De oorlog in Soedan loopt volledig uit de hand, waarschuwt VN-secretaris-generaal António Guterres. Hij roept op tot een onmiddellijk staakt-het-vuren, terwijl honderdduizenden burgers in al-Fashir en omliggende gebieden gevangen zitten tussen geweld en chaos. Sinds de RSF de stad innam, zijn duizenden inwoners gevlucht naar het Tawila-vluchtelingenkamp, 65 kilometer verderop. Tegelijkertijd worden in de stad nog honderden burgers gegijzeld door de RSF, die losgeld eisen voor hun vrijlating.
Oorlog in Soedan loopt volledig uit de hand: VN waarschuwt voor een ramp en RSF-wreedheden blijven voortduren
De humanitaire situatie in Soedan is dramatisch verslechterd sinds de Rapid Support Forces (RSF) de belegerde stad al-Fashir in de regio Darfoer innamen.
Een week geleden veroverden de RSF-rebellen al-Fashir, het laatste regeringsbolwerk in de regio Darfoer, na een belegering van meer dan 500 dagen. Tijdens het offensief werd een lemen wal rond de stad gebouwd, die vluchten onmogelijk maakte en werd de stad onophoudelijk bestookt door artilleriegeschut en drones. Gedurende die periode hadden tienduizenden inwoners nauwelijks toegang tot voedsel of medische hulp.
Ook de uiteindelijke inname van de stad ging gepaard met afschuwelijke wreedheden. Volgens getuigen, hulporganisaties en onderzoek van de Yale-universiteit pleegden voornamelijk Arabische strijders etnisch geweld tegen de Zaghawa-bevolking, een Afrikaans landbouwvolk. Uit diverse bronnen blijkt dat de moordpartijen nog steeds aan de gang zijn, met duizenden tot tienduizenden slachtoffers tot gevolg.
De losgeldindustrie van de RSF
In al-Fashir hebben de RSF-rebellen volgens een onderzoek van De Standaard een grootschalige losgeldindustrie op poten gezet. Duizenden burgers worden er vastgehouden tot hun families duizenden dollars kunnen ophoesten in ruil voor hun vrijlating. De rebellen gebruiken de gsm's van gevangenen om familieleden te chanteren en te dreigen met de executie van de gijzelaars bij te late betaling.
Sommige families proberen ten einde raad geld in te zamelen via familie in het buitenland, maar zelfs wie uiteindelijk kan betalen, is niet verzekerd van een veilige terugkeer.
Vrijgelaten gijzelaars moeten vaak dagenlang te voet door oorlogsgebied trekken om Tawila of het buurland Tsjaad te bereiken. Velen overleven de helse tocht niet en sterven aan uitputting of worden opnieuw opgepakt door de rebellengroepering die het gebied domineert.
VN waarschuwt de internationale gemeenschap
Volgens VN-secretaris-generaal António Guterres, die afgelopen dinsdag in Qatar sprak, is het conflict "1 van de ergste humanitaire crisissen ter wereld" geworden. Hij riep op tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en waarschuwde dat "honderdduizenden burgers vastzitten" in oorlogsgebied.
De misdaden zijn zo afschuwelijk dat straffeloosheid geen optie kan zijn
António Guterres, secretaris-generaal van de VN
De gevechten tussen de RSF en het Soedanese regeringsleger, die in april 2023 begonnen, hebben al meer dan 40.000 mensenlevens geëist. Meer dan 14 miljoen Soedanezen zijn op de vlucht geslagen, terwijl 2 regio’s nu officieel kampen met hongersnood. "Mensen sterven aan ondervoeding, ziekte en geweld", aldus Guterres, die sprak over "geloofwaardige berichten van grootschalige executies" sinds de RSF al-Fashir innam.
Guterres riep dinsdag de internationale gemeenschap op om alle wapenleveringen aan Soedan te stoppen en te zorgen voor 'verantwoordingsmechanismen' voor de misdaden die worden gepleegd. "De misdaden zijn zo afschuwelijk dat straffeloosheid geen optie kan zijn", zei hij.
Ondertussen blijven de gevechten zich uitbreiden naar andere steden, waaronder al-Obeid, de hoofdstad van de provincie Noord-Kordofan. Volgens hulporganisaties dreigt Soedan af te glijden naar totale chaos, terwijl miljoenen burgers gevangen blijven tussen hongersnood, bombardementen en de brutale terreur van de RSF.
Nieuwe stemmen uit Soedan
Het VN-migratieagentschap schat dat bijna 71.000 mensen hun huizen hebben moeten ontvluchten sinds de RSF de macht in al-Fashir overnam. Slechts een paar duizend van hen bereikten het Tawila-vluchtelingenkamp zo'n 65 kilometer verderop.
Hoewel slechts een klein deel van de inwoners van al-Fashir de stad konden ontvluchten, komen nieuwe verhalen over de toestand in de regio via hen naar buiten. Voorbeelden daarvan zijn Yakoub en Ibrahim die aan het persagentschap AP getuigden.
De 27-jarige Habib Allah Yakoub vertelde zo aan het persagentschap dat hij met zijn zwangere vrouw 2 dagen te voet moest vluchten nadat hun huis was verwoest. Hijzelf werd ook in zijn arm geschoten toen hij water probeerde te halen. "We waren twee dagen onderweg, maar godzijdank zijn we er eindelijk", getuigde hij vanuit het vluchtelingenkamp.
Ook Samiya Ibrahim, 38, kon na een aanval op haar huis met haar kinderen ontsnappen. "De RSF sloeg ons en nam alles van ons af. Mijn man raakte van ons gescheiden. Tot op de dag van vandaag heb ik geen idee waar hij is en of hij nog leeft", aldus Ibrahim.
