De Florentijnse diamant, een eeuwenoude diamant die meer dan 100 jaar spoorloos was, blijkt al die tijd in een kluis in Canada te hebben gelegen. En prins Lorenz, de man van prinses Astrid, blijkt dat geheim al jaren met zich mee te dragen. Het was de juwelenroof in het Louvre die het mysterie van de kostbare Florentiner aan het licht bracht.
Verdwenen Florentijnse diamant duikt na ruim 100 jaar op, man van prinses Astrid wist al jaren waar juweel lag
Samenvatting:
De Florentijnse diamant, die meer dan 100 jaar verdwenen was, is teruggevonden in een bankkluis in Canada samen met andere Habsburgse familiejuwelen.
Prins Lorenz, de man van prinses Astrid, wist al jaren van het geheim en bezocht samen met familieleden en een juwelier de kluis om de echtheid van de diamant te bevestigen.
De Habsburgers willen de juwelen tentoonstellen in Canada, maar Oostenrijk onderzoekt of het recht heeft op de schat.
Misdaadjournalist Fidelius Schmid van het Duitse magazine Der Spiegel was onlangs in Parijs om verslag te doen van de grote juwelenroof in het Louvre.
Terwijl de juwelen die gestolen werden uit het Franse museum nog niet terecht zijn, kwam Schmid door zijn trip naar Parijs wel toevallig andere verdwenen juwelen op het spoor: de verloren gewaande schat van de Oostenrijkse Habsburgers.
De kostbare juwelen van de keizerlijke familie waren verdwenen na de instorting van Oostenrijk-Hongarije, aan het einde van de Eerste Wereldoorlog.
Tot nu toe werd algemeen gedacht dat de juwelen gestolen waren of omgekat waren. Maar nu blijkt dat veel van die juwelen, waaronder de grote, gele en druppelvormige Florentijnse diamant, al die tijd in een kluis in Canada hebben gelegen.
Geheim onthuld bij de koffie
Het grote geheim kreeg journalist Schmid te horen nadat hij in Parijs benaderd werd door Karl van Habsburg, kleinzoon van Karel I, de laatste keizer van Oostenrijk. Van Habsburg nodigde Schmid uit voor een gesprek onder 4 ogen in Wenen.
In een koffiebar in de Oostenrijkse hoofdstad verklapte Van Habsburg zijn familiegeheim: “De Florentijnse diamant ligt in een bankkluis in Canada, samen met andere stukken van de familiejuwelen”, zei Van Habsburg tegen de journalist, meer bepaald in Quebec.
Zijn grootmoeder Zita van Bourbon-Parma, de weduwe van Karel I, had de juwelen meegenomen toen ze samen met haar keizerlijke kroost op de vlucht sloeg voor de Nazi’s, bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
Kort voordat de Duitsers hun onderkomen in België bombardeerden, in mei 1940, wist de familie via Frankrijk en Portugal naar Canada te vluchten. Daar borg Zita de juwelen veilig op in de bewuste bankkluis. Toen ze in 1953 naar Europa terugkeerde, liet ze de juwelen in die kluis.
Hoe wist Lorenz het dan?
Zita overleed in 1989, op 96-jarige leeftijd. Maar ze nam haar geheim niet mee in haar graf. Zita deelde haar geheim met 2 personen: haar zonen Robert en Rudolf. Uit veiligheidsoverwegingen vroeg ze hen om het geheim tot 100 jaar na de dood van Karel I, in 1922, stil te houden.
Robert en Rudolf hielden woord en hebben het voor hun dood enkel doorgegeven aan hun eigen zonen.
En zo komen we bij prins Lorenz, de man van prinses Astrid uit en dus schoonbroer van koning Filip. Lorenz is namelijk de oudste zoon van Robert. Samen met zijn neef Simeon, zoon van Rudolf, droeg hij het geheim jarenlang met zich mee.
Volgens Karl brachten Lorenz en Simeon hem pas recent op de hoogte van het bestaan van de familiejuwelen.
Echtheid vastgesteld
De 3 hertogen, Lorenz, Simeon en Karl, trokken onlangs naar de bank in Canada waar de juwelen al decennia in een kluis zaten, om er voor het eerst zelf hun familiejuwelen met eigen ogen te zien.
Ze namen ook juwelier Christoph Köchert mee. Köchert is niet zomaar een juwelier, maar een telg van de juweliersfamilie die destijds voor het keizerlijke hof van Oostenrijk werkte. Hij werd meegevraagd om de echtheid van de juwelen te controleren.
Met de nodige kennis en gereedschappen kon hij “met zekerheid” vaststellen dat het inderdaad om de historische Florentijnse diamant ging, een diamant van 137,17 karaat die overeenkomt met wat historische bronnen erover zeggen. Het echtheidscertificaat staat intussen op de website van de Habsburgers .
In deze video doet de juwelier zijn verhaal:
De Habsburgers nodigden ook The New York Times uit om getuige te zijn van de opening van de kluis.
Op foto’s die een fotograaf voor de Amerikaanse krant ter plaatse maakte , is te zien hoe prins Lorenz, zijn neef Simeon, achterneef Karl en juwelier Christoph Köchert rond een tafel staan waarop de familiejuwelen onderzocht worden.
Nu, ruim 100 jaar na het overlijden van keizer Karel I, laten de Habsburgers weten dat ze de juwelen willen tentoonstellen. “Uit dankbaarheid aan Canada voor de bescherming van onze grootmoeder”, zegt Karl van Habsburg in Der Spiegel .
Mogelijk is er een bijkomende reden om de juwelen in Canada te houden: het zou wel eens kunnen dat de Oostenrijkse overheid aanspraak maakt op de juwelen.
Na het einde van het keizerrijk werden de bezittingen van de Habsburgers namelijk genationaliseerd. Maar wat de juwelen betreft valt die claim te betwisten, omdat de Habsburgers en de juwelen niet in Oostenrijk waren toen deze wet van kracht werd.
Andreas Babler, vicekanselier van Oostenrijk, heeft intussen laten weten dat hij zal onderzoeken of de schat al dan niet eigendom is van de Oostenrijkse staat. “Als blijkt dat de Florentijnse Diamant eigendom is van de Republiek Oostenrijk, zal ik de procedure voor teruggave ervan starten”, laat Babler weten.

