De dreiging van jihadistische radicalisering bij jongeren is vandaag minder zichtbaar, al leeft het ideeëngoed nog altijd. Dat zegt moslimtheoloog en radicaliseringsexpert Khalid Benhaddou, naar aanleiding van de verijdelde aanslag op premier Bart De Wever (N-VA). "Het aantal meldingen zit op hetzelfde peil als in 2016, ten tijde van de aanslagen in Brussel."
Jihadistische radicalisering bij jongeren was nooit echt weg: "Minder zichtbaar, maar ideeën leven nog"
Dat de 3 jongeren die zijn opgepakt na de verijdelde aanslag op Bart De Wever zich effectief aan het voorbereiden waren, is opvallend volgens radicaliseringsexpert en directeur van expertisecentrum CIRPA Khalid Benhaddou. “Maar de radicalisering is nooit weggeweest, ze is gewoon minder zichtbaar", legt hij uit in de VRT-podcast 'Het Kwartier'.
Met het uiteenvallen van terreurbeweging IS verdween een belangrijke rekruteerder, een aanstoker van jongeren met jihadistische ideeën. “Toch spelen dezelfde onderliggende problemen en ideeën nog steeds mee. Het aantal meldingen van radicalisering, ook los van jihadisme, zit weer op hetzelfde peil als ten tijde van de aanslagen in Brussel in 2016”, zegt hij.
Beluister het interview met Khalid Benhaddou in de podcast 'Het Kwartier'
De dreiging daarvan is volgens Benhaddou wel minder acuut. Er zijn meer meldingen, maar dat het gaat over echte pogingen tot aanslagen of fysieke acties, is uitzonderlijk. “Veel jongeren radicaliseren in stilte, in de marge van de samenleving. Ze zijn zoekende en gemakkelijk vatbaar voor radicale ideeën, daarin spelen ook sociale media een steeds grotere rol.”
Radicalisering op verschillende vlakken
De organisatie van Benhaddou, CIRRA, een expertise- en onderzoekscentrum rond levensbeschouwing en diversiteit in Vlaanderen, werkt samen met scholen en lokale besturen rond de aanpak van radicalisering.
“We krijgen van scholen steeds meer meldingen”, vertelt hij. “Ze doen melding van jongeren die rebelleren of radicale opvattingen hebben, al gaat dat niet altijd over extreme gevallen waarin de jongeren ook de daad bij het woord voegen. Het gaat bovendien zeker niet enkel over moslimjongeren.”
Op sociale media hebben radicale spelers vaak vrij spel. Niet alle jongeren zijn voldoende gewapend om kritisch om te gaan met de informatie op die platformen
Khalid Benhaddou, radicaliseringsexpert en directeur van expertisecentrum CIRPA
Wat Benhaddou vertelt, ligt in ieder geval in lijn met wat de nationale veiligheidsdiensten ook hebben vastgesteld. Bij 18 procent van de dreigingsmeldingen die het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD) ontving in 2024, ging het om minderjarigen.
“Op sociale media hebben radicale spelers vaak vrij spel. Niet alle jongeren zijn voldoende gewapend om kritisch om te gaan met wat ze op zulke platformen tegenkomen.” Onderzoek van VRT NWS toonde al aan hoe jongeren op mediaplatformen als Telegram en Discord inderdaad razendsnel kunnen radicaliseren.
Maatschappelijke oplossing nodig
Sinds de aanslagen van 2016 zijn onze nationale veiligheidsdiensten in ieder geval veel oplettender geworden. “Ze hebben vandaag betere middelen om dit soort radicalisering op te sporen dan vroeger. Het feit dat deze huidige aanslag verijdeld is, zegt ook iets over hun grote alertheid.”
Benhaddou gelooft in ieder geval in een overkoepelende aanpak van het probleem. "Het is een maatschappelijk probleem, dus moeten we het op verschillende niveaus in de samenleving aanpakken", vindt hij.
Dat gaat volgens hem van het onderwijs tot op het niveau van lokale besturen. Vlaams minister voor Binnenlands Bestuur Hilde Crevits (CD&V) zal vanaf 2026 meer middelen voorzien voor lokale besturen om met deze problematiek om te gaan. Benhaddou verwelkomt dat.
Het is volgens hem belangrijk dat religie niet wordt afgeraden, maar dat jongeren leren om er rationeel mee om te gaan. “Ze moeten leren om kritisch om te gaan met de verhalen rond geloof die ze oppikken”, zegt Benhaddou. Hij ziet daarvoor ook een rol weggelegd voor de geloofsgemeenschappen.
Moeten we nu extra voorzichtig zijn?
"Vanuit veiligheidsperspectief is de dreiging nooit weggeweest en komt ze zeker niet uit het niets", zegt Annelies Pauwels, onderzoeker bij het Vlaams Vredesinstituut, in De Wereld Vandaag op Radio 1. Het is volgens haar moeilijk te zeggen of een verhoogde waakzaamheid nodig is.
"Onze veiligheidsdiensten zijn sinds de terreuraanslagen van 10 jaar geleden altijd bezig gebleven met jihadisme: ze sporen voortdurend personen met slechte bedoelingen op en wisselen informatie uit met lokale diensten. Dat is altijd een prioriteit gebleven", vertelt ze.
“Volgens de cijfers van OCAD, dat de dreiging analyseert en een lijst bijhoudt van personen die gemonitord worden, gaat het om zo’n 600 mensen”, gaat ze door. "En dat cijfer is de voorbije jaren vrij stabiel gebleven." Het overgrote deel gaat nog steeds om mensen die het jihadisme aanhangen.

