Nog nooit eerder staken zoveel migranten met kleine bootjes het kanaal over naar Engeland als dit jaar. Van januari tot september waren het er meer dan 34.000. Meestal wagen ze de overtocht vanuit het noorden van Frankrijk, waar ze in geïmproviseerde kampen in slechte omstandigheden wachten. Bruno Libbrecht van hulporganisatie Allemaal Mensen is er vrijwilliger en vertelt hoe hopeloos de toestand is.
Nog nooit zoveel migranten die oversteek naar Engeland wagen: "Ook mensen die Nederlands spreken"
Sinds de bootmigratie naar Groot-Brittannië in 2018 begon, hebben meer dan 184.000 migranten de overtocht gewaagd. In de eerste 9 maanden van dit jaar staken er al 721 mensen meer het kanaal over dan in dezelfde periode in 2022, het absolute recordjaar.
Vooraleer de migranten in de kleine bootjes stappen, wachten ze in geïmproviseerde kampen in de wijde omgeving van Duinkerke en Calais. Daar leven ze in bijzonder slechte omstandigheden. "Er is geen elektriciteit, geen water, geen sanitair. Alles wat ze hebben, komt van vrijwilligers", getuigt Libbrecht in De Ochtend op Radio 1. Hij is een van die vrijwilligers en komt er regelmatig de haren wassen van migranten.
Toen hij er 7 jaar geleden voor het eerst was, zag hij vooral migranten die er lange tijd verbleven en wachtten. Nu ziet hij een veel groter verloop. De oorzaak van het toegenomen aantal overtochten is het verstrengde Europese asielbeleid, denkt Libbrecht.
"Men wijst bijvoorbeeld mensen af die voor de taliban vluchten, want het is daar 'veilig'. Een dictatuur is inderdaad een stabiel regime. Maar als je dochters niet naar school kunnen… Ze proberen bij ons een leven op te bouwen, maar dat lukt niet, en dan drijf je ze in de handen van smokkelaars. Dat is wat ik op het terrein zie gebeuren."
Afgewezen asielzoekers
Afghanen die het talibanregime ontvluchten, zijn volgens gegevens van het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken de grootste groep migranten die naar Engeland probeert te geraken.
De bewoners van de Noord-Franse kampen zijn echter heel divers, benadrukt de vrijwilliger. "Er zijn mensen die rechtstreeks vluchten voor oorlog, maar evengoed mensen die al 2 of 3 jaar in België wonen, Nederlands spreken en werken", legt Libbrecht uit. "Laatst was er iemand die in een woonzorgcentrum werkte en uitgewezen was. Als laatste redmiddel willen ze het in Engeland proberen."
Van die wanhoop maken smokkelaars handig gebruik, denkt Libbrecht. De politie treedt er naar zijn mening te weinig tegen op, hoewel ze 2 keer per week in de kampen is om ze te ontruimen. "Het is makkelijker om een weerloze familie uit hun tentje te zetten en dat kapot te maken dan iets aan de smokkel te doen."
