De Netflix-reeks 'Boots' dropt een homoseksuele tiener in het basiskamp van de Amerikaanse mariniers in 1990. Daar, tussen de push-ups en de homofobie, probeert Cameron Cope te overleven én zichzelf te blijven. Het is een verhaal over identiteit in een wereld die geen ruimte laat voor wie je bent. Dit zijn 3 redenen waarom deze reeks geen gemakkelijke feelgood-tv is, maar net daarom zo sterk.
3 redenen waarom 'Boots' meer is dan een zoveelste coming-of-age-reeks
De omgeving is het échte coming-of-age-verhaal
De meeste coming-of-age-reeksen laten jongeren groeien in relatief veilige omgevingen: scholen, zomerkampen, studentenhuizen. 'Boots' is gebaseerd op de memoires 'The Pink Marine' van voormalig marinier Greg Cope White en dropt Cameron Cope (Miles Heizer van '13 Reasons Why') in het basiskamp van de Marines in 1990, in de voetsporen van zijn beste vriend.
Cope doet het niet om oorlogje te spelen, maar omdat hij wanhopig een nieuwe start wil maken na jaren van pesterijen.
Alleen, ook in het leger kan hij niet zichzelf zijn. Homoseksualiteit is er immers illegaal.
Wat 'Boots' uniek maakt, is dat het coming-of-age-aspect niet gaat over eerste liefdes of schoolexamens, maar over pure overleving. Drilsergeanten schreeuwen homofobie door de kazerne, racistische opmerkingen zijn dagelijkse kost, en fatshaming is deel van de training.
De reeks toont hoe destructief dat is, zonder met de vinger te wijzen. Je ziet het gewoon gebeuren en trekt zelf je conclusies.
Heizer speelt Cameron met een kwetsbaarheid die zelden overdreven aanvoelt. Zijn innerlijke stem – een stoutere, geestigere versie van zichzelf – praat hem door moeilijke momenten heen. Die dialoog tussen Cameron en zijn 'echte zelf' zorgt voor humor, maar ook voor pijnlijke zelfreflectie.
Het is een slimme manier om te tonen hoe iemand zichzelf moet verstoppen om te overleven.
De reeks vermijdt de valkuil van propaganda
Showrunner Andy Parker wou geen propagandastuk maken voor de Marines, maar ook geen aanval erop. Dat balanceren werkt, al voelt het soms wat voorzichtig.
De reeks toont de brutaliteit van het basiskamp: de fysieke en mentale foltering, de toxische masculiniteit, de onverschilligheid voor individuen. Maar het laat ook zien hoe sommige jonge mannen er iets van leren. Discipline, veerkracht, vriendschap.
Dat laatste is het sterke punt. Cameron bouwt intense banden op met zijn mederecruten. Die vriendschappen zijn niet clichématig, maar voelen echt aan. Ze ontstaan niet omdat iedereen het goed met elkaar kan vinden, maar omdat ze samen door de hel moeten.
Tegelijk durft de reeks bullebak Sergeant Sullivan (gespeeld door Brit Max Parker, die geen spatje Brits accent laat doorschemeren) kwetsbaar te maken. Sullivan ziet Cameron als een bedreiging, niet omdat Cameron zwak is, maar omdat hij hem herinnert aan wat hijzelf onderdrukt. Zijn eigen geaardheid verstopt hij onder lagen van agressie en zelfhaat.
De dynamiek tussen die twee is hartverscheurend en geeft de reeks extra diepgang.
De popcultuur-referenties zijn meer dan nostalgie
'Boots' zit vol knipogen naar de popcultuur van de jaren 1990. Cameron luistert stiekem naar naar de meidengroep Wilson Phillips, refereert naar de sitcom 'Golden Girls' en moet zijn liefde voor George Michael en Sade verbergen.
Die referenties klinken misschien als gimmicks, maar ze werken verrassend goed. Ze maken concreet wat Cameron moet verstoppen. Zijn smaak botst keihard met de hypermasculiene wereld van de Marines.
Die clash tussen wie hij is en wie hij moet zijn, maakt het verhaal herkenbaar voor iedereen die ooit heeft moeten doen alsof.
En het maakt pijnlijk duidelijk hoe absurd het is om mensen in hokjes te dwingen.
Kortom. 'Boots' is geen gemakkelijke kijkervaring, maar wel een relevante. Het is grappig, hartverscheurend en ongemakkelijk tegelijk. Voor wie houdt van coming-of-age-verhalen met ballen, of gewoon van series die iets te vertellen hebben. Alle acht afleveringen van 'Boots' staan nu op Netflix.