Het armoederisico in België ligt het hoogst in Brusselse gemeenten als Sint-Joost-ten-Node, Molenbeek en Anderlecht, zo leren nieuwe cijfers van Statbel. Ook bij veel gezinnen in Luik, Charleroi of, jawel, Verviers ligt het inkomen onder de nationale armoedegrens. In Zemst en Galmaarden is het risico op armoede het laagst.
Armoederisico is veruit het hoogst in Brusselse en Waalse gemeenten: kijk hier hoe het zit in jouw gemeente
Toen we, na de intussen beruchte reportage van RTL over werkloosheid, aan de burgemeester van Verviers vroegen wat hij zag als het grootste probleem voor zijn stad, wees hij naar "de concentratie van armoede in bepaalde wijken". Nieuwe cijfers van Statbel over het armoederisico per gemeente (in 2023) bevestigen dat alleen maar.
23,3 procent van de gezinnen in Verviers - bijna 1 op de 4 dus - heeft een inkomen dat lager ligt dan de nationale armoededrempel. Dat is bijzonder hoog, maar Verviers staat daarmee 'nog maar' op plaats 11 van gemeenten met het hoogste armoederisico.
Nationale armoededrempel?
De armoededrempel in ons land wordt door Statbel berekend door te kijken naar het mediaan inkomen van gezinnen in ons land. Om dat te weten te komen, neemt de statistische dienst alle gegevens over het belastbaar en niet-belastbaar inkomen samen (beroepsinkomen, uitkeringen, pensioenen, huurinkomsten, kinderbijslag, inkomen uit kapitaal, …).
Die inkomsten worden voor een heel gezin opgeteld en gecorrigeerd volgens de samenstelling van het gezin. 60 procent van dat mediane inkomen is de nationale armoededrempel. Dat betekent dus ook dat die drempel relatief is: die drempel stijgt of daalt mee met het mediane inkomen van gezinnen in ons land.
Het zijn de Brusselse gemeenten Sint-Joost-ten-Node (33%), Sint-Jans-Molenbeek (31,2%), Anderlecht (28%), Koekelberg (26,2%) en Schaarbeek (26,1%) die de top 5 vormen. Verder staan ook Charleroi, Luik en Dison, een buurgemeente van Verviers, in de top 10.
Buiten die donkere vlek in Brussel valt het opnieuw op hoe je op de kaart in Franstalig België een lijn van west naar oost kunt trekken van gemeenten met een hoog risico op armoede. Die lijn begint in Henegouwen in Quiévrain, passeert langs de steden Bergen, Charleroi, Namen en Luik, en eindigt in het Luikse Wezet.
Het hoogste armoederisico in Vlaanderen vind je in Antwerpen (18,1%), op plaats 26 in de lijst met Belgische gemeenten. Daarna moet je al naar plaats 56 (Ronse, 13,5%) om de eerstvolgende Vlaamse gemeente te vinden.
Ook de gemeenten met het laagste armoederisico liggen allemaal in Vlaanderen: Zemst (3,4%), Galmaarden (3,4%), Horebeke (3,5%), Rotselaar (3,5%) en Herne (3,5%).
Hoogste inkomens aan grens met Luxemburg
De cijfers over het armoederisico zijn natuurlijk gebaseerd op die van de gezinsinkomens. En die gegevens leren dat het mediane inkomen in ons land het hoogst is in 7 gemeenten die tegen Luxemburg aanschurken: Attert, Messancy, Saint-Légern, Aarlen, Etalle, Habay en Fauvillers. Kraainem, De Pinte en Oud-Heverlee vervolledigen de top 10.
De laagste inkomens van ons land zie je opnieuw in Brusselse gemeenten als Sint-Joost, Molenbeek, Anderlecht en Koekelberg. Ook Charleroi, Dison (bij Verviers) en Luik staan in de top 10.
In Vlaanderen vind je de laagste mediane inkomens in Antwerpen, Ronse, Mesen, Oostende en Blankenberge. De hoogste inkomens in Vlaanderen zie je - buiten de al genoemde gemeentes Kraainem, De Pinte en Oud-Heverlee - in Tervuren en Wezembeek-Oppem.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen


