In Peking zitten zo'n 370 leden van het Centraal Comité van de communistische partij van China bijeen om te bepalen hoeveel jij straks betaalt voor je elektrische auto, smartphone of zonnepanelen. Daaruit moet blijken of en hoe bedrijven in de Europese Unie nog met producten uit China zullen kunnen concurreren.
Hoe 370 machtige Chinezen beslissen hoeveel we betalen voor onze elektrische auto, gsm en zonnepanelen
In het Jingxi Hotel in Peking bepalen de leden van het Centraal Comité van de communistische partij van China deze week waar hun land de komende vijf jaar biljoenen in gaat investeren. Dit klinkt abstract, maar de vorige keer dat ze dit deden, werd China binnen enkele jaren wereldleider in elektrische auto's, batterijen en zonnepanelen. Nu mikken ze op artificiële intelligentie, quantumcomputers en biotechnologie.
President Xi Jinping noemde het in zijn openingstoespraak "nieuwe productiekrachten". Dat is partij-jargon voor: we gaan het Westen voorbijsteken in technologie. En China meent het. Nu al gebeurt 28 procent van alle nieuwe medicijnstudies in China. Dat was tien jaar geleden nog ondenkbaar.
Tegelijk wil Xi ook blijven inzetten op de goedkope productie van textiel, kleding en schoeisel. Normaal geven landen dat op wanneer ze klimmen in de waardeketen, maar Xi heeft goed gekeken naar wat in Europa en in de VS is gebeurd wanneer die zwaar de-industrialiseerden. Dat kan politieke onrust veroorzaken, en het systeem bedreigen.
Hoe serieus China dit neemt, blijkt uit een opvallende zet vlak voor de topvergadering. Negen topgeneraals werden aan de kant gezet, onder wie de nummer twee van het hele Chinese leger. Zoiets is niet meer gebeurd sinds de Culturele Revolutie in de jaren '60. President Xi toont hiermee: loyaliteit gaat boven alles, zelfs boven economische groei. Het land bereidt zich voor op een hardere confrontatie met het Westen. Het "grenzeloze partnerschap" met Rusland wordt steeds hechter.
Waarom moet u dit weten?
Simpel: China heeft een probleem en wij worden de oplossing - of we dat nu willen of niet. De Chinese economie hapert. De groei zakte naar 4,8 procent, het laagste cijfer dit jaar. Eén op de zeven Chinese jongeren vindt geen werk. Families durven nauwelijks nog geld uit te geven en sparen 40 procent van hun inkomen - een teken dat ze weinig vertrouwen hebben in de toekomst.
Wat doet China met al die producten die eigen burgers niet kopen? Die stuurt het massaal naar Europa. En het zal er na dit nieuwe Vijfjarenplan niet beter op worden, integendeel. Elektrische auto's, zonnepanelen, straks ook computerchips en medicijnen - allemaal tegen bodemprijzen. Klinkt mooi, goedkope producten. Maar het betekent ook dat Europese bedrijven failliet gaan omdat ze niet kunnen concurreren.
Als Chinese bedrijven hun producten dumpen, gaan onze bedrijven failliet
Ons land is extra kwetsbaar. Vorig jaar werd China onze grootste leverancier buiten de EU. We kochten voor 24 miljard euro méér bij hen dan zij bij ons. Via de haven van Antwerpen stromen bijna een half miljoen Chinese containers Europa binnen. Dat aantal gaat alleen maar stijgen.
Nog concreter: de chemische bedrijven rond Antwerpen - goed voor duizenden jobs - zijn afhankelijk van Chinese grondstoffen. We halen 28 van de 47 cruciale chemicaliën uit China. Als Peking de kraan dichtdraait, ligt onze industrie stil. Als Chinese bedrijven hun producten dumpen, gaan onze bedrijven failliet.
Wat moet er gebeuren?
Het contrast is pijnlijk. China plant vijf jaar vooruit met concrete investeringsdoelen. Wij reageren met losse tariefjes hier en daar. Zij investeren biljoenen in nieuwe technologie. Wij zitten in bezuinigingsmodus om de eindjes aan elkaar te kunnen blijven knopen. China produceert massaal ingenieurs en wetenschappers. Bij ons kiezen steeds minder jongeren voor exacte wetenschappen. De meerderheid van onze doctorandi is intussen van buitenlandse afkomst omdat we in eigen land geen geschikte kandidaten meer vinden.
China denkt in decennia, wij in verkiezingscycli. Na vijf jaar discussiëren heeft Europa nog steeds geen gezamenlijke strategie. We onderhandelen met 27 verschillende stemmen tegen één China. Dat is een gevecht dat we dreigen te verliezen.
Europa heeft nog een klein venster om te reageren - misschien vijf tot tien jaar. China heeft onze markt nu nog nodig om zijn producten te verkopen
Vanaf morgen zit de EU-top bijeen over ons concurrentievermogen en andere geo-economische uitdagingen. Wel, hopelijk blijft het niet bij praten. Europa heeft nog een klein venster om te reageren - misschien vijf tot tien jaar. China heeft onze markt nu nog nodig om zijn producten te verkopen. Dat geeft ons onderhandelingsmacht. Maar die tijd tikt weg. Straks heeft China genoeg klanten in Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Dan staan wij met lege handen.
Concreet betekent dit dat Europa als één blok met China zal moeten onderhandelen, niet met 27 losse landen. We moeten meer investeren waarin we sterk staan (medicijnen, speciale chemicaliën) in plaats van China proberen te kopiëren. We moeten nu eisen stellen: als China hier wil verkopen, moet het ook technologie delen. En we moeten onze afhankelijkheid van Chinese grondstoffen verminderen.
De rekening komt eraan
Een volledige breuk met China is uiteraard niet mogelijk en betekent economische zelfmoord - twee derde van wat via België binnenkomt, gaat naar andere EU-landen. Onze economieën zijn volledig verweven. Maar niets doen is ook geen optie.
De Chinese leiders nemen deze week beslissingen die bepalen hoe de wereldeconomie er de komende jaren uitziet. Hun plan is helder: China eerst, op eigen benen staan en technologische dominantie.
De hamvraag: gaat Europa eindelijk met een antwoord komen? Of blijven we langs de zijlijn toekijken terwijl Chinese overcapaciteit onze eigen bedrijven wegspoelt? De klok tikt, en in Peking wachten ze niet op ons.
Tom Van de Weghe is ook auteur van het nieuwe boek Terug naar China (342 blz), uitgegeven bij Borgerhoff&Lamberigts.


