De Europese militaire steun aan Oekraïne is afgelopen zomer gehalveerd. Dat blijkt uit cijfers van het Kiel Institut in Duitsland. De financiële en humanitaire hulp blijven wel stabiel. Vooral het nieuwe PURL-initiatief van verschillende NAVO-lidstaten blijkt nog niet optimaal te werken.
Militaire steun van Europa aan Oekraïne is afgelopen zomer gehalveerd, financiële en humanitaire hulp blijven stabiel
De Amerikaanse president Donald Trump heeft begin dit jaar aangekondigd dat de VS de militaire hulp aan Oekraïne drastisch zou verminderen, waarop Europese landen hun steun fors verhoogden. Tijdens de eerste maanden van dit jaar bereikt de hulp aan Oekraïne een hoogtepunt, omdat er nog steunpakketten van voormalig president Joe Biden werden geleverd.
Maar afgelopen zomer daalden de bijdragen plots fors: de VS geeft nog amper wapens aan Oekraïne en de militaire steun van Europa daalde met 57 procent ten opzicht van januari, zelfs inclusief de bijdragen aan het nieuwe PURL-programma dat verschillende Europese NAVO-lidstaten overeenkwamen met de VS.
Wat is het PURL-programma?
Met het PURL-initatief (Prioritized Ukraine Requirements List) kwamen verschillende Europese NAVO-lidstaten overeen om samen Oekraïne snel van gebruiksklare wapens te voorzien uit Amerikaanse voorraden. NAVO-baas Mark Rutte en Trump onderhandelden het akkoord.
De deelnemende NAVO-landen zijn België, Canada, Denemarken, Duitsland, Letland, Nederland, Noorwegen en Zweden. Samen stelden ze 1,9 miljard euro beschikbaar voor het programma.
Defensiespecialist Peter Wijninga ziet 2 grote redenen voor de dalende militaire steun. "Enerzijds heeft de VS deze zomer geen steunpakketten meer geleverd. In het eerste half jaar van Trumps ambtstermijn is er wél nog steun gegaan naar Oekraïne, maar die was nog toegezegd door de vorige president Biden", zegt Wijninga in De Ochtend op Radio 1.
"Het Europese programma is nog niet volledig op gang gekomen en kan op dit moment nog niet de weggevallen Amerikaanse steun opvangen", verduidelijkt Wijninga. Hoe dat precies komt, is nog niet helemaal duidelijk. "De Duitse bondskanselier Friedrich Merz spreekt vaak met grote woorden over de steun aan Oekraïne. Toch zie je dat die steun eigenlijk alleen maar is teruggelopen", aldus Wijninga.
"Daarnaast hebben Spanje en Italië de afgelopen maanden hun steun een beetje afgebouwd. Dat zijn toch 3 grote landen die minder hebben gepresteerd dan verwacht. Het is een mogelijke oorzaak, maar het verklaart niet de totale omvang van de terugval."
Wijninga ziet dan ook nog een andere verklaring: "Het kan ook zijn dat Oekraïne steeds beter in zijn eigen defensienoden voorziet. De Oekraïeners produceren zelf steeds meer drones en kruisluchtwapens".
Humanitaire hulp wel op hoog niveau
Wat ook opvalt, is dat de financiële en humanitaire hulp aan Oekraïne vanuit Europa wel hetzelfde is gebleven. Tussen juli en augustus werd 7,5 miljard euro aan financiële en humanitaire hulp toegekend, vergelijkbaar met de maanden daarvoor. Van dat geld kwam 86 procent van EU-instellingen. "Het gaat daar wel over andere budgetten, maar het is wel opvallend dat die steun vlotter loopt dan de militaire steun", zegt Wijninga.
Europese steun aan Oekraïne met 57 procent gedaald: "Beloftes niet nagekomen"

