De subsidies en investeringssteun aan bedrijven in ons land bedroegen vorig jaar ongeveer 25 miljard euro. Dat is zowat 4 procent van het Belgisch bruto binnenlands product (bbp). Twee derde van de subsidies zijn loonsubsidies om de hoge belastingdruk op arbeid te compenseren. Dat blijkt uit een analyse van de Nationale Bank.
Twee derde van de subsidies zijn loonsubsidies om de hoge belastingdruk op arbeid te compenseren. Het gaat dan bijvoorbeeld om de gedeeltelijke niet-doorstorting van de bedrijfsvoorheffing, zoals voor nacht- en ploegenarbeid, gerichte verminderingen van de socialezekerheidsbijdrage voor bepaalde doelgroepen, zoals voor eerste aanwervingen, en subsidies aan dienstenchequebedrijven.
Empirisch onderzoek levert volgens de Nationale Bank "gemengde resultaten" op over de effectiviteit en efficiëntie van dergelijke subsidies.
De overheidssubsidies aan bedrijven liggen 1,5 procent hoger dan in de ons omringende buurlanden en ook hoger dan het gemiddelde in de eurozone. Die hogere subsidies dienen vooral om het concurrentievermogen te versterken. Als loonsubsidies in rekening worden genomen, dan is de nettobelastingdruk op arbeid in België lager dan in Frankrijk en vergelijkbaar met die in Duitsland.
De overheidsuitgaven zijn sinds 2000 met 9,5 procent van het bbp gestegen. Subsidies en investeringssteun aan bedrijven zijn verantwoordelijk voor 1,5 procent van die stijging.

