Plug-in hybrides vervuilen bijna evenveel als benzinewagens. Dat blijkt uit een studie van de Europese koepelorganisatie Transport & Environment die zich inzet voor duurzaam vervoer. Volgens de ngo is het geen goed idee om plug-in hybrides te behandelen als koolstofvrije (schone) auto's. Iets waar de auto-industrie wel voor ijvert bij de Europese Unie.
Plug-in hybrides zijn dan toch veel vervuilender dan gedacht: "Ooit waren deze auto's een goed idee"
Een plug-in hybride (met stekker, PHEV) zou een lager brandstofverbruik en minder emissie (of uitstoot) hebben, door de inzet van een accu die opgeladen wordt met een stekker.
Maar in de praktijk is de CO2-uitstoot van plug-in hybrides volgens de ngo bijna 5 keer zo hoog als officiële tests suggereren.
Transport & Environment bekeek daarvoor de emissiegegevens (of uitstoot) van 127.000 voertuigen.
"De praktijk wijkt enorm af van de officiële tests, waarbij voertuigen worden gereden op een manier die door regelgevers als normaal wordt beschouwd", klinkt het.
Extra brandstofverbruik
Zelfs in elektrische rijmodus verbruiken PHEV's brandstof (zo'n 3 liter per 100 km) en stoten ze gemiddeld 68 gram CO2 per kilometer uit.
"De Europese auto-industrie wil dat plug-in hybrides beschouwd worden als CO2-neutraal, maar onze studie toont aan dat PHEV's gemiddeld slechts 19 procent minder CO2 per kilometer uitstoten dan benzine- en dieselwagens."
"Autofabrikanten oefenen druk uit op EU-wetgevers om hybride auto's te behandelen als schone voertuigen". Het extra brandstofverbruik kost bovendien de gemiddelde automobilist 500 euro per jaar, aldus Transport & Environment.
Dit komt doordat de elektromotoren in PHEV's over het algemeen onvoldoende vermogen hebben voor hogere snelheden of steile hellingen, en de verbrandingsmotor moet bijspringen.
Gemakzucht en economisch rekken
Nieuw zijn de bevindingen niet helemaal, zegt Johan Driesen, professor elektrische energiesystemen (KU Leuven).
"Het element dat deze studie toevoegt, is het reële rijgedrag: het gaat om leasingwagens en grotere wagens die langere afstanden - vooral snelwegen - afleggen. Dan heb je veel minder voordeel met een hybride", legt Driesen in De Ochtend (Radio 1) uit.
"Boven een bepaalde snelheid of bergop gaat die verbrandingsmotor snel bijspringen."
Plug-in? Oorspronkelijk een goed idee om te wennen
professor Johan Driesen
Driesen wijst erop dat er verschillende types van plug-in hybrides bestaan.
"We hebben in Europa vooral 'parallel hybrides', een auto met een verbrandingsmotor waar men een elektrische motor aan toevoegt. Die benzinemotor helpt bij piekverbruik."
"Als je dat vergelijkt met de hybrides in China... dat zijn elektrische auto's met een kleine generator bij. Ze hebben in de steden namelijk niet zoveel laadpunten."
Driesen noemt de plug-in hybrides oorspronkelijk een goed idee: "De fabrikanten leerden met elektrische componenten werken, ook de verbruikers leerden inpluggen gewoon worden. Maar in de praktijk zie je dat er iets meer gemakzucht is en dat zie je in de data van het verbruik."
Waarom zijn de Europese fabrikanten nog happig op plug-in hybrides?
"Dat zijn wagens die ze onder de knie hebben en waar ze veel winst op maken. Ze proberen hybrides om economische redenen te redden, zoals in Duitsland: om jobs te redden." Volledig elektrische wagens zijn voorlopig duurder en dat vormt voor heel wat consumenten een hindernis.
Johan Driesen in De Ochtend: "Elektrische auto's zijn duurder, maar in gebruik zuiniger"

