We hebben te weinig aandacht voor de geestelijke gezondheid van jonge kinderen tot 5 jaar. Daarvoor waarschuwt de Hoge Gezondheidsraad in een nieuw advies. Die eerste levensjaren zijn nochtans cruciaal om grotere mentale problemen op latere leeftijd te voorkomen. Vandaag is de zorg te versnipperd en niet laagdrempelig genoeg, waardoor een diagnose vaak pas laat volgt.
Hoge Gezondheidsraad waarschuwt: dringend meer aandacht nodig voor mentale gezondheid van jonge kinderen
Hoe vroeger je de eerste tekenen van mentale gezondheidsproblemen oppikt, hoe beter. Want des te sneller je moeilijk lopende ontwikkelingen kan ombuigen, des te meer leed je bespaart op latere leeftijd.
Dat stelt de Hoge Gezondheidsraad in hun nieuw advies , waarin men oproept om meer aandacht te besteden aan de mentale gezondheid van kinderen tot 5 jaar.
In die eerste levensjaren ontwikkelt het kind zich bijzonder snel, stelt het rapport. En de hersenplasticiteit is aanzienlijk groot, waardoor het kind bijzonder ontvankelijk is voor zowel positieve en negatieve ervaringen.
Daarom loont het om tijdens die 5 jaren in te zetten op de mentale gezondheid van het kind, want dat zorgt voor beter ontwikkelde sociale, emotionele en cognitieve vaardigheden.
Tijdens zwangerschap
Zelfs tijdens de zwangerschap houdt de moeder best al rekening met de mentale gezondheid van haar kind, zegt Jean Steyaert van de Hoge Gezondheidsraad. "Gezonde voeding is belangrijk tijdens de zwangerschap, terwijl hoge stress en middelengebruik absoluut vermeden moet worden."
De mentale gezondheid van heel jonge kinderen hangt samen met de geestelijke gezondheid van de ouders
Eva Cloet, onderzoeker en directeur bij het Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen van het UZ Brussel
Eva Cloet, onderzoeker en directeur bij het Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen van het UZ Brussel, beaamt dat in De Ochtend op Radio 1. "De mentale gezondheid van heel jonge kinderen hangt samen met de geestelijke gezondheid van de ouders. En die impact is groot, ook op de verdere ontwikkeling van het kind."
Dat klinkt misschien evident, maar voor kwetsbare groepen is het dat niet, stelt Steyaert. "De gemiddelde Vlaming is goed geïnformeerd als hij aan kinderen begint, maar kwetsbare groepen zijn dat veel minder. En net daar zien we bij jonge kinderen op termijn de meeste mentale gezondheidsproblemen."
Observeren en sensibiliseren
Hoe kan je weten of je kind mentale gezondheidsproblemen heeft? Dat begint bij observeren, zegt Cloet.
"Je bekijkt dan of het gedrag van het kind afwijkt, dat er bijvoorbeeld minder sociale interactie is, minder aankijkgedrag. Of je observeert hoe het kind communiceert. Dat kan zowel in een onderzoekssituatie, als thuis of bij de onthaalmoeder of crèche."
Al is het voor artsen en onderzoekers moeilijk om die signalen vroeg op te pikken, omdat ze slechts een beperkt aantal contacturen hebben met het jonge kind.
Daarom moet er ingezet worden op sensibilisering, zowel bij andere zorgprofessionals als bij de omgeving van gezinnen met jonge kinderen. "Zo kunnen ook zij sneller signalen oppikken en eventueel doorverwijzen naar de juiste zorg indien ze ongerust zijn over de mentale ontwikkeling van het kind", stelt Cloet.
Is er te weinig aandacht voor de geestelijke gezondheid van jonge kinderen?
Betere opvolging door professionals en omgeving
Om te kunnen doorverwijzen, moet het wel duidelijk zijn waar je terechtkan als je ongerust bent. En ook daar loopt het mis: "Er is nood aan meer afstemming tussen de verschillende hulpverleners die met het kind of het gezin werken. Enkel zo kan er voor continuïteit gezorgd worden."
Vaak zijn professionals daarvoor te verzuild binnen hun eigen specialisme, merkt Steyaert op. "Vroedvrouwen weten veel over vroedkunde, maar minder over mentale problemen bij ouders of ontwikkelingsproblemen bij zuigelingen. Pediaters weten daar dan weer meer over, maar hebben dan bijvoorbeeld geen toegang tot het gynaecologisch dossier van de moeder", legt Steyaert uit.
"Als verpleegkundigen zich op de materniteit bijvoorbeeld al zorgen maken, zou dat meteen gecommuniceerd moeten worden naar de mensen die het gezin verder opvolgen", vindt Cloet.
Die opvolging is er vandaag al dankzij 'opvolgschriftjes', maar moet nog preventiever en intensiever, besluit Cloet. En dat dus door alle mensen die het kind en het gezin omringen.

