In Rome is de bijbel van hertog Borso D'Este uit de 15e eeuw tentoongesteld, een van de meest spectaculaire voorbeelden van verlichte manuscripten uit de renaissance. Dat gebeurt in het kader van de viering van het Heilig Jaar van het Vaticaan.
"Mona Lisa van verluchte manuscripten": Italië pakt uit met bijbel van hertog Borso D'Este uit 15e eeuw
De tweedelige Borso D'Este-bijbel, die bekendstaat om zijn weelderige miniatuurschilderingen in goud en lapis lazuli uit Afghanistan, is onthuld in de Senaat en is daar tot 16 januari te zien.
De bijbel wordt normaal bewaard in een kluis in een bibliotheek in Modena en wordt zelden in het openbaar gezien. De kostbare boeken zijn onder zware beveiliging naar Rome vervoerd en de aankomst in de Senaat werd op televisie uitgezonden, terwijl arbeiders twee grote rode kratten uit een onopvallende bestelwagen sleepten en vervolgens de in bubbeltjesplastic verpakte delen eruit haalden.
De bijbel is tussen 1455 en 1461 in opdracht van hertog Borso D'Este gemaakt door kalligraaf Pietro Paolo Marone en illustratoren Taddeo Crivelli en Franco dei Russi. Het ministerie van Cultuur beschouwt het als een van de hoogste uitingen van miniatuurkunst "die heilige waarde, historische relevantie, kostbare materialen en verfijnde esthetiek verenigt".
Tijdens de tentoonstelling in Rome blijft de bijbel achter vochtgecontroleerd plaatglas, maar bezoekers kunnen hem digitaal "lezen" via touchscreens met afbeeldingen in ultrahoge resolutie.
Bijbel lezen
Alessandra Necci, directeur van Gallerie Estense in Modena, waar de bijbel normaal wordt bewaard, beschrijft hem als de "Mona Lisa van de verluchte manuscripten" vanwege zijn voortreffelijke artistieke en religieuze inspiratie.
Aartsbisschop Rino Fisichella, die verantwoordelijk is voor de jubileumviering van het Vaticaan, hoopt dat bezoekers geïnspireerd zullen raken om thuis hun eigen bijbel te lezen na het zien van de schoonheid van de versie van Borso D'Este.
Volgens Necci gaf Borso D'Este destijds een exorbitant bedrag uit aan de creatie van het duurste boek van die tijd. Door deze weelde te tonen, wilde de hertog "niet alleen het heilige boek bij uitstek eren, maar ook de verheven gedachte die hij van zichzelf en zijn dynastie koesterde", zegt ze.
Habsburgers
De bijbel bleef in de familie Este totdat de laatste hertog, Francesco V van Oostenrijk-Este, hem meenam toen hij in 1859 naar Wenen vluchtte, volgens een geschiedenis van de bijbel op de website van de Senaat.
Het werk bleef in Wenen in handen van de Habsburgers, zelfs toen het Oostenrijks-Hongaarse rijk na de Eerste Wereldoorlog uiteenviel. In 1922, na de dood van aartshertog Karel I, besloot zijn weduwe Zita van Bourbon-Parma het te verkopen aan een Parijse antiquaar.
Giovanni Treccani, een Italiaanse ondernemer en mecenas, hoorde van de verkoop en reisde in 1923 naar Parijs om de bijbel te kopen. Hij betaalde er 3.300.000 Franse frank voor. Treccani, wiens naam tegenwoordig bekend is als uitgever van toonaangevende Italiaanse encyclopedieën, schonk het werk vervolgens aan de Italiaanse staat.
