Naar hoofdinhoud

"Stront is geld zei de boer en hij scheet in zijn portefeuille": waarom we in onze taal geld en kak aan elkaar linken

"Stront is geld." En: "Geld stinkt." Het zijn maar twee voorbeelden van hoe we in onze taal geld en kak aan elkaar linken. "Heel logisch", vindt professor Taalkunde Chris De Wulf (UAntwerpen) dat. En hij verwijst naar ons verleden. "Menselijke uitwerpselen hadden vroeger een grote economische waarde." 

Rosalie Legrand
Gepubliceerd:

Elke woensdag gaat Peter Van de Veire in 'Goeiemorgen Morgen!' op Radio 2 samen met professor Taalkunde Chris De Wulf (UAntwerpen) op zoek naar de eigenheid van onze taal. Meer weten? Vorige keer vertelde hij waar het gezegde 'zo zot als een deur' vandaan komt.

Sam Gooris was onlangs te gast in ‘Goeiemorgen Morgen!’. Hij vertelde dat, wanneer je in een stront trapt op straat, je geld gaat verdienen. Een luisteraar stuurde meteen een ander gezegde door: "Stront is geld, zei de boer en hij scheet in zijn portefeuille."

De uitdrukking 'stront is geld' heeft te maken met de economische waarde van uitwerpselen in de geschiedenis. Menselijke uitwerpselen worden al heel lang als meststof gebruikt. Urine is een bron van ammoniak en nuttig om leer schoon en soepel te maken.  

In de middeleeuwen waren er 'beerboeren'. Zij haalden menselijke uitwerpselen in de stad op om daarmee hun akkers te bemesten. Er waren ook leerlooiers die urine gebruikten om leer soepeler te maken. Die bezigheden ruiken niet lekker, maar het geld dat ermee verdiend wordt, wekt minder afkeer op.  

In de middeleeuwen waren er 'beerboeren'. Zij haalden menselijke uitwerpselen in de stad op om daarmee hun akkers te bemesten

Dat 'geld stinkt' heeft ook een link met de Romeinen en het Colosseum, maar dan in de omgekeerde richting. Voor de bouw ervan had de toenmalige Romeinse keizer Vespasianus veel geld nodig. Hij kwam op het idee om de urineafvoer extra te belasten. De Romeinse burgers vonden dat maar niks. Ook Vespasianus' zoon sprak hem erop aan. De keizer beantwoordde de kritiek met "pecunia non olet", oftewel: "geld stinkt niet".

Het verhaal is waarschijnlijk een legende. Maar Vespasianus is wel eeuwig verbonden met urine. In Frankrijk heten de openbare toiletten nog steeds 'vespasienne'.

Er is ook nog de uitdrukking 'stinkend rijk zijn'. Die ontstond in de 16e eeuw. Het woord 'stinkend' werd toen gebruikt als een versterkend woord. Je kon bijvoorbeeld 'stinkend veel' zeggen of 'stinkend hard'. Dat 'stinkend' heeft dus niks met geur te maken, het is een synoniem voor 'ontzettend'.

Nederlanders zeggen nog altijd 'je stinkende best doen'. Dan bedoelen ze dat je 'ontzettend hard je best doet'.

De uitdrukking ‘stinkend rijk zijn’ is wel een eigen leven gaan leiden. Eeuwen later werd het omgedraaid naar ‘rijke stinkerd’. Er is een populaire theorie die zegt dat 'rijke stinkerd' verwijst naar rijke mensen die onder de kerkvloer begraven werden. Dat begon na een tijd te stinken, waardoor ze aan hun bijnaam kwamen. Dat verhaal klopt niet. Armere mensen werden ook onder de plavuizen in de kerk begraven. De uitspraak 'rijke stinkerd' kwam ook pas op in de 19e eeuw en toen waren begravingen onder de kerk al lang verboden.

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"