Naar hoofdinhoud

Adolf Hitler had genetische afwijking waardoor hij mogelijk micropenis had, blijkt uit nieuw onderzoek

Artikel luisteren
7min
Meer info

Adolf Hitler leed aan het syndroom van Kallmann, een genetische afwijking waardoor hij mogelijk een micropenis had. Dat blijkt uit genetisch onderzoek dat de documentaire 'Hitler's DNA: blueprint of a dictator' uit de doeken doet. Het ontkracht ook de mythe dat de dictator van nazi-Duitsland Joodse voorouders had.

Trees Vanhoutte
Gepubliceerd:

Het onderzoek dat in 'Hitler's DNA: blueprint of a dictator' wordt gepresenteerd, werd uitgevoerd door een team van wetenschappers onder leiding van de Britse geneticus Turi King. Ze werkte voor het project samen met de Duitse historicus Alex Kay (Universiteit van Potsdam), die gespecialiseerd is in de geschiedenis van het Derde Rijk. De Britse tv-zender Channel 4 zendt de documentaire vanavond uit.

De wetenschappers konden hun analyse uitvoeren dankzij een met bloed bevlekt stuk stof van de sofa waarop Hitler en Eva Braun op 30 april 1945 zelfmoord pleegden in hun 'Führerbunker' in Berlijn. 

Na de Tweede Wereldoorlog werd het stukje stof afgesneden door de Amerikaanse kolonel Roswell P. Rosengren, die het later aan het World War II American Experience Museum in Gettysburg schonk, in de Amerikaanse staat Pennsylvania. 

Daar werd de lap recent onderzocht door een internationaal team van genetici en forensisch analisten. Tot hun verbazing bleek nog voldoende biologisch materiaal aanwezig in de opgedroogde bloedvlekken om een gedeeltelijk genoom te reconstrueren.

Hitlers bunker "de Führerbunker" waar hij zichzelf van het leven beroofde op 30 april 1945.

Onderzoek met een Belgische link

Om te bevestigen dat het bloed werkelijk van Hitler afkomstig was, vergeleken de onderzoekers de genetische sequentie met die van een verre mannelijke verwant van de dictator. Dat DNA-staal was meer dan 10 jaar geleden verzameld door de Belgische journalist Jean-Paul Mulders, die destijds onderzoek deed naar mogelijke nazaten van Hitler.

De verwant, een Oostenrijker die in Mulders' publicatie wordt aangeduid als "Norbert H.", behoort tot dezelfde mannelijke familielijn als Hitlers vader Alois. De Y-chromosoomanalyse tussen dat staal en het bloed van de sofa leverde een perfecte match op, waarmee het bloed dus zeker afkomstig is van Hitler.  

Genetische mutatie

Het genetisch profiel van Hitler vertoont volgens King duidelijke sporen van een mutatie in het PROK2-gen, dat verband houdt met het zogeheten Kallmann-syndroom. Die zeldzame aandoening belemmert de aanmaak van bepaalde hormonen die de puberteit op gang brengen en kan leiden tot lage testosteronwaarden en onderontwikkelde geslachtsorganen.

De resultaten sluiten aan bij een medisch rapport van Hitler uit 1923, toen hij in gevangenschap zat na een mislukte staatsgreep. Daarin werd al melding gemaakt van "rechtszijdige cryptorchidie", de medische term voor een niet-ingedaalde rechtertestikel.

Het DNA-bewijs versterkt volgens King die diagnose en maakt het aannemelijk dat Hitler inderdaad aan het Kallmann-syndroom leed. Dat zou betekenen dat hij mogelijk een micropenis had, iets wat bij ongeveer 10 procent van de patiënten voorkomt. 

Volgens King illustreert de genetische analyse op ironische wijze hoe ver Hitler zelf afweek van het ideaal dat hij voor anderen opstelde: "Als Hitler zijn eigen genetische resultaten had gekend, zou hij zichzelf waarschijnlijk tot de mensen hebben gerekend die hij wilde uitsluiten."

Adolf Hitler en Eva Braun.

Geen uitsluitsel over psychische aandoeningen

De onderzoekers hebben ook een deel van Hitlers genoom geanalyseerd op genetische aanleg voor psychische aandoeningen, via zogenoemde polygenetische risicoscores. Daaruit bleek een verhoogde kans op autisme, ADHD, schizofrenie en bipolaire stoornis.

Toch benadrukken de betrokken onderzoekers dat zulke scores slechts wijzen op statistische tendensen binnen een populatie en niet op individuele diagnoses.

"We kunnen niet zeggen dat Hitler die aandoeningen effectief had", zegt King. "De genetica kan enkel aangeven dat hij een hogere genetische kwetsbaarheid had. Gedrag kun je daar niet rechtstreeks uit afleiden."

Geen Joodse afkomst

Een andere hardnekkige mythe die het onderzoek ontkracht, heeft te maken met Hitlers afkomst. Al sinds de oorlog doen geruchten de ronde dat zijn grootvader aan vaderskant Joods zou zijn geweest. Die speculatie ontstond omdat zijn vader, Alois Hitler, buitenechtelijk werd geboren en de identiteit van diens biologische vader nooit met zekerheid werd vastgesteld.

Volgens de DNA-resultaten is daar echter geen enkel spoor van te vinden. De onderzoekers vergeleken Hitlers DNA met dat van goed bestudeerde etnisch Joodse groepen, zoals Ashkenazische, Sefardische en Mizrahische Joden. Deze groepen leefden vaak relatief geïsoleerd en trouwden vooral binnen hun eigen gemeenschap, waardoor bepaalde genetische kenmerken veel vaker voorkomen. 

In Hitlers DNA werden zulke kenmerken niet aangetroffen: zijn genetisch profiel sluit volledig aan bij een "algemene" Centraal-Europese, Oostenrijks-Duitse herkomst. Hoewel genetische data nooit absolute zekerheid kunnen bieden over iemands volledige etnische achtergrond of religieuze identiteit, vonden de onderzoekers in het bloed van Hitler dus geen enkele aanwijzing voor Joodse voorouders.

Controverse

Het onderzoek dat in de documentaire wordt gepresenteerd duurde 7 jaar, maar is zeker niet zonder controverse. Verschillende laboratoria en universiteiten weigerden om mee te werken uit vrees dat het project onethisch zou zijn. 

Critici vinden een DNA-analyse van Hitler te sensationeel en vrezen dat zo'n onderzoek – hoe zorgvuldig ook uitgevoerd – ongewild kan bijdragen aan het verder opblazen van de mythe rond de figuur van Hitler. 

Bovendien wilde geen van Hitlers nog levende familieleden meewerken of een DNA-staal afstaan. Daardoor moest het team van onderzoekers gebruik maken van de al bestaande stalen, wat dan weer ethische vragen oproept over toestemming en privacy. 

King erkent dat het onderzoek zich in een moreel spanningsveld bevindt. "Het was onvermijdelijk dat iemand dit ooit zou proberen", zegt ze. "Dan doe ik het liever op een manier die gecontroleerd, transparant en verantwoord is. De wetenschap kan helpen mythes te ontkrachten, zolang we duidelijk maken wat ze wel en niet kan bewijzen."

Volgens King kan genetisch onderzoek historische inzichten verdiepen, maar nooit menselijke keuzes of morele verantwoordelijkheid vervangen. "DNA kan verklaren hoe iemand in biologische zin in elkaar zat", legt ze uit. "Maar het vertelt niets over ideologie, macht, haat of morele overtuiging. Dat blijft het terrein van de geschiedenis, niet van de genetica."

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"