 oktober heeft de RSF de macht over al-Fashir, in de regio Darfoer in het westen van Soedan, ingenomen. Daarna kwamen er verschillende meldingen van extreme bloedbaden en oorlogsmisdaden.
Soedanezen die gevlucht zijn uit de stad al-Fashir hebben aan mensenrechtenorganisatie Amnesty International gezegd dat ze zijn beschoten, geslagen of gegijzeld door rebellen van de RSF. Vrouwen vertellen dat zij, en vaak ook hun dochters, tijdens hun vlucht werden tegengehouden en verkracht.
Volgens cijfers van de Verenigde Naties heeft de oorlog in Soedan al aan ruim 40.000 mensen het leven gekost. Maar volgens hulporganisaties is het werkelijke aantal nog vele malen hoger.
Al meer dan 14 miljoen mensen zijn gedwongen hun huis te verlaten. De helft van de Soedanese bevolking lijdt honger. De VN noemt de situatie in Soedan de ergste humanitaire crisis ter wereld.

