In Leuven gaat de stad onderzoeken wat ze kan doen met de Verloren Kosttoren, een restant van de middeleeuwse stadsomwalling. Daar blijft nu alleen nog een ruïne van over. Op vraag van gemeenteraadslid Ruben Geleyns (CD&V) gaat de stad de omgeving beter onderhouden. Ze gaat ook bekijken hoe ze de oude toren beter zichtbaar kan maken.
Stad Leuven onderzoekt toekomst van overblijfselen oude stadsomwalling: "Fier zijn op middeleeuws verleden"
De Verloren Kosttoren was de hoogste toren van de tweede middeleeuwse stadsomwalling rond Leuven. Die werd gebouwd in de 15e eeuw. "De toren heeft die naam gekregen omdat hij eigenlijk geen defensief nut meer had", vertelt gemeenteraadslid Ruben Geleyns. "De inwoners zagen het dus letterlijk als een verloren kost."
Van de toren blijft nu niet zoveel meer over. "Er is een ruïne langs de Leuvense ring, in de buurt van school De Wijnpers, maar die was helemaal overwoekerd door onkruid", zegt Geleyns. "Op mijn vraag heeft de stad nu snoeiwerken uitgevoerd, waardoor de toren weer zichtbaar is. Dat zal in de toekomst ook vaker gebeuren."
Metalen trapconstructie
De stad gaat onderzoeken welke werken nodig zijn om de toren in stand te houden en beter zichtbaar te maken. "Ik dacht aan een informatiepaneel, maar de stad wil niet te veel borden plaatsen", zegt Geleyns. "Een ander idee is een metalen trapconstructie van 50 meter, om de hoogte van de oorspronkelijke toren te evenaren. Dat zou een mooi panoramisch uitkijkpunt zijn, met het zicht dat de stadswachten vroeger ook hadden. Maar dat voorstel is zeker nog niet concreet."
De toren is samen met de Grote Spuye een van de weinige overblijfselen van de stadsomwalling. "We zijn een stad met een rijk verleden. Ik vind het belangrijk dat we daar fier op zijn en die geschiedenis bewaren en doorgeven aan toekomstige generaties", aldus Geleyns. "Onbekend is onbemind, daarom verdient deze toren wat meer aandacht en liefde."
Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant