Boven Kleine-Brogel, Florennes en Brussels Airport: de voorbije dagen en weken zijn meermaals drones gesignaleerd. Gisteravond kwamen ook meldingen binnen van drones boven Heverlee. Maar of het ook echt drones zijn? Hoe betrouwbaar zijn onze waarnemingen?
Hebben we écht een drone gezien, of is het inbeelding? Hoe betrouwbaar zijn onze waarnemingen?
De voorbije weken zijn in ons land veel drones gesignaleerd: boven de militaire basissen van Florennes, Kleine-Brogel en Elsenborn. Eergisteren ook boven Brussels Airport, waar het luchtverkeer urenlang werd stilgelegd.
Drones lijken plots overal op te duiken. Gisteravond kwamen er ook meldingen binnen uit Heverlee. Buurtbewoners zagen lichtjes in de lucht en hoorden gezoem. Voorlopig kan de politie niet bevestigen of het daadwerkelijk drones waren.
Kunnen we onze eigen waarnemingen vertrouwen? Of beelden we ons in dat we drones zien of horen omdat ze in het nieuws zo alomtegenwoordig zijn?
We zien dingen omdat we verwachten ze te zien
Dat verwachting onze perceptie kleurt, komt wel degelijk regelmatig voor, duidt professor sociale psychologie Vera Hoorens (KU Leuven) in Het Kwartier , de podcast van VRT NWS.
"Wanneer we verwachten iets te zien of iets te horen, gaan we gericht onze aandacht daarop focussen", legt ze uit.
"En dan gaan we dingen die misschien in de buurt komen of erop lijken, gemakkelijk interpreteren als datgene wat we verwachten te zien. Zo kan het dat we denken iets gezien te hebben, terwijl we in werkelijkheid iets anders hebben gezien of gehoord."
Een bekend voorbeeld van dat mechanisme was volgens Hoorens hetgeen gebeurde na de moord op Joe Van Holsbeeck, de tiener die in 2006 werd gedood in het station Brussel-Centraal. Op beelden van de daders was te zien dat die een duidelijk witte huidskleur hadden. Maar omdat het bericht was verspreid dat de daders een donkere huidskleur hadden, meenden veel mensen op de beelden inderdaad mensen te zien die vermoedelijk een donkere huidskleur hadden.
De gevolgen van het mechanisme kunnen dus groot zijn, waarschuwt Hoorens. "Maar vaak zijn ze gewoon grappig. Zo zullen mensen op babybezoek vaak een opvallende gelijkenis zien tussen de baby en een van de ouders.
Terwijl: mocht je diezelfde baby tussen een heleboel andere baby’s leggen en je zou vragen wie de ouders zijn, ze die waarschijnlijk niet zouden herkennen. Maar mensen verwachten – en hopen vaak ook – dat een baby op een van de ouders lijkt. En daarom menen ze dat ook te zien."
Maar ook: we zien iets niét, terwijl het voor onze neus gebeurt
Het omgekeerde gebeurt overigens ook: dat mensen iets niét zien, terwijl ze het wel zouden moeten opmerken.
"Er is heel mooi onderzoek gebeurd waarbij mensen aan een balie iets moeten regelen. Wat ze niet weten, is dat er onder de toonbank een andere bediende verstopt zit.
Het begin van het gesprek wordt afgehandeld door de bediende die achter de balie staat. Die bukt zich zogezegd om iets op te rapen, waarna een andere persoon rechtstaat en de klanten aan de balie verder helpt. Vaak hebben mensen dat totaal niet in de gaten, omdat ze niet verwachten dat zoiets gebeurt. Ze letten er niet op, en dan hebben ze het ook niet gezién."
Beelden als deze zijn misschien grappig, maar de gevolgen kunnen zwaarwichtig zijn, duidt professor Hoorens. "Bijvoorbeeld voor mensen die een alibi nodig hebben of die beweren er een te hebben. Waarbij getuigen helemaal niet in de gaten hebben dat ze met een ander iemand te maken hadden."
Moeten we de meldingen van drones dan relativeren?
Maar iemands melding of waarneming negeren of afdoen als 'inbeelding' kan dan weer ook serieuze gevolgen hebben.
Dat geldt ook voor de vele meldingen van drones.
"Het is moeilijk om hierover een advies te geven, omdat we weten dat het raadzaam kan zijn om waakzaam te zijn", zegt Hoorens.
Mensen aanraden om 2 keer na te denken voor ze iets melden, zou te kort door de bocht zijn
professor Vera Hoorens
"Onszelf a priori censureren – ik zal het maar niet melden, want misschien vergis ik me wel - kan ook zwaarwichtige gevolgen hebben".
Uit onderzoek blijkt dat mensen dat wel vaker doen wanneer ze te maken hebben met een mogelijke noodsituatie. Ze maken zichzelf dan wijs dat het inbeelding moet zijn geweest, en roepen geen hulp in, terwijl die misschien wél broodnodig was.
"Ik zou dus voorzichtig zijn met mensen aan te raden om toch maar beter 2 keer na te denken, of om er van uit te moeten gaan dat ze zich iets hebben ingebeeld. Dat zou al te kort door de bocht zijn."
Beluister het gesprek met professor Hoorens in onze podcast Het Kwartier:
Wat zijn voorlopige twaalfden? Zien we écht overal drones? Waarom weer een klimaattop?

