De 55-jarige Martina Johnson is door de raadkamer doorverwezen met het oog op een assisenproces in ons land, terwijl ze wordt verdacht van gruwelijke oorlogsmisdaden tijdens de burgeroorlog in Liberia, West-Afrika. Hoe kwam ‘de commandant’ van een bloederig conflict bij de band van Volvo Gent terecht? We reconstrueren haar verhaal.
Over oorlogsmisdaden in Liberia, kannibalisme en band in Volvo: het verhaal van Martina Johnson, die op weg is naar assisen in ons land
Samenvatting:
Martina Johnson is een voormalige commandant tijdens de Liberiaanse burgeroorlog.
Ze riskeert een assisenproces in Gent voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid.
Het federaal parket wil Johnson vervolgen voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid.
Johnson ontkent alle beschuldigingen.
Kerstavond 1989: Charles Taylor trekt met zijn guerrillaleger vanuit Ivoorkust Liberia binnen. Het is het begin van de eerste Liberiaanse burgeroorlog. Die burgeroorlog zou het land jarenlang in een bloedige wurggreep houden, zeker toen de groepering van Taylor zich ook nog eens opsplitste. Er ontplooide zich toen een bittere strijd tussen de verschillende groeperingen.
De balans was torenhoog: 150.000 doden, honderdduizenden vluchtelingen en een verwoeste economie, die het land in een diepe armoede zou storten. Bovendien was de vrede van korte duur: in 1997 mocht Taylor dan wel president worden, twee jaar later zou er opnieuw een burgeroorlog uitbreken, die pas in 2003 ten einde was.
Enter Martina Johnson
Tot zover de korte geschiedenisles. Want wat heeft een burgeroorlog op meer dan 7.000 kilometer afstand nu te maken met een assisenproces in ons land? Enter Martina Johnson.
De intussen 55-jarige vrouw zou in de Eerste Burgeroorlog een van de commandanten van Taylor geweest zijn en zou tientallen en mogelijk honderden doden op haar geweten hebben.
De troepen van Taylor moordden, verkrachtten, plunderden, verminkten. Kinderen werden niet gespaard, ze werden gedood of ingezet als kindsoldaat. En Johnson zou daar een grote rol in gehad hebben. Volgens getuigen was ze "generaal", "artilleriecommandant" en op een bepaald moment ook "lijfwacht" van Taylor zelf.
Kannibalisme?
Vooral bij de beruchte "operatie Octopus" zou ze betrokken geweest zijn. Tijdens die aanval op de Liberiaanse hoofdstad Monrovia in 1992 doodden kindsoldaten duizenden (onschuldige) burgers - meer dan waarschijnlijk om etnische redenen.
Er doen nog meer gruwelijke verhalen over haar de ronde. Over kannibalisme bijvoorbeeld: "Zij kookte de lichaamsdelen", zo klinkt het bij een getuige aan een speciaal opgerichte commissie in Liberia (TRC). Er gaan ook geruchten dat ze een ketting van penissen gehad zou hebben. Maar, voor alle duidelijkheid, dat zijn geen feiten waarvoor ze nu vervolgd wordt - en of het meer is dan geruchten is zoveel jaar na datum moeilijk vast te stellen.
Martina Johnson kookte de lichaamsdelen
Getuige bij het TRC
Hoe dan ook zet het eindrapport van die speciale commissie haar wel expliciet op de lijst van "meest beruchte misdadigers", waarvan ze vindt dat die absoluut vervolgd moeten worden.
Ze zou overigens ook een tijdlang op de radar gestaan hebben van de FBI, voor haar mogelijke betrokkenheid bij de moord op vijf Amerikaanse nonnen tijdens de burgeroorlog in Liberia.
Een vlucht naar Gent
Uiteindelijk ontvlucht Johnson Liberia en komt ze rond 2000 in Gent terecht, waar ze een aantal jaar een (relatief) anoniem bestaan leidt. Haar asielaanvraag wordt nooit ten gronde behandeld, omdat ze in de tussentijd trouwt en haar verblijf zo geregulariseerd wordt. Ze neemt ook de naam van haar echtgenoot aan en werkt zelfs een tijdlang in de Volvo-fabriek in Gent. "Het is een heel gewone vrouw, ze heeft een man en kind", klinkt het bij haar advocaat Nathalie Aernoudts. "Ze heeft ook medische problemen doordat ze vergiftigd werd in Liberia."
Maar haar slachtoffers zijn haar niet vergeten. Eind 2011 dient advocaat Luc Walleyn een klacht in voor drie slachtoffers.
"Een van mijn cliënten is intussen overleden. Hij werd mishandeld. Hij had een schampschot en werd met een bajonet op zijn bil geslagen. Hij zag ook hoe er bij een ander slachtoffer een stuk van diens oor werd gesneden."
"Mijn andere cliënten zijn broer en zus. Ten tijde van Operatie Octopus werd hij samen met zijn andere zus tegengehouden door een controlepost van Martina Johnson. "De zus is vermoord op bevel van Johnson. Hij werd afgeslagen, uitgekleed en men maakte aanstalten om zijn geslachtsdelen af te snijden. Dat is alleen onderbroken door een aanval, waardoor de rebellen moesten vluchten."
In 2014 wordt Johnson opgepakt en aangehouden. Ze zit even in de cel, mag daarna naar huis met een enkelband, die uiteindelijk in 2015 opgeheven wordt. Sindsdien is ze vrij onder voorwaarden.
Intussen zijn we meer dan 10 jaar verder en is het onderzoek rond. Liefst 10.000 pagina's telt het intussen. Het federaal parket kon een tiental slachtoffers identificeren, en vermeldt hen ook uitdrukkelijk met naam en toenaam als slachtoffer. Er zijn ook anderen, die anoniem blijven. Het parket wil Johnson dan ook vervolgen voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid. Dat kan, omdat er een link is met ons land, aangezien Johnson hier (al lang) woont. Beide kwalificaties behoren tot de zwaarste misdaden in ons land, waar jarenlange celstraffen tegenover staan.
"Het heeft lang geduurd", zegt Walleyn. "Het is een complex dossier, zo heeft het heel lang geduurd voor er een rogatoire commissie naar Liberia gestuurd kon worden. Dan waren er achtereenvolgens ebola en covid."
Naar assisen of niet?
Het is nu afwachten of ze effectief voor het hof van assisen zal moeten komen of niet. De raadkamer heeft nu beslist om haar door te verwijzen, de kamer van inbeschuldigingstelling moet die stap nu nog formeel maken.
"Voor de slachtoffers is het een frustrerende periode geweest. Ze zijn blij dat er schot in de zaak komt, maar tegelijk zijn ze ook ongerust. Het zijn tenslotte machtige mensen tegen wier schenen ze schoppen."
Maar het is ook "historisch belangrijk" dat Johnson voor assisen komt, benadrukt Walleyn. "Ze was de eerste persoon die aangehouden werd voor misdaden die in die burgeroorlog gepleegd werden. Intussen zijn er wel al enkele veroordelingen geweest, onder meer in Frankrijk en Zwitserland."
Ook Charles Taylor is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 50 jaar door het Tribunaal in Den Haag. Al is dat wel met een omweg gebeurd. Hij is namelijk niet veroordeeld voor misdaden in Liberia, wel in Sierra Leone - voor het leveren van wapens aan de rebellen daar, in ruil voor diamanten.
Tot vandaag ontkent Johnson de feiten. "We betwisten ze met klem", zegt haar advocaat Nathalie Aernoudts. "Ze is niet de gruwelijke moordenares die sommigen van haar maken. Het gaat ook om verhalen van mensen."
Aernoudts benadrukt daarnaast dat volgens haar de redelijke termijn "ver overschreden" is. "Het gaat om feiten van 34 jaar geleden, het onderzoek duurt al 14 jaar. Ze leeft ook al jaren onder voorwaarden, mag niet naar het buitenland, mag niet met de pers praten. Door die lange duur zijn ook veel getuigenissen verloren gegaan en heeft ze geen kans meer op een eerlijk proces."
Ook in een interview met Het Nieuwsblad in 2014 ontkende ze in alle toonaarden de beschuldigingen en benadrukte ze dat ze zelf een slachtoffer van de oorlog was. "Ik werd opgepakt door rebellen en tegen mijn wil ingelijfd bij de "Special Security Service", de persoonlijke veiligheidsdienst van rebellenleider Charles Taylor." Ze was enkel "veiligheidsagente" en later "hoofd van de luchthaven". Met Operatie Octopus heeft ze naar eigen zeggen "niks te maken". Ook het verhaal over kannibalisme deed ze af als "leugens": "Dat ik mensen zou hebben opgegeten? Walgelijk. Waar halen mensen dat toch?"
Ze zou later ook vergiftigd zijn, waardoor ze leverproblemen kreeg en een transplantatie moest ondergaan.
Dat ik mensen zou hebben opgegeten? Walgelijk. Waar halen mensen dat toch?
Martina Johnson in een interview met Het Nieuwsblad in 2014
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen


