IJsberen zijn cruciale voedselleveranciers voor andere dieren op de Noordpool. Dat heeft een nieuwe Canadese studie in kaart gebracht. Ze laten tot wel 30 procent van hun prooi liggen, waar vervolgens heel wat andere soorten van kunnen profiteren. In totaal gaat het om 7,6 miljoen kilogram aan voedsel per jaar.
Kieskeurige ijsberen eten alleen blubber: "Andere dieren smullen van de restjes"
Samenvatting:
IJsberen laten tot 30 procent van hun prooi liggen, wat jaarlijks 7,6 miljoen kilogram voedsel oplevert voor andere dieren op de Noordpool.
Minstens 11 gewervelde diersoorten, waaronder poolvossen en zeevogels, profiteren van de resten die ijsberen achterlaten.
"IJsberen eten eigenlijk alleen maar de blubber, het vet van bijvoorbeeld de zeehond", zegt Maarten Loonen, poolbioloog aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Door de opwarming van het klimaat worden de ijsvrije periodes langer, wat het voortbestaan van de ijsbeer en de voedselketen op de Noordpool bedreigt.
Wist je dat ijsberen best slordige eters zijn? Van een zeehond van 60 kilo eten ze 20 tot 30 kilo onmiddellijk op. Een behoorlijke hap dus, maar de rest laten ze gewoon liggen.
"IJsberen hebben geen zin om bij zo'n kadaver te blijven hangen. Ze gaan gewoon door, want ze kunnen makkelijk weer een nieuwe prooi pakken", zegt Maarten Loonen, poolbioloog en -ecoloog aan de Rijksuniversiteit Groningen, in 'Nieuwe feiten' op Radio 1. Hij werkt deeltijds op Spitsbergen in de Noordelijke IJszee, waar de dieren ook verblijven.
Dat ijsberen een cruciale schakel in de voedselketen van het Noordpoolgebied zijn, verbaast hem allerminst. Maar een nieuw Canadees onderzoek heeft precies in kaart gebracht welke dieren allemaal profiteren van de eetgewoonten van de ijsbeer. "Het gaat toch wel om grote aantallen", klinkt het.
Van poolvossen tot grote burgemeesters
"IJsberen eten eigenlijk alleen maar de blubber, het vet van bijvoorbeeld de zeehond", weet Loonen. Daar is het dier aan aangepast: ze beschikken over een speciaal enzym om dat vet af te kunnen breken.
Volgens de onderzoekers laten de ijsberen zo'n 50 procent van hun vangst liggen, waarvan 30 procent eetbaar is voor aaseters. "Er zijn allerlei andere kleine rovers die daarvan kunnen profiteren, zolang ze dezelfde weg durven te gaan als de ijsbeer. In veel gevallen houdt dat in dat ze op het pakijs hun weg durven te vervolgen."
De studie identificeerde minstens 11 gewervelde soorten die profiteren van de tafelmanieren van de ijsbeer. Vooral de poolvossen hebben er baat bij. "Dat is een kleine vossensoort, anderhalve keer zo groot als een kat. In de winter zijn ze wit, in de zomer bruin. Op het pakijs gaan ze achter de ijsbeer aan als er op land op dat moment weinig voedsel te vinden is."
Ook zeevogels, zoals de ivoormeeuw, zilvermeeuw of de grote burgemeester, volgen het spoor van de ijsberen om de resten te eten.
De onderzoekers schatten de wereldwijde ijsberenpopulatie op 25.408 ijsberen. Die laten jaarlijks gezamenlijk 7,6 miljoen kilogram aan voedsel achter op het ijs.
Dat aantal blijft een schatting. Volgens Loonen laten ijsberen zich bijzonder moeilijk tellen. "In de praktijk lopen we al jaren achter. IJsberen zijn zo goed geïsoleerd met hun dikke vacht dat ze niet met een warmtecamera te zien zijn, wat de makkelijkste manier zou zijn om de dieren te vinden in het Noordpoolgebied. Alleen de neus en de ogen zijn te zien. Neem je gewoon een foto, dan zie je gewoon wit op wit."
Minder ijs, jacht, ijsberen en... restjes
"Op Spitsbergen is de ijsbeer beschermd. Hij wordt niet meer beschoten en is daardoor minder bang van mensen." In het dorp waar Loonen onderzoek verricht, zien ze steeds vaker ijsberen passeren. Maar dat wil niet zeggen dat het goed gaat met de soort.
Door de opwarming van het klimaat worden de ijsvrije periodes in het Noordpoolgebied steeds langer. Dat is slecht nieuws voor de ijsbeer, die voornamelijk op het ijs jaagt. Ook vanuit Spitsbergen is het steeds langer zwemmen naar het noordelijke pakijs.
"2 jaar geleden werd er een ijsbeer gevolgd met een satellietzender om zijn nek. Hij zwom van Spitsbergen 150 kilometer naar het noorden, maar het pakijs bevond zich 300 kilometer ver. Dat kon hij natuurlijk niet zien, en dus keerde hij om en kwam hij terug aan land", zegt Loonen. "Dat is de situatie nu: de ijsberen gaan 2 jaar met hun moeder mee om te leren waar ze moeten jagen. Maar het landschap verandert zo snel, dat ze niet doorhebben wat er aan de hand is."
De afname van het aantal ijsberen heeft niet alleen gevolgen voor de soort zelf. Deze studie toont aan dat het invloed kan hebben op de hele voedselketen van het Noordpoolgebied.


