Het is niet de eerste keer dat er kunstwerken zijn gestolen uit het Louvre in Parijs. Ook veel andere musea werden al beroofd. Van de 'Mona Lisa' onder een verstopte jas tot dieven in politie-uniform die voor 500 miljoen dollar aan schilderijen stalen: dit zijn 5 van de spectaculairste kunstdiefstallen uit de geschiedenis.
Na kunstdiefstal in Louvre: dit zijn 5 spectaculaire kunstroven uit de geschiedenis
'Mona Lisa' uit het Louvre (1911)
Een van de bekendste kunstroven is die van de 'Mona Lisa' in 1911. Het beroemde schilderij van Leonardo da Vinci werd op klaarlichte dag gestolen uit het Louvre in Parijs. De dader? Vincenzo Peruggia, een Italiaanse glazenmaker die een tijdje in het museum had gewerkt.
Volgens een van de theorieën verstopte Peruggia de "Mona Lisa" onder zijn jas tijdens een rookpauze van de bewakers en wandelde hij er gewoon mee naar buiten. De diefstal werd pas een dag later ontdekt.
Pas 2 jaar later werd het schilderij teruggevonden in Firenze. Peruggia had de 'Mona Lisa' al die tijd verstopt op zijn kamer in Parijs, vlak bij het Louvre, maar keerde uiteindelijk terug naar Italië, met het schilderij. Daar probeerde hij de 'Mona Lisa' te verkopen aan een kunsthandelaar, die de politie verwittigde.
Peruggia heeft altijd verklaard dat hij vond dat 'Mona Lisa' in Italië moest hangen, omdat Napoleon destijds het schilderij had gestolen. In 1914 keert 'Mona Lisa' terug naar het Louvre.
De opvallende kunstroof heeft er mee toe geleid dat de 'Mona Lisa' vandaag zowat het beroemdste kunstwerk ter wereld is.
Kunstroof van 500 miljoen (1990)
De kunstroof in het Amerikaanse Isabella Stewart Gardner Museum wordt omschreven als een van de grootste en meest kostbare uit de geschiedenis. In de nacht van 18 maart 1990 konden dieven 13 kunstwerken uit het museum stelen, met een totale geschatte waarde van maar liefst 500 miljoen dollar.
De 2 overvallers hadden die nacht het brandalarm van het museum laten afgaan. Verkleed als politieagenten en met het excuus dat ze kwamen controleren wat er aan de hand was, werden ze binnengelaten door de 2 nachtbewakers van het museum. De overvallers konden de bewakers vastbinden en sneden de werken van bekende schilders als Rembrandt, Vermeer en Degas uit hun kader.
De kunstroof duurde 81 minuten. De daders zijn nooit gevat en de gestolen kunstwerken zijn nog steeds spoorloos. 'Het Concert' van de Nederlandse kunstschilder Johannes Vermeer wordt sindsdien beschouwd als het meest waardevolle schilderij dat nog altijd vermist is. De waarde van het werk wordt geschat op ongeveer 250 miljoen dollar. De 13 lege kaders hangen nog altijd in het museum.
'De schreeuw' in 1994 én 2004
'De schreeuw' van de Noorse schilder Edvard Munch is al meermaals gestolen. In 1994 werd een van de 4 versies van het iconische schilderij gestolen uit het Nationaal Museum in de Noorse hoofdstad Oslo. De 2 dieven lieten een briefje achter met daarop: "Bedankt voor de slechte beveiliging."
Op beelden van de beveiligingscamera's was te zien hoe 2 mannen een raam van het museum insloegen, het schilderij van de muur haalden en wegvluchtten. De roof duurde amper 50 seconden.
Het museum weigerde 1 miljoen dollar losgeld te betalen, maar via een undercoveroperatie kon de politie enkele maanden later het schilderij opnieuw bemachtigen. Vier mannen konden worden opgepakt.
Op 22 augustus 2004 werd opnieuw een exemplaar van 'De schreeuw' gestolen. Deze keer stalen gewapende overvallers het kunstwerk op klaarlichte dag uit het Munchmuseum in Oslo. Ook 'Madonna' van Munch werd gestolen, een schilderij met een waarde van zo'n 20 miljoen dollar.
Aanvankelijk dacht men dat de schilderijen verbrand waren om zo het bewijsmateriaal te vernietigen. Op 2 mei 2006 veroordeelden Noorse rechters 3 daders tot gevangenisstraffen van 4 tot 8 jaar. Daarnaast dwongen de rechters een van de daders met een dwangsom van 750 miljoen Noorse kronen de locatie van het schilderij te vertellen.
Waarschijnlijk door een tip van een van de daders kon de politie de 2 werken terugvinden. 'De schreeuw' en de 'Madonna' werden in redelijk goede staat, maar met onherstelbare schade, teruggevonden door de Noorse politie eind augustus 2006. Na restauratie werden ze opnieuw tentoongesteld.
Juwelenroof in Dresden
In de vroege uurtjes van 25 november 2019 drongen inbrekers het historische museum Grünes Gewölbe binnen in de Duitse stad Dresden. Het museum geldt als een van de grootste schatkamers van Duitsland en Europa.
De dieven hadden een stroomkast in de buurt in brand gestoken, waardoor de straatverlichting uitviel en ze konden toeslaan in het donker. Het traliewerk voor een raam van het museum hadden ze enkele dagen eerder al doorgezaagd en teruggeplaatst.
De inbrekers gaan aan de haal met drie 18e-eeuwse juwelencollecties van diamant en robijn. In totaal werden meer dan 4.000 diamanten gestolen, waaronder een exemplaar van 49 karaat. De juwelen hebben een onschatbare waarde volgens de museumdirectie.
De inbraak duurde slechts enkele minuten. Doordat de dieven snel moesten zijn, gingen ze roekeloos te werk en werden sommige stukken losgerukt en raakten ze beschadigd. De overval wordt omgeschreven als de "grootste juwelenroof sinds de Tweede Wereldoorlog".
In 2021 werden 6 verdachten aangeklaagd voor de juwelendiefstal. In 2023 werden 5 van hen veroordeeld tot gevangenisstraffen van "amper" 4 tot 6 jaar. De mannen hadden in ruil voor lichtere straffen een deal gesloten met justitie, om een groot deel van de juwelen terug te geven. Een verdachte werd vrijgesproken.
'Rechtvaardige rechters'
Last but not least: de onopgeloste diefstal van 'De rechtvaardige rechters', een van de zijpanelen van het 'Lam Gods' van de gebroeders Van Eyck. Het paneel werd in de nacht van 10 op 11 april 1934 gestolen uit de Sint-Baafskathedraal in Gent.
90 jaar later is er nog altijd geen enkel spoor van het kunstwerk.Wel duiken er nog regelmatig (complot)theorieën op over wat ermee is gebeurd. Begin dit jaar waren er nog huiszoekingen in een villa in Oost-Vlaanderen na een nieuwe tip, maar zonder resultaat.
Herlees het verhaal van 'De rechtvaardige rechters' in dit artikel.



