Op de VN-klimaatconferentie probeert de Braziliaanse president Luiz Inácio "Lula" da Silva zichzelf te presenteren als een nieuwe klimaatleider. Maar in zijn thuisland zoekt hij een wankel evenwicht tussen ecologie en economie. Onder Lula wordt er veel minder Amazonewoud ontbost, maar wil Brazilië wel veel meer olie oppompen. Zelf ziet de president daar geen probleem in.
Klimaatheld of olieboer: welke rol speelt Braziliaans president Lula, gastheer van de klimaattop morgen?
Samenvatting:
De Braziliaanse president Lula haalde de VN-klimaatconferentie naar Belém.
Toch steunt Lula in eigen land nieuwe olieboringen, met als doel de Braziliaanse economie te versterken en tegen 2040 de vierde grootste olieproducent te worden.
Tegelijk is onder Lula de ontbossing van het Amazonewoud met de helft verminderd. Daardoor is de Braziliaanse CO2-uitstoot gedaald.
Zelf ziet Lula geen tegenstelling: volgens hem kan het oliegeld de klimaattransitie net vooruithelpen.
Maar milieuverenigingen verwijten hem dat hij de wereld net langer afhankelijk maakt van fossiele brandstoffen.
De wereld moet en zal het geweten hebben: de VN-klimaatconferentie vindt dit jaar plaats in de Braziliaanse stad Belém, de spreekwoordelijke poort tot het Amazonewoud. Dat moet de klimaatonderhandelaars met de neus op de feiten duwen. Als ze zien wat er op het spel staat, zullen ze wel ambitie moeten tonen, zo redeneert president Lula.
Lula bewoog 2,5 jaar lang hemel en aarde om COP30 naar Belém te halen. Dat die stad daar eigenlijk niet geschikt voor is, want veel te klein voor de 50.000 verwachte bezoekers, deed er niet toe. Het draaide uit op een logistieke soep, met torenhoge prijzen voor overnachtingen die de appetijt voor deze COP sterk deden bekoelen, in de eerste plaats onder de arme landen.
COP30 moet en zal de COP van het Amazonewoud worden. Niet toevallig lanceerde Lula op de openingsdag zijn tropischebossenfonds TTTF. Dat zal landen vergoeden die hun kostbaar regenwoud willen beschermen. Het werd het eerste succes van de COP, al moet het grote merendeel van de benodigde 125 miljard dollar nog gevonden worden.
Het bossenfonds is (voorlopig) het laatste hoofdstuk in een reis die begon op de klimaatconferentie van 2022 in Egypte. Daar werd de pas verkozen Lula onthaald als een held. Nog maar een paar weken eerder had hij de extreemrechtse president Bolsonaro verslagen.
Lula verkondigde er triomfantelijk dat "Brazilië terug was". In één adem kondigde hij ook aan dat de klimaatconferentie van 2025 zou plaatsvinden in Brazilië.
Boren naar olie aan monding Amazone
Daar zijn we vandaag dus. Maar de perceptie rond Lula is allang niet meer zo eenduidig positief als toen.
Eind oktober, luttele weken voor de start van COP30, kreeg het Braziliaanse staatsoliebedrijf Petrobas toelating om te boren naar olie in de diepzeebodem op 500 kilometer van de monding van de Amazonerivier.
In 2023 was een eerste aanvraag nog geweigerd, net omdat Petrobras niet de nodige garanties had gegeven voor de bescherming van fauna bij een lek. Maar het bedrijf ging in beroep en kreeg daarbij de steun van Lula.
Het kwam hem in eigen land op zware kritiek van milieuorganisaties te staan. "In plaats van de transitie te versterken, verhoogt dit de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen", verzuchtte de ngo Ayara International Institute in de krant 'Financial Times'.
De Braziliaanse milieukoepel Climate Observatory verwoordde het scherper: "Lula heeft zijn claim dat hij een klimaatleider is begraven op de bodem van de oceaan."
Olieboom in Zuid-Amerika
Toch wil Brazilië de volgende jaren alles op alles zetten om nog meer olie op te pompen. De regering heeft al tientallen vergunningen afgeleverd om op vergelijkbare locaties in de regio naar olie te zoeken.
De westerse oliebedrijven staan op vinkenslag. Het Noorse Equinor is al actief op 2 nabije locaties. Ook Shell, Chevron, ExxonMobil en TotalEnergies azen op Braziliaanse olie. En het Britse BP maakte in augustus bekend dat het zijn grootste olievondst in 25 jaar had gedaan voor de kust van Rio de Janeiro.
Al die olie-opbrengsten moeten de Braziliaanse economie vooruithelpen. Het land is nu al de op 7 na grootste olieproducent ter wereld. Maar het wil tegen 2040 de vierde grootste worden, en de Emiraten en Irak voorbijsteken.
Brazilië staat daar trouwens niet alleen in. Ook de buren hebben die ambitie. Het consultancybureau Wood Mackenzie ziet de olieproductie de volgende jaren nergens zo sterk stijgen als in Zuid-Amerika. Argentinië, Mexico, Venezuela en Suriname: allemaal zijn ze hun productie aan het opvoeren. De absolute kampioen is Guyana, dat zijn economie sinds 2019 heeft zien vervijfvoudigen.
Ontbossing teruggedrongen
Maar terug naar Brazilië. Lula mag dan wel meer willen inzetten op olie, op andere vlakken trekt hij wel de kaart van het klimaat.
Neem nu ontbossing. Die is op zijn eentje goed voor de helft van alle uitstoot van broeikasgassen in Brazilië: 1,1 miljard ton CO2 in 2023. Ter vergelijking: de verbranding van fossiele brandstoffen veroorzaakte toen "slechts" 420 miljoen ton CO2.
Lula is erin geslaagd om de kaalslag van het Amazonewoud, die onder zijn voorganger Bolsonaro nog een nieuw hoogtepunt had bereikt, met de helft terug te dringen. Lula plaatste grote stukken woud meteen onder federale bescherming.
Daarnaast bond hij ook de strijd aan met de veeteelt en akkerbouw. Die zijn de 2de grootste bron van CO2 in Brazilië en tegelijk de grootste aandrijvers van de nummer 1, ontbossing. Lula's regering verzette zich tegen initiatieven in het parlement om nationale klimaatdoelstellingen en milieuregelgeving voor de landbouw, bijvoorbeeld voor soja op ontboste grond, af te zwakken.
Dat spreekt niet vanzelf in een land waar de landbouw een kwart van de economie uitmaakt. Ter vergelijking: in België was dat in 2020 minder dan 1 procent, zo blijkt uit cijfers van Statbel.
Al die inspanningen tonen zich nu al in de uitstoot van broeikasgassen. Die zijn volgens de Braziliaanse overheid in 2024 met 12 procent gezakt.
Oliegeld voor de klimaattransitie?
Wel olie oppompen, maar tegelijk de ontbossing bestrijden: Lula ziet er geen probleem in. "Zolang de wereld olie nodig heeft, zal Brazilië geen welvaart weggooien die het leven van de Brazilianen zou kunnen verbeteren", zei de president na de aankondiging van de vergunning voor de olieboringen.
Volgens Lula kan dat geld zelfs de energietransitie ten goede komen, en dus de strijd tegen de klimaatverandering zelf. "Na verloop van tijd zullen oliebedrijven over de hele wereld, ook het Braziliaanse Petrobas, veranderen in energiebedrijven omdat een groeimodel gebaseerd op fossiele brandstoffen niet kan blijven duren", zo schreef hij donderdag nog in een opiniestuk in de krant The Guardian.
Maar die voorspelling staat op gespannen voet met de realiteit. De laatste jaren schroeven steeds meer olie- en gasbedrijven, waaronder Shell en BP, hun activiteiten in wind- en zonne-energie net terug.
Ze doen dat onder druk van de aandeelhouders, omdat fossiele energie nog steeds hogere winstmarges oplevert. Voor bedrijven met jarenlange ervaring in fossiele brandstoffen blijkt overschakelen naar elektriciteit moeilijker dan verwacht.
Tegenstelling
De Braziliaanse minister van Energie, Alexandre Silveira, vindt dat het aan het Westen is om klimaatgeld te voorzien waarmee het globale Zuiden de energietransitie kan bekostigen.
"De landen die al geïndustrialiseerd zijn, en waar het inkomen ver boven het gemiddelde zit van dat in het globale Zuiden en van Brazilië, zouden er zich wat beter bewust van mogen zijn dat we in één groot ecosysteem leven", zei hij eerder dit jaar in de krant Financial Times.
Met dat standpunt staat hij trouwens verre van alleen. De meeste ontwikkelingslanden vinden dat het vooral aan de industrielanden is om de klimaatcrisis aan te pakken en hun uitstoot nog sneller te doen dalen, aangezien die landen met voorsprong de meeste broeikasgassen hebben uitgestoten.
Maar misschien komt de meest genuanceerde analyse nog van binnen Lula's eigen regering zelf. Zijn minister van Milieu, Marina Silva, sprak dinsdag met de krant The New York Times. Een klimaatleider zijn én olie oppompen? "Er zit een tegenstelling in, zonder twijfel", vindt ze. Maar, zo voegde ze er nog aan toe, "die tegenstelling vind je in de hele wereld."



