De herdenkingssites van de Eerste Wereldoorlog trekken weer bijna evenveel toeristen als voor de grote herdenkingsperiode van 2014 tot 2018, en het jaar voor de coronapandemie. Het gemiddelde lag toen rond 360.000 bezoekers per jaar, nu ligt het aantal op zo’n 350.000. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams Parlementslid Gijs Degrande (N-VA) uit Brugge opvroeg bij minister van Toerisme Melissa Depraetere (Vooruit).
Oorlogstoerisme Westhoek bijna op niveau van voor corona, ook de Britten vinden de weg terug na Brexit
We zien ook een verandering in het profiel van de oorlogstoeristen. Zo'n 52 procent, net iets meer dan de helft van de bezoekers, komt uit het buitenland. Onder hen ook veel Britten. Zij vinden opnieuw hun weg naar de Westhoek na de Brexit in januari 2020. Dat is de uitstap van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, waardoor er geen vrij verkeer meer is van personen en goederen. Daardoor zijn er onder meer opnieuw douanecontroles als zij naar het buitenland willen reizen.
Datzelfde jaar sloeg in maart ook de coronapandemie toe, waardoor het oorlogstoerisme extra klappen kreeg. Net voor corona, in 2019, bezochten zo'n 415.800 toeristen de oorlogsmonumenten. 41 procent van de bezoekers kwam toen uit eigen land, 33 procent uit Groot-Brittannië en 10 procent uit Nederland. Tijdens de herdenkingsperiode van de Eerste Wereldoorlog tussen 2014 en 2018 lagen de jaarlijkse bezoekersaantallen een periode hoger door de vele festiviteiten die daarrond georganiseerd werden.
De Eerste Wereldoorlog is heel sterk verbonden met de geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk. Veel Britten voelen een sterke aantrekkingskracht om naar de Westhoek te komen.
Jurgen Vanlerberghe, voorzitter van Westtoer
Vorig jaar kwamen er zo'n 94.600 bezoekers uit het Verenigd Koninkrijk naar de Westhoek voor oorlogstoerisme. Dat is een stijging met bijna de helft sinds 2022. Hoewel dat nog steeds een kwart lager is dan in 2019, is de trend duidelijk stijgend. "Alles went, dus ook de formaliteiten die de Brexit met zich meebrengt", denkt Jurgen Vanlerberghe, voorzitter van provinciebedrijf Westtoer en gedeputeerde voor toerisme (Vooruit).
"De Eerste Wereldoorlog is natuurlijk heel sterk verbonden met de geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk. De Westhoek lag voor het grootste deel in de Britse sector. Het spreekt voor zich dat veel Britten een sterke aantrekkingskracht voelen om de oorlogssites in de Westhoek te komen bezoeken."
Promotie voor oorlogstoerisme
"Daarnaast zijn we samen met de provincie en Toerisme Vlaanderen blijven inzetten op herdenkingstoerisme, ook in het buitenland. Ook de themajaren lokken veel bezoekers. Een voorbeeld daarvan is 'Landscapes', een themajaar van april 2023 tot en met augustus 2024. De focus lag op de blijvende impact van die verwoestende oorlog op het landschap. We hebben toen onder meer de verdwenen begraafplaatsen in beeld gebracht."
"En binnen 2 jaar, in 2027, is er het themajaar 'Monuments & Moments'. Daar focussen we op de vele herdenkingsmonumenten in onze streek. We maken telkens linken met hedendaagse thema's. Op die manier houden we het actueel, en dat wordt duidelijk gewaardeerd."
Ook populair bij Nederlanders en Amerikanen
Naast het Verenigd Koninkrijk zijn Nederland (46.000) en Amerika (7.000) de belangrijkste herkomstlanden. In vergelijking met 2019 boeken de toeristen vaker een verblijf. In 2019 was dat nog 69 procent, en dat steeg vorig jaar naar 73 procent.
"De cijfers tonen dat mensen niet enkel een daguitstap maken, maar bewust kiezen voor een meerdaags verblijf", zo vertelt Vlaams Parlementslid Gijs Degrande (N-VA). "Dat is goed nieuws voor de lokale economie en bewijst dat het herdenkingstoerisme een duurzame toeristische pijler blijft voor de Westhoek."
Bijna 1 op de 5 bezoekers combineert een bezoek aan de West-Vlaamse oorlogssites ook met een bezoek aan de sites in Noord-Frankrijk. "De herinnering aan de Eerste Wereldoorlog stopt niet aan de grens. Vlaanderen moet de samenwerking met Frankrijk verder versterken, zowel voor promotie als voor gezamenlijke erfgoedprojecten", aldus nog Degrande.
