Het Europees Parlement heeft een versoepeling van de zorgplichtwet doorgevoerd, ook wel de "anti-wegkijkwet- genoemd. Die verplicht bedrijven wantoestanden in hun aanvoerketens op te sporen en aan te pakken, maar die regels worden nu afgezwakt en beperkt tot grote bedrijven. De versoepeling kreeg een meerderheid door de steun van uiterst rechtse fracties.
"Broodnodige verlichting van lasten" of "vrijgeleide om kinderarbeid te negeren"? Europees Parlement versoepelt "anti-wegkijkwet" voor bedrijven
Het debat draaide al maanden rond de vraag hoe streng Europa bedrijven mag verplichten om wantoestanden zoals kinderarbeid, dwangarbeid of illegale ontbossing bij hun leveranciers te identificeren en aan te pakken.
Voorstanders vinden dat bedrijven de verantwoordelijkheid hebben om uitbuiting in hun globale ketens te bestrijden, terwijl tegenstanders (vaak uit industriële hoek) vinden dat zware wetgeving te veel administratie oplegt aan bedrijven en dat het de concurrentiekracht van Europese bedrijven vermindert.
Tweede stemming
Tijdens de vorige Europese plenaire vergadering eind oktober lag een eerste compromis op tafel tussen de christendemocratische EVP, de socialisten en de liberalen. Tijdens een geheime stemming werd toen verrassend geen akkoord bereikt.
Daardoor moest opnieuw gestemd worden, maar dit keer diende de EVP verschillende aparte amendementen in. Die werden uiteindelijk allemaal aangenomen: 382 parlementsleden stemden voor, 249 tegen en 13 onthielden zich. De uiterst rechtse fracties Patriots for Europe en ESN, alsook de conservatieve fractie ECR, stemden deze keer wél voor de versoepeling.
De liberale en socialistische fracties hadden aangekondigd dat ze het voorstel zeker niet zouden steunen als er steun van uiterst rechts kwam. Toch stemden uiteindelijk 15 sociaaldemocraten en 17 liberalen voor de aanpassing. Onder hen ook Hilde Vautmans van Open VLD. Volgens haar is de versoepeling "een broodnodige verlichting van de lasten voor onze bedrijven".
Wat verandert er nu precies?
De nieuwe zorgplichtwet zal enkel gelden voor bedrijven met meer dan 5.000 werknemers en een jaaromzet van minstens 1,5 miljard euro. Ook de verplichtingen rond duurzaamheidsrapportering worden fors ingeperkt. Die rapportering houdt in dat bedrijven gedetailleerd moeten bijhouden welke impact ze hebben op klimaat, milieu en arbeidsomstandigheden, en dat ze risico’s in hun volledige keten in kaart moeten brengen.
Dat is een complexe en kostelijke oefening met audits, dataverzameling en risicoanalyses. Volgens de EU is zo’n rapporteringsplicht nauwelijks haalbaar voor kleine en middelgrote ondernemingen, die niet beschikken over de gespecialiseerde teams of middelen die grote bedrijven wel hebben.
Bovendien hebben multinationals, met hun wereldwijde ketens en grotere voetafdruk, de grootste impact en dus ook de grootste verantwoordelijkheid. Daarom worden de verplichtingen vooral tot die grote spelers beperkt.
Tegelijk verdwijnen een aantal verplichtingen volledig. Bedrijven moeten bijvoorbeeld geen klimaattransitieplan meer opstellen, en kunnen ook niet meer burgerlijk aansprakelijk worden gesteld wanneer wantoestanden in de toeleveringsketen worden vastgesteld.
"Multinationals krijgen een vrijgeleide om kinderarbeid te negeren"
CD&V-Europarlementslid Wouter Beke laat weten tevreden te zijn dat "Europa regels eenvoudiger maakt, niet ingewikkelder" en zegt dat er volgens hem geen onderhandelingen zijn geweest met de uiterst rechtse fracties.
De groenen en de sociaaldemocraten verwijten de EVP dat ze bewust de weg heeft vrijgemaakt voor samenwerking met de uiterste rechterzijde om een uitgeklede versie van de wet erdoor te duwen.
Europarlementslid Sara Matthieu (Groen) spreekt van een fractie die "elk compromis heeft geweigerd". Kathleen Van Brempt (Vooruit) waarschuwt dat multinationals nu "een vrijgeleide krijgen om kinderarbeid of uitbuiting te negeren".
