Terwijl de queergemeenschap in Libanon zich steeds openlijker probeert te uiten, neemt het religieus-extremistisch geweld tegen hen toe. Personen in de LGBTQIA+-gemeenschap zijn dagelijks het slachtoffer van discriminatie en dreigementen. "Als een van ons sterft, kijkt niemand om. In dit land zijn we niets waard", zegt Jado, een 57-jarige trans vrouw uit Beiroet. "Als ik aangifte doe na een aanval, word ik waarschijnlijk opgepakt, niet de dader."
Geweld tegen LGBTQIA+-gemeenschap in Libanon neemt toe, trans vrouw Jado (57): "Als een van ons sterft, kijkt niemand om"
Samenvatting:
Geweld tegen queer- en transpersonen in Libanon neemt toe, vooral door religieus-extremistische groepen. Relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht zijn er nog steeds bij wet verboden.
"Wanneer iemand van ons komt te overlijden, kan dat niemand iets schelen. We zijn niet niets waard in dit land", zegt Jado, een 57-jarige trans vrouw uit Beiroet.
Mensenrechtenorganisatie Helem meldt dat het aantal hulpvragen stijgt, maar dat hun werk wordt bemoeilijkt door overheidsmaatregelen en oproepen tot geweld tegen hun personeel.
De Nomaden is een programma van VRT NWS waarin jonge journalisten reportages gaan maken in het buitenland over onderbelichte thema's. Filmmakers Tony Mouawad en Lien Arits volgden in april hun goede vriendin Jado, een trans vrouw in de Libanese hoofdstad Beiroet, die haar hele leven in de taboesfeer leeft. Bekijk ‘Ceasefire, they're crossing’ vanavond om 20.35 uur op VRT Canvas of nu al op VRT MAX .
“Uit kast komen in Libanon, is klote. Niet uit de kast komen is dat evenzeer. Wat je ook kiest, je verliest altijd. Je kwetst er je omgeving, je familie, je buren mee - en omgekeerd. Zelfs de mensen die je het dierbaarst zijn, beginnen je voortaan te vermijden.”
Het verhaal van Jado, een trans vrouw in Beiroet, is geen alleenstaand geval. Al wie zich in Libanon met een andere genderidentiteit definieert dan de traditionele man-vrouwverdeling, zal zich erin herkennen. Jado heeft naar eigen zeggen haar hele leven moeten vechten voor haar plek.
Libanon staat vaak bekend als een land dat, wat de rechten van de LGBTQIA+-gemeenschap betreft, naar verhouding toleranter is dan waar ook in de Arabische wereld. Toch is de realiteit voor de meesten nog steeds erg precair.
Een leven lang in de taboesfeer
Relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht zijn sinds 1949 verboden bij wet. Het beruchte artikel 534 van de strafwet verbiedt iedere "onnatuurlijke" geslachtsgemeenschap. En wie in overtreding is, kan tot een jaar in de cel belanden. Queerpersonen zijn in het algemeen vaak de facto rechteloos.
"Queerpersonen worden vanwege hun identiteit actief gediscrimineerd op de huur- en arbeidsmarkt. Velen kunnen daarnaast amper met hun zorgen terecht bij officiële instanties zoals het gerecht of de politie. Dokters weigeren hen soms te helpen", vertelt Doumit Azzi aan VRT NWS. Hij is senior communicatiecoördinator bij Helem, de belangrijkste LGBTQIA+-mensenrechtenorganisatie in de regio.
Volgens mensenrechtenorganisaties krijgen queer- en transpersonen steeds meer te maken met fysiek geweld, vaak religieus geïnspireerd. Helem noteert jaarlijks honderden incidenten, al zijn het er waarschijnlijk nog veel meer. Homomannen en trans vrouwen zijn het vaakst slachtoffer. Zeker bij seksueel geweld.
Dat merkt Jado ook. Ze werkt vandaag in een sociaal restaurant in het centrum van Beiroet, en heeft het relatief goed. "Maar vroeger namen we risico’s die we vandaag niet meer zouden nemen, het is nog minder veilig geworden. We hebben enkel de eigen gemeenschap om voor elkaar te zorgen."
De Libanese samenleving: sektarisch en religieus divers
"Er bestaan 18 erkende religieuze gemeenschappen in Libanon, waarvan 12 christelijk en 4 islamitisch, naast nog een aantal kleinere stromingen", vertelt Martin Accad, professor theologie en voorzitter van de Near East School of Theology (NEST) in Beiroet. "Die gemeenschappen delen de politieke macht, zoals uitgestippeld in de grondwet."
Maar de wettelijke macht ligt voor een groot deel bij de gemeenschappen zelf, zegt Accad. “De meest persoonsgebonden gerechtelijke materie wordt door religieuze rechtbanken behandeld. Denk bijvoorbeeld aan huwelijken, scheidingen en erfrecht.”
Algemeen gesteld zijn de grote centrumsteden toleranter voor LGBTQIA+-personen dan de gemeenschappen op het platteland. Toch hebben alle religieuze gemeenschappen een andere houding ten aanzien van queer personen. “En door de sektarische aard van de Libanese samenleving, is het moeilijk om zomaar je gemeenschap in te ruilen voor een andere”, benadrukt de professor.
Jado leeft al heel haar leven in de taboesfeer. Als puber kwam ze uit de kast en experimenteerde ze met haar uiterlijk. Toen haar vader haar met mascara zag, stuurden haar ouders haar naar een psychiater, die haar kalmeringsmiddelen voorschreef om haar ‘seksuele verlangens’ te onderdrukken. Die waren echter verslavend.
"Ik zei tegen mijn moeder: aanvaard me zoals ik ben, of aanvaard dat ik verslaafd raak", vertelt ze. Haar moeder weigerde de medicatie, maar hun relatie bleef sindsdien gespannen.
Mensenrechtenorganisaties in het nauw
In de vroege jaren 2000 verbetert de situatie voor queer personen een beetje, met de komst van heel wat onafhankelijke mensenrechtenorganisaties. Die worden gesteund vanuit het Westen, met budgetten uit ontwikkelingssamenwerking.
Helem is de oudste LGBTQIA+-mensenrechtenorganisatie in Libanon. “We runnen een gemeenschapscentrum voor LGBTQIA+-personen, een van de weinige veilige plekken in de regio”, zegt Azzi.
De organisatie doet ook onderzoek rond gender en voert campagnes om bewustwording te vergroten. Op hun website publiceren ze studies over gendergerelateerd geweld en (online) pesterijen.
Queerpersonen kunnen er ook terecht voor informatie en juridisch advies. Ze kregen vorig jaar meer dan 1.000 hulpverzoeken. Maar: ze krijgen die steeds moeilijker verwerkt, vertelt Azzi. "De overheid hindert ons vaak, en sommige politici roepen zelfs op tot geweld tegen ons personeel."
Extremistische groepen
Ook de verschillende religieuze gemeenschappen nemen queer personen vaak onder vuur. Hoewel we er in het Westen vaak vanuit gaan dat vooral de radicale islam gekant is tegen queer personen, zijn het in Libanon vaker de extreem christelijke gemeenschappen die een dreiging voor ze vormen.
Op veel plaatsen in de Libanese samenleving groeit langzaamaan een afkeer van het autoritaire politieke leiderschap
Martin Accad, professor theologie en voorzitter van de Near East School of Theology (NEST) in Beiroet
Groepen zoals Jinoud el-rab (‘soldaten van God’), vallen geregeld queer personen lastig in het openbaar en richten geweld aan op gekende ontmoetingsplaatsen van de LGBTQIA+-gemeenschap.
Zo richtten ze in de zomer van 2023 nog zware vernielingen aan in een queerbar in Beiroet. Amnesty International noemde die aanval nog een "teken aan de wand" voor de verslechterende status van queer personen in het land. "Het probleem is dat overheden en ordediensten dat geweld vaak oogluikend toestaan", vindt Azzi.
Jado weet er alles van. “Als een van ons sterft, kijkt niemand om. In dit land zijn we niets waard”, zegt ze. “Zelfs als ik aangifte doe na een aanval, word ík waarschijnlijk opgepakt, niet de dader.”
Nog een lange weg naar meer rechten
De voorbije decennia verkeerde het land haast onafgebroken in periodes van conflict. Tussen 1975 en 1990 woedde er een brutale burgeroorlog. Daarop volgde in 2006 de Israëlisch-Libanese burgeroorlog. En recenter nog kostte het conflict tussen Hezbollah en Israël aan veel Libanezen het leven.
“Het is in zulke periodes van crisis dat de LGBTQIA+-gemeenschap nog zwaarder de dupe is", vertelt Azzi. Volgens hem zijn ze vaak een bliksemafleider voor de echte problemen in de brede samenleving: torenhoge inflatie, corruptie, interne conflicten en de spanningen met Israël.
Volgens Doumit Azzi van Helem is de weg naar meer rechten voor de queergemeenschap nog lang. “Het corrupte politieke systeem blokkeert elke vooruitgang. Echte verandering kan pas als de rechtspraak wordt versterkt.”
Ook theoloog Martin Accad ziet dat probleem. “De rechterlijke macht is nog te afhankelijk van de politiek”, zegt hij. “Zonder onafhankelijk gerecht blijft de corrupte elite buiten schot.”
Toch blijft hij hoopvol. “Steeds meer Libanezen keren zich af van het autoritaire leiderschap en de macht van religieuze gemeenschappen. Verandering is op komst, vroeg of laat.”
"Veel getuigen haakten af tijdens het filmen"
Filmmakers Tony Mouawad en Lien Arits woonden een tijd samen in Libanon, waar ze van dichtbij zagen hoe moeilijk het leven er is voor LGBTQIA+-personen.
"Toen Tony en ik naar België verhuisden, was hij verbaasd over de vrijheden die queer personen hier hebben”, vertelt Arits. Mouawad, zelf Libanees, woonde 28 jaar in het land. "Arabische queer personen en hun dagelijkse strijd blijven vaak onzichtbaar in het Belgische nieuws. Met onze film wilden we hen een gezicht geven."
Een van die verhalen is dat van Jado. "Ze heeft verschillende oorlogen meegemaakt en de gruwel van dichtbij gezien", zegt Arits. "Op jonge leeftijd werd ze gedwongen te trouwen. Haar kind mocht ze van haar familie niet houden. Ze heeft haar dochter nooit meer teruggezien."
Toch weigert Jado zichzelf als slachtoffer te zien. "Ze heeft veel verloren, maar ook enorme veerkracht opgebouwd. Binnen haar gemeenschap vindt ze steun en warmte. Mensen zorgen er voor elkaar, hoe zwaar het leven ook is."
De documentaire maken was geen sinecure. “We mochten niet overal filmen, het onderwerp lag te gevoelig”, vertelt Arits. “Veel queer personen haakten af toen ze hoorden dat we ook de extremistische bewegingen wilden tonen, uit angst voor wraak.”
