De 5.200 putten aan de voet van de Andes in het zuiden van Peru waren wellicht een marktplaats voor ruilhandel en een boekhoudsysteem. Dat is de conclusie van onderzoek op basis van dronebeelden en grondstalen. Daarmee werpen wetenschappers eindelijk wat meer licht op het raadsel van het puttenlint.
Geen aliens of graven, maar marktplaats voor ruilhandel: lint van eeuwenoude putten in Peru geeft geheimen prijs
Samenvatting:
Onderzoekers denken te weten waar ruim 5.000 mysterieuze putten in het zuiden van Peru voor dienden: als ruilmarktplaats voor goederen.
Uit dronebeelden en bodemonderzoek blijkt dat de putten in patronen zijn aangelegd en sporen bevatten van landbouwgewassen zoals maïs.
Later zouden de Inca's het overgenomen hebben als een soort van boekhoudsysteem.
Het lijkt wel een bandenspoor van een gigantische tractor, de meer dan 5.200 putten die honderden jaren geleden zijn gemaakt aan de voet van de Andes in Peru. Een patroon van anderhalve kilometer lang, 14 tot 22 meter breed, met putten van anderhalve meter breed en een kleine meter diep. Ze zijn allemaal precies uitgelijnd en opgedeeld in secties, met hier en daar stenen muurtjes.
Een bizar beeld en voer voor allerlei theorieën, van heel praktische verklaringen (een reeks waterputten, een verdedigingsbouwwerk of begraafplaats), tot iets fantasierijkere (sporen van aliens).
In elk geval was de functie van die "band of holes" of "Monte Sierpe" (de slangenberg) in de Pisco-vallei tot nu toe een raadsel, dat al stof deed opwaaien sinds er in 1933 luchtfoto's van gepubliceerd werden door National Geographic.
In een nieuwe studie in het wetenschappelijk tijdschrift menen onderzoekers dat ze een redelijk waarschijnlijk antwoord hebben gevonden.
Ruilmarkt of boekhouding avant la lettre
Met drones maakten ze luchtbeelden. Ze ontdekten zo dat de putten niet willekeurig gegraven zijn, maar in uitgekiende blokken.
Verder maakten ze "sedimentanalyses". Ze onderzochten de samenstelling van 21 bodemstalen en vonden sporen van landbouwgewassen zoals maïs en wilde planten, typisch materiaal voor bijvoorbeeld het vlechten van manden in die tijd. Ofwel werden de gaten bekleed met iets van plantenvezels, ofwel werden er gevlochten manden in geplaatst, vermoeden de archeologen.
De constructie zou dateren van de jaren 1000 tot 1400 van onze jaartelling, de tijd van de Chincha-cultuur, en zou daarna nog gebruikt zijn door de Inca's, van 1400 tot 1532. Ze ligt tussen 2 administratieve complexen van de Inca's: Tambo Colorado (nu een fascinerende ruïne) en Lima La Vieja.
Conclusie: volgens de onderzoekers gebruikten mensen in de Chincha-cultuur de plaats als een ruilmarkt - een van de vele hypotheses die eerder al de revue passeerden. Na hen gebruikten de Inca's het voor de opslag en verdeling van goederen, als een soort administratief rekencentrum. Die hypothese past ook bij de strategische ligging, op de kruising van oude handelsroutes.
"Het kan een manier geweest zijn om publiekelijk te tonen hoeveel goederen er beschikbaar waren, en ook welke hoeveelheden een faire ruil waren." Dat zegt hoofdonderzoeker dr. Jacob Bongers tegen National Geographic. De numerieke patronen doen zelfs denken aan de quipu, een techniek met knopen in touwen die Inca's gebruikten om cijfers, aantallen en bijdragen bij te houden. Boekhouding avant la lettre, zeg maar. Al is een werkelijke link tussen beide niet zeker.
Zoals dat gaat in wetenschappelijk onderzoek, is het ook nog niet zeker of dit nu dé verklaring is, maar de onderzoekers vonden in elk geval weinig bewijs dat andere verklaringen kan versterken, zoals dat de putten voor water, verdediging of als begraafplaats dienden. Het zou wél nog altijd een "geoglief" kunnen zijn: een landschapstekening op grote schaal die het in dit geval al pakweg 1.000 jaar uithoudt.

