In Gent start het winterplan vanaf vandaag. Er worden dan onder meer extra bedden voorzien in de bestaande nachtopvangcentra voor daklozen, die het hele jaar door open zijn. Er zijn 2 opvangplekken in de stad. Wie doet daar eigenlijk een beroep op? En, hoe werkt het precies?
"Van prematuurtjes tot hoogbejaarden": onze journalist ging langs bij een nachtopvangcentrum voor daklozen in Gent
VRT NWS kon een shift meevolgen en met verschillende medewerkers spreken. Interviews met cliënten waren niet mogelijk, om de rust en privacy te bewaren. *Er is een schuilnaam gebruikt, omdat een medewerker eerder zelf dakloos was en ervoor kiest dat niet iedereen dit weet.
Elke winter zijn er in Gent speciale maatregelen om de grotere vraag aan opvangplaatsen aan te kunnen. Er komen tot 20 extra bedden bij op de 2 bestaande locaties waar het hele jaar door opvangplekken zijn voor daklozen. Ze brengen de maximumcapaciteit op een 90-tal slaapplaatsen. Er zijn, zeker als het koud is, soms nog meer gegadigden. Gent boekt dan, als het nodig is, extra bedden bij in hotels. De stad betaalt de kosten voor de winterplekken zelf, nadat de federale regering de steun heeft ingetrokken.
"Als het koud is, is er plots meer aandacht voor daklozen, maar die zijn er natuurlijk het hele jaar door. Het is uiteraard extra schrijnend als mensen in de vrieskou buiten slapen. Zeker omdat er altijd nog andere zaken spelen dan de dakloosheid alleen", zegt Joost*. Hij werkt intussen al 10 jaar in de nachtopvang Nieuwland voor het Centrum voor Algemeen Welzijn (CAW). Daar zijn de meeste bedden.
De meeste cliënten hebben een budget, in de vorm van een uitkering, een pensioen of een loon, maar kunnen geen vast onderkomen vinden
Joost van nachtopvang Nieuwland
"Er komen hier op jaarbasis 800 unieke gebruikers. Sinds vorige zomer is de druk enorm toegenomen. We hebben hier alle leeftijden: prematuurtjes tot hoogbejaarden. Het aantal vrouwen is intussen gegroeid naar 30 procent van de bezetting, en we zien ook veel meer erkende vluchtelingen. Het gros van de mensen heeft een inkomen, soms ook werk, maar kan - om heel diverse redenen - geen vast onderkomen vinden."
Stad Gent start winterplan op voor dak- en thuislozen
"Het stereotype beeld klopt al lang niet meer. 'Zakkenman' komt hier niet", zegt Joost. "De meeste mensen die we opvangen, zien eruit zoals jij en ik. Je kan ze er niet uit halen als je ze op straat ziet lopen. Het zijn mensen waar iets misgaat en waar geen vangnet of netwerk is. Het kan dan heel snel gaan", beaamt Lander Vanoverstraeten. Hij is coördinator en werkt voor Huize Triest, de nachtopvang van de Broeders van Liefde.
"Iedereen die hier komt, deelt een extreme kwetsbaarheid. We zien veel meer mensen met dubbele diagnoses. Ze hebben psychische problemen én een verslaving", zegt Joost. "Zulke mensen zijn op straat een vogel voor de kat. De groep die hier dagelijks of wekelijks komt, is zo beschadigd. We kunnen, door veiligheid aan te bieden, de kwaliteit van hun leven proberen te verbeteren en de schade verder beperken."
De aanmelding: via een hulpverlener én een telefonische reservatie
Niet iedereen kan zomaar een beroep doen op een bed in de nachtopvang. "We werken samen met 800 hulpverleners in Gent. Zij melden mensen aan die in aanmerking kunnen komen. Wie een aanmelding heeft, kan 2 weken lang inbellen om een bed te reserveren", legt Joost uit. De mensen die een beroep willen doen op de opvang, moeten een band hebben met de stad.
"Een cliënt die aangemeld wordt, stapt in een soort traject. Elke 2 weken is er contact met een hulpverlener nodig, zo houden we de mensen op de radar", zegt Sien Volders. Zij is brugfiguur bij het CAW. "In de nachtopvang werken geen hulpverleners. Hier staat de veiligheid centraal. De mensen moeten hun verhaal niet doen, ze kunnen hier tot rust komen. Ze zijn vaak ook uitgeput van het leven op straat."
De hulpverleners die aanmelden zijn straathoekwerkers, maatschappelijk werkers en mobiele teams. Ze werken voor CAW, OCMW, verslavingscentra, geestelijke gezondheidszorg en de stad. Een verblijf in de opvang zit altijd in een breder traject. "Als het vriest, gaan we 's nachts vaker op ronde. In sommige gevallen brengen we zelfs mensen naar de centra", zeggen straathoekwerkers Maya Debel en Bart Guillemyn. Zij passeren tijdens hun patrouille af en toe om poolshoogte te nemen.
De telefoonlijnen gaan om 11 uur een eerste keer open. Alle bedden zijn vaak na enkele minuten al gereserveerd. "Daklozen verzekeren zich snel van een bed, dat past in de overlevingsstrategie", zegt Joost.
"In de loop van de dag ontstaan er nieuwe opties: ze kunnen logeren bij vrienden of kennissen, of vinden elders een onderkomen. Ze moeten dan afbellen, als ze dat niet doen verliezen ze tijdelijk het recht op een bed. Er komen dus altijd bedden vrij." De lijnen gaan dan later, om 14 uur, nog een keer open.
De voorbereidingen: neutrale omgeving en strenge regels
Rond 20 uur starten de laatste voorbereidingen voor de avond- en nachtshift. Medewerker Maarten Moons, die een verleden heeft als portier, passeert nog eens langs de dan nog lege kamers. "De lakens liggen klaar op het bed, het is heel basic en neutraal. Er zijn 3 verdiepingen, met kamers voor 1, 2 of 3 personen. Er zijn ook gezinskamers met apart sanitair, voor de veiligheid van de kinderen."
Een collega van Moons zet in de keuken koffie, soep en brood klaar. Er is een grote refter en een doucheruimte voor wie zich wil verfrissen.
Een andere medewerker bekijkt de namenlijst op de computer en stelt de kamers samen. "We kunnen niet iedereen bij elkaar leggen, door conflicten of coalities op straat. Het team kent de meeste mensen al lang, waardoor ze dat goed kunnen inschatten", zegt Joost.
"Er zijn 3 heldere en strenge regels: geen agressie, geen drugsgebruik of dealen in de nachtopvang, en geen diefstal. Wie zich daaraan houdt, mag binnen."
Voor wie op straat leeft, is duidelijkheid belangrijk: wij stellen geen vragen, maar bieden wel rust en veiligheid
Joost van nachtopvang Nieuwland
"We checken de cliënten visueel en houden soms een kort informeel gesprek. We gaan hun spullen niet controleren of bekijken. Wij stellen geen vragen. De regels zijn duidelijk. Sommige mensen zijn onder invloed, of in volle psychose. Wie geen overlast creëert, kan blijven", stelt Joost. "Het helpt dat ik vroeger ook zelf op straat heb geleefd, het helpt om een inschatting te maken."
"De heldere regels zorgen ervoor dat hier een opvallende rust heerst. We hebben een 30-tal zware agressiegevallen per jaar." Dat komt neer op 1 incident om de 2 weken. "Dat is relatief weinig, als je kijkt naar de bezetting. Ik zie vandaag op de lijst een zwangere moeder met kind, een bejaarde vrouw met een beperking, een terminale man en erkende vluchtelingen." Er zijn overigens ook mensen die bewust wegblijven uit de nachtopvang, omdat zij het wél als riscovol ervaren. De situatie zou wel fors verbeterd zijn.
De eerste shift
Om 21 uur gaat de poort van het opvangcentrum open en kunnen cliënten die een bed hebben, zich aanmelden. "Ah, dat is lang geleden", zegt Moons tegen een vrouw. "Hoe gaat het?" De begroeting is joviaal. "Het gewone menselijke contact, zonder oordeel, is heel belangrijk", benadrukt Volders.
Een man met lelijke spuitwonden op de arm wordt aangesproken. "Daar moet je naar laten kijken, dat ziet er niet goed uit", zegt Moons. "Door die kleine opmerkingen, kunnen we impact hebben", zegt Joost. "Het team ziet deze mensen vaak en bouwt een band op, zelfs met cliënten waar dat soms onmogelijk lijkt."
Een vrouw komt een extra deken vragen. Volders slaat een kort praatje. "Ik ga, ook overdag, naar inloopcentra en ga er bij mensen zitten. De bedoeling is dat ik door gesprekken en observaties, in kaart probeer te brengen wat er écht speelt, los van het verhaal dat ze vertellen. Ik ben een soort factchecker", lacht ze. De bedoeling is dat ze zo gepaste hulpverlening kan zoeken, als die nodig en wenselijk is.
Soms werkt het. "Een man die hier al jaren komt en die vaak echt lastig was, bleek uiteindelijk erg autistisch. We hebben op heel korte termijn veel voor die man kunnen doen sinds we dat weten. Zijn leven is veranderd en kwalitatiever geworden, hij neemt nu voorzichtig nieuwe stappen", zegt Joost.
Na een dik kwartier zijn de meeste mensen binnen. Ze halen snel iets te eten, rusten even uit in de refter en laden er hun gsm of laptop op. Sommigen worden meteen naar de kamer gestuurd, om gedoe te vermijden. Om 22 uur moet iedereen op de lijst er zijn. Wie niet opdaagt, is zijn bed kwijt. Om 22.15 uur gaan de lijnen voor een laatste keer open om de vrijgekomen plaatsen te verdelen.
De laatste lichting
Een medewerker beantwoordt de telefoontjes snel en verdeelt de plaatsen over beide centra. "We hebben meestal nog meer dan 10 bedden te verdelen. Het is dus niet zo dat we altijd helemaal volzet zijn en dat niemand er nog binnen geraakt. Dat wordt gezegd, maar dat klopt niet", zegt Joost. Het gaat opnieuw erg snel. De telefonist moet na een tijdje nieuwe bellers ontgoochelen. "Er is nu geen plaats meer, het spijt me."
We zijn de hele nacht paraat en gaan op ronde, we treden op bij noodsituaties
medewerker Maarten Moons
De laatste groep daklozen die nog een kamer kon reserveren, meldt zich aan en kan nog tot 23 uur terecht in de keuken. Dan gaan de meeste mensen naar bed. "We blijven heel de nacht paraat", zegt Moons. "We gaan op ronde en cliënten kunnen ons alarmeren als er iets aan de hand is. We respecteren de privacy en gaan niet zomaar kamers binnen. Behalve in noodsituaties."
Om 6.30 uur komt de ochtendploeg. De cliënten kunnen nog iets eten en moeten om 9 uur ten laatste het centrum verlaten. "Ze gaan dan terug de straat op." Er zijn in Gent overdag inloopcentra waar ze terechtkunnen, tijdens het winterplan zijn die centra ook langer en vaker open. Gent werkt bovendien aan een plan om de daklozenopvang (overdag en 's nachts) fors uit te breiden.
"Veel miserie maar ook heel veel menselijkheid"
"Het is heel vreemd, maar deze job heeft mijn mensbeeld verbeterd", zegt Volders. "Er is veel pijn, trauma en drama. De kwetsbaarheid en de uitzichtloosheid zijn groot, maar tegelijk is er ook zoveel menselijkheid. Dit blijven gewoon ook vaders, moeders, kinderen van, mensen die werken, patiënten die in behandeling zijn. Het zijn mensen met een groot eigen verhaal. Daar zit ook veel kracht in."
"Voor mij is dit geen donkere plek", beaamt ook Joost. "Natuurlijk neem je dingen mee naar huis. Als je hier kinderen ziet, of als je een agressieve dementerende bejaarde moet wegsturen die de straat op moet. Dat blijft me raken. Tegelijk creëren we hier een rustpunt voor de andere mensen die anders geen rust vinden."
"Nood aan meer divers aanbod"
"De extra bedden in de winter zijn welkom, maar ze zijn geen structurele oplossing voor het daklozenprobleem", zegt Joost. "Ze creëren volgens mij ook een aanzuigeffect. Andere lokale besturen doen veel minder dan Gent. De stad is een beetje het slachtoffer van een erg goed armoedebeleid", zegt ook Vanoverstraeten. "De wil is er zeker om nieuwe stappen te zetten, maar er moet natuurlijk geld zijn."
In het bestuursakkoord van de stad Gent staat dat er een evaluatie van de nachtopvang komt. "Er zijn geen nieuwe dure studies nodig. We pleiten al jaren voor hetzelfde: een divers aanbod, met het oog op verschillende doelgroepen. Er moet gewerkt worden aan tussenoplossingen, waardoor mensen uitzicht hebben. Er moet meer zijn dan of noodopvang, of een woning. Het lijkt nu nog te vaak dat het 1 van die 2 moet worden. Er zijn al goede initiatieven, maar die moeten nog verder uitgebouwd worden."
Er is een plaats nodig waar chronische daklozen met complexe problemen permanent gepaste zorg krijgen, dat is ook voor de maatschappij beter
straathoekwerker Maya Debel
Zeker nu het aantal buitenslapers toeneemt en dakloosheid zichtbaar wordt in de stad, komt er kritiek over het feit dat niet iedereen de nachtopvang kan en wil gebruiken. "Er wordt nagedacht over het weghalen van de drempels. Daar moet de stad mee opletten. 95 procent van de werking loopt goed, door de strikte regels", zegt Joost. "Wél moet er veel naast komen, om andere groepen te helpen. En, om de mensen die hier al jaren komen, elders goed op te vangen. Zo komen er bedden voor acute noodgevallen vrij."
"Het idee moet zijn dat er recht op zorg is", zegt straathoekwerker Guillemyn. "Er moet een zorghostel komen waar mensen die chronisch dakloos zijn en echt nergens anders terechtkunnen, opgevolgd en verzorgd kunnen worden. Het is beter voor de maatschappij dat die mensen er een plaats krijgen, in de plaats van de straat", besluit collega Debel.
Hoeveel daklozen zijn er in Gent? Er zijn volgens de laatste telling (uit 2023) 2.500 dak- en thuislozen in Gent. Mensen die uit noodzaak tijdelijk bij vrienden en familie logeren, de zogenaamde sofaslapers, zijn meegerekend. Ook mensen die in een instelling, ziekenhuis, gevangenis of afgekeurde woning verblijven, zitten in de cijfers. Het rapport maakt een uitgebreide uitsplitsing per categorie . Ruim 700 mensen waren acuut dakloos. Ze woonden op het moment van de telling op straat, verbleven in de nachtopvang of woonden in een kraakpand, tent, garage of auto. Door de wooncrisis en door een instroom van erkende vluchtelingen, vooral uit Eritrea, is het aantal acute daklozen de voorbije jaren fors gestegen. Volgens middenveldorganisaties zijn er 3.000 mensen zonder vaste verblijfplaats in de stad.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen







