Onze dierentuinen zitten met een probleem: ze hebben te veel dieren. Door kweekprogramma's zadelen ze zichzelf ook op met dieren die ze niet meer kunnen gebruiken. Als het goed gaat, belanden die in een andere zoo waar ze wel welkom zijn. Maar als dat geen optie is, moeten ze afgezonderd worden, of zelfs afgemaakt.
Onze dierentuinen hebben te veel dieren: "Als er echt geen andere optie is, moeten ze dood"
Samenvatting:
Dierentuinen in België kampen met een overschot aan dieren door kweekprogramma's.
Het gaat dan om dieren waar niet mee gekweekt kan worden omdat ze genetisch te sterk lijken op de andere dieren, of omdat ze niet het gewenste geslacht hebben.
Die dieren worden soms verplaatst naar andere dierentuinen, maar dat is niet altijd mogelijk. Soms worden ze afgezonderd, soms afgemaakt.
Ook worden er dieren gesteriliseerd.
Maar echte ethische oplossingen zijn er amper, zegt Eos-journalist Lotte Debrauwer.
Ooit al eens gehoord van een surplusdier? Dat is de term die onder andere in dierentuinen wordt gebruikt voor dieren waar ze eigenlijk niet veel mee aan kunnen. Een dier te veel, zeg maar.
"Dierentuinen werken met kweekprogramma's", legt Lotte Debrauwer uit in Nieuwe Feiten op Radio 1. Debrauwer is onderzoeksjournalist voor het wetenschapsmagazine Eos. Zo'n surplusdier krijg je "als er een dier wordt geboren dat uiteindelijk niet zo nuttig blijkt om verder mee te kweken".
Surplusdieren in dierentuinen: "Het is een onoplosbaar probleem"
Kweekprogramma's in dierentuinen streven vaak naar een genetisch zo divers mogelijke populatie. Maar als ze genetisch te sterk op elkaar beginnen te lijken, "is het minder interessant om verder voor zo'n dier te zorgen", zegt Debrauwer.
Soms krijg je ook een boreling van een ander geslacht dan het gewenste.
2 aapjes in een hok
Dierentuinen vermijden ook dat dieren die te sterk verwant zijn, met elkaar kweken. "Daar wordt dan een oplossing voor gezocht. Vaak wordt een dier verplaatst naar een andere dierentuin; op Europees niveau werken dierentuinen samen."
"Een dier kan ook achter de schermen verdwijnen. Dat moet dan in theorie in goede welzijnsomstandigheden zijn. Maar ik heb gemerkt dat dat niet per se het geval is."
"In Planckendael vertelde een verzorger me dat ze gekweekt hadden met de moormaki's, een soort aapjes uit Madagaskar. Ze hadden dat gedaan in de hoop mannelijke jongen te krijgen die ze nodig hadden voor het kweekprogramma. Maar keer op keer waren het vrouwtjes. Zoiets heb je natuurlijk niet onder controle."
Toch kondigde Zoo Planckendael de geboorte van de 4 moormaki's, die in Madagaskar ernstig bedreigd zijn, telkens trots aan. "De 3 vorige moormaki's die geboren werden in ons dierenpark zullen ook ingezet worden in het kweekprogramma", maakte Planckendael zich in april 2024 sterk.
De verzorger vertelde me dat er een jaar lang 2 jonge vrouwelijke moormaki's in een klein hok achter de schermen hebben gezeten, niet zichtbaar voor het publiek
Lotte Debrauwer
Maar van de verzorger zou Debrauwer iets anders te horen hebben gekregen: dat Planckendael met een overschot van vrouwtjes zat. "Die verzorger vertelde me dat er een jaar lang 2 jonge vrouwelijke moormaki's in een klein hok achter de schermen hebben gezeten, niet zichtbaar voor het publiek."
"Ik heb dat voorgelegd aan het KMDA, de organisatie achter Zoo Antwerpen en Zoo Planckendael, en zij zijn daar niet op in gegaan. Ze hebben dat niet bevestigd."
"Maar gewoon door enkele verzorgers aan te spreken, kwam ik dus al vrij snel te weten dat het niet altijd zo evident is. Ik vraag me dan af wat er nog allemaal gebeurt."
Giraf Marius
Het probleem van de surplusdieren beperkt zich in ons land niet alleen tot Planckendael en Zoo Antwerpen. "Elke zoo krijgt ermee te maken omdat er een mate van onvoorspelbaarheid inherent is aan het kweken. Maar er is zeer weinig animo om erover in gesprek te gaan."
Surplusdieren doen het imago van dierentuinen immers geen goed. Denk maar aan de tweejarige giraf Marius die in 2014 werd afgemaakt in de zoo van Kopenhagen. Dat veroorzaakte toen heel wat controverse.
Dat heeft in Vlaanderen tot nieuwe regels geleid. "Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA), dierenrechtenorganisatie Gaia en de dierentuinen van Planckendael en Antwerpen hebben toen afgesproken om surplusdieren niet af te maken."
Die afspraak bepaalt ook wat er dan wel mag gebeuren met surplusdieren. Zoals gezegd is het een optie om ze te verplaatsen naar een andere zoo, maar dat kan niet altijd.
"Uitzetten in het wild is ook een optie, maar dat is vrij uitdagend omdat die dieren al generaties lang in gevangenschap leven. Die maken niet veel kans om het alleen te redden in de natuur. Er zijn wel geslaagde voorbeelden, maar die zijn beperkt. Het is dus niet de grote oplossing."
Bonobo's aan de pil
Zijn er dan wel oplossingen voor surplusdieren? "Er wordt enerzijds veel gepleit om ze wel te doden en het als collatoral damage te zien. Dat gebeurt in veel dierentuinen: als er echt geen andere optie is, moet het maar. Sommige zijn er heel open over, bij andere ligt het gevoeliger."
"Het alternatief is dat dierentuinen er gewoon voor blijven zorgen. Dan moeten ze wachten om verder te kweken. In dat geval neemt het surplusdier de plek in van een dier dat wel nuttig was geweest in het kweekprogramma."
Soms worden dieren ook gesteriliseerd om te vermijden dat er nog nieuwe bij komen. "In Planckendael is er onlangs nog een vrij baanbrekende ingreep uitgevoerd bij een bonobo, waar de zaadleiders zijn doorgeknipt. De vrouwtjes zitten ook aan de pil. Maar er is discussie over of het wel ethisch is om dieren hun voortplanting en opvoeden van kroost af te nemen."
Kan een zoo het dan ooit goed doen? "Dat lijkt me vrij moeilijk. De ethische afwegingen zullen er altijd zijn. De critici van surplusdieren zijn ook vaak kritisch voor het hele idee van een zoo op zich."


