In haar nieuwe boek 'In de ban van de jaarring' voert de Belgische wetenschapster Valerie Trouet 10 iconische bomen op. Die bomen vertellen ons oeroude verhalen over het leven op onze planeet én dat van de mens zelf. Het is een prachtige ode aan de wetenschap geworden, in een tijd waarin die onder druk staat.
'In de ban van de jaarring': 3 redenen waarom ik van stokoude bomen heb leren houden
"Trek uw plan, het zijn uw kinderen. Bescherm ze zelf." Met die woorden trok Valerie Trouet een jaar geleden de deur van het Belgisch Klimaatcentrum achter zich dicht.
Trouet was vanuit de VS teruggereisd naar België om het klimaatcentrum te leiden dat de toenmalige federale regering in 2023 had opgericht. Lang hield ze het niet vol. Het gebrek aan urgentie om de klimaatcrisis aan te pakken, bij de politiek en in de bredere maatschappij, dreef haar terug naar Arizona. En naar haar oude liefde: de wetenschap.
Ik moet zeggen dat ik haar, als klimaatjournalist voor VRT NWS, best wel kan begrijpen. Onze klimaattoekomst is weinig om vrolijk van te worden. Ook ik voel dat ik vaker en vaker het mooie en de verwondering opzoek. Want dat geeft energie. Anders houd je het niet vol.
In Trouets geval heeft dat een prachtig boek opgeleverd: 'In de ban van de jaarring'. Daarin brengt Trouet samen met 10 collega’s een ode aan haar oude liefde, de dendrochronologie. De geschiedenis aflezen aan de jaarringen van bomen, zeg maar.
Klinkt stoffig? Wel, eigenlijk niet. En wel hierom.
Bomen zijn net als mensen
Neem het van mij aan: wetenschapsjournalisten zijn niet zo anders dan sport- of rockjournalisten. Eigenlijk hadden we liever zelf tussen de lijnen gestaan. Maar als het erop aan komt, hebben we gewoon een grotere zwak voor een goed verhaal dan voor de tabel van Mendelejev.
Gelukkig heeft dit boek een beetje van beide.
Want 'In de ban van de jaarring' gaat niet zomaar over droge wetenschap. Het gaat over bomen én over hun mensen. En over het hout in eeuwenoude Stradivarius-violen, Vikingschepen en de panelen waar de Vlaamse meesters tijdloze schilderijen op hebben gemaakt.
Soms zijn die verhalen ronduit ontroerend. Hoe de lork in de tuin van Trouets overleden moeder haar terugleidt naar haar jeugd, bijvoorbeeld. Hoe een grootvader van een Chileense collega een meters brede en duizenden jaren oude cipres ontdekte, bedekt met mos en andere bomen, diep in het regenwoud van Patagonië.
De Poolse eik Józef, 650 jaar oud, verborg tijdens WOII een joodse familie voor de nazi's
Vincent Merckx
Hoe onderzoekers een klein mensenleven lang meegroeien met de bossen die ze als kind hebben leren kennen. En die soms, in de loop van dat mensenleven, ten onder zien gaan aan de klimaatverstoring met zijn bosbranden en droogtes.
Die bomen lijken trouwens zelf ook net mensen. Soms zijn het titanen zoals de reuzensequoia, maar veel vaker zijn het knoestige, gedrongen oude mannetjes en vrouwtjes die in weer en wind koppig overeind blijven staan.
Neem de przewalski-jeneverbes, die de Chinezen liefkozend "de dwergachtige oude man" noemen. Of de Poolse eik Józef, 650 jaar oud, die zo geliefd is dat hij een voornaam kreeg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verborg hij een hele joodse familie voor de nazi's.
Over de bristlecone-den lezen we dan weer dat "zijn opmerkelijkste eigenschap volharding is". Hij wordt gemakkelijk 4.000 jaar oud, en kan dankzij zijn complexe wortelstelsel zelfs overleven wanneer een stuk van de stam afsterft. De rest van de boom groeit gewoon verder, en vormt halve jaarringen.
Het zou zomaar een levensles kunnen zijn.
Wetenschappers zijn soms een beetje avonturiers
De alleroudste bomen, die wel duizenden jaren oud worden, vind je vandaag vooral nog op bijna mythische plekken waar houthakkers en bosbranden niet raken. Ze hebben zich genesteld aan de rand van steile kliffen, in scheuren in kale rotswanden, of net midden in de diepste diepten van een tropisch regenwoud.
De Bulgaarse wetenschapper die boven afgronden slingert om de jaarringen uit de Bosnische den te halen, verdient een speciale vermelding
Vincent Merckx
Een staal van zo'n boom nemen, doe je met een soort van groot uitgevallen appelboor. Daarmee halen de onderzoekers een dunne spie uit de stam waar de jaarringen op staan. De boom heeft er zelf geen last van.
Voor zo'n monster halen onderzoekers halsbrekende toeren uit. Daardoor leest dit boek soms als een avonturenroman, met heldenverhalen vol houtstof en zweet, slangen en agressieve 'killer bees', bergen en moerassen.
Een speciale vermelding krijgt de Bulgaarse wetenschapper waarmee je pagina's lang van de ene witmarmeren richel naar de andere slingert, hoog in de Balkan, terwijl de afgrond onder je gaapt. Dat alles voor de 600 jaarringen van een Bosnische den.
Dit is toch vooral een ode aan de wetenschap
Mensenverhalen en heldenverhalen, dus. Maar dit boek gaat af en toe ook gewoon over harde wetenschap. Want de jaarringen van bomen staan centraal. Elke boom heeft een soort van morsecode, zo leren we: breed bij goede jaren met veel licht en water, en smal tijdens de harde jaren.
Soms wordt het wat technisch. En door de gefragmenteerde aanpak, met 10 verhalen over 10 bomen door 10 verschillende wetenschappers, valt het boek hier en daar wat in herhaling. Zo wordt verschillende keren uitgelegd dat een boom in de lente een ander soort cellen aanmaakt dan in de herfst. Of dat je een tijdlijn van duizenden jaren kan opstellen door de ringen van levende bomen naast die van dode of zelfs gefossiliseerde te leggen.
Die wat drogere momenten worden ruimschoots goedgemaakt met weetjes over wat je allemaal van die jaarringen kan afleiden.
Dit boek toont aan dat wetenschap hoop kan bieden
Vincent Merckx
Waar het grootste lawinegevaar in een bergketen dreigt, bijvoorbeeld. Dat de Zijderoute misschien wel instortte omdat er geen water meer te vinden was tijdens een ongezien droge periode. En dat zelfs de eerste mensen die in Europa nederzettingen bouwden, al perfect wisten met welk hout je huizen bovenop een moeras bouwt.
En misschien nog het belangrijkste: het boek toont aan dat de wetenschap hoop kan bieden. Dat is nodig, zeker in deze tijden waarin het belang steeds meer in vraag gesteld wordt, en bijvoorbeeld de Amerikaanse president wetenschappers verdacht maakt en zonder geld zet als ze zijn politieke agenda niet dienen.
Want ja, bomen die duizenden jaren zonder probleem hebben overleefd, krijgen het vandaag erg lastig door houtkap, massatoerisme en de klimaatverandering.
Maar Lañilawal, die massieve boom in het regenwoud van Patagonië, leert ons dat dat niet het einde hoeft te zijn. Die overleeft al duizenden jaren allerlei weerschokken en andere rampspoed, en wacht op zijn gemakje 500 tot 600 jaar lang op de juiste omstandigheden om zich dan weer voort te planten.
"Het leven gaat verder", zo klinkt de laatste ondertitel in dit boek.
Reken maar dat ik daar bij het volgende klimaatrapport nog eens aan zal denken.



