Hoe wapenen we België tegen natuurbranden, en wat doen we als ze toch voorkomen? Dat leren 15 studenten in een nieuwe opleiding aan PXL Hogeschool Hasselt. In het postgraduaat Adviseur Natuurbrandbeheersing vinden natuurbeheerders en brandbestrijders elkaar. Dat is nodig, want het risico op natuurbranden stijgt, ook in ons land. "Nergens is er een zone waarvan je kan zeggen: hier is geen gevaar."
Hoe België beter tegen bosbranden wapenen? Nieuwe opleiding aan PXL Hasselt stoomt brandweerlui en natuurbeheerders klaar
Bruine boswachter-outfits met het logo van het Agentschap Natuur en Bos, donkerblauwe polo’s met badges van de Nederlandse brandweer, spierwitte hemden en een enkel oversized T-shirt: de studenten van de opleiding komen uit alle hoeken van Vlaanderen én Nederland. En dat zie je.
Maar ook alle leeftijden zijn hier vertegenwoordigd. De oudste cursist is een gepensioneerde brandweerman van 70. De jongste is een pas afgestudeerde student Groenbeheer van 21 - hij kwam overigens iets te laat toe op zijn eerste lesdag, maar dat wordt met de mantel der liefde bedekt.
Ondanks al die verschillende achtergronden zitten ze hier met dezelfde instelling. Allemaal hebben ze een hekel aan "gepalaver", "werkgroepen", "bureauwerk" en "ellenlange wiskundige berekeningen waar je op het terrein niets aan hebt", zo klinkt het tijdens een voorstellingsronde. "Het mag vooruit gaan."
"En o ja, liefst geen ellenlange Powerpoints", klinkt het met enige branie. De docent hoeft zich geen zorgen te maken. Zijn projectie telt maar een handvol zinnen.
De meeste studenten zijn niet aan hun proefstuk toe. In het lokaaltje zit decennia aan ervaring bij elkaar. De grootste natuurbranden die de Lage Landen de laatste jaren hebben geteisterd, worden opgesomd als eretekens. Die op de Stabrechtse Heide in Nederland in 2010 (220 hectare afgebrand), die op de Kalmthoutse Heide in 2011 (600 hectare): studenten die hier vandaag achter een lessenaar zitten, hielpen ze mee blussen.
Brand op Mechelse Heide
De opleiding moet vooral helpen voorkomen dat het nog eens zover komt. Het idee ontstond na de grote natuurbrand op de Mechelse Heide in Maasmechelen in mei van dit jaar. Hij bestaat uit een 30-tal lesdagen, gespreid over een jaar. Er zijn hoorcolleges, maar er worden ook verschillende uitstappen gemaakt, binnenkort bijvoorbeeld naar diezelfde Mechelse Heide.
"Er was vraag naar deze opleiding, zowel bij de brandweer als bij natuurbeheer", vertelt coördinator Sam Otoy. "Ze hebben ons laten weten dat ze nood hebben aan adviseurs om hen bij te staan bij dergelijke grote branden. En die zullen zeker nog toenemen, als gevolg van de klimaatverandering. Het is dus belangrijk dat we er goed op voorbereid zijn."
"Daarom moeten we nu al oefenen hoe we zo'n branden moeten aanpakken", gaat Otoy verder. "Daarom is een postgraduaatopleiding interessant. De meeste cursisten werken al. Ze kunnen dus, na de cursus, de opgedane kennis meteen binnentrekken in hun eigen organisatie."
"Volgens hen ontbreekt de expertise binnen organisaties om zo'n grote branden te voorkomen en te beheren. Er is ook nood aan samenwerking. Maar de bevolking moet zich ook meer bewust worden van het grote brandgevaar in droge periodes. Ook dat is iets waaraan we nog hard moeten werken."
Heide wordt luciferdoos
De VN schat dat het aantal bosbranden wereldwijd zal toenemen met 30 procent tegen 2030, benadrukt Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (CD&V). Hij trok 50.000 euro uit voor de opleiding en heet de studenten vandaag mee welkom.
Het risico stijgt niet enkel in Zuid-Europa, waar ook deze zomer weer enorme bosbranden woedden. Ook in België en Nederland neemt de kans toe. Ook de periode van het jaar waarin natuurbranden kunnen voorkomen, wordt steeds langer. Dit jaar was het opletten geblazen van maart tot september.
Anders dan in Frankrijk, Spanje of Griekenland gaat het niet om grote lappen bos die dreigen af te branden, want die hebben we niet. Vooral onze heides, zoals de Hoge Venen en de Kalmthoutse Heide, zijn gevaarzones. Tijdens lange, droge periodes kunnen de grassen en struiken daar echte luciferdoosjes worden.
"In het zuiden van Europa woeden natuurbranden veel intenser en branden er veel grotere gebieden af. Maar ze zijn er ook beter voorbereid. En er zijn ook plekken waar géén gevaar is. Dat is een gigantisch verschil met de situatie bij ons", legt docent Bert Ceyssens uit. Hij is voorzitter van de werkgroep Natuurbranden van het Netwerk Brandweer en een van de docenten aan de opleiding.
"Hier zijn de natuurgebieden kleiner, maar we wonen er allemaal wel dichtbij. Nergens is er een zone zonder begroeiing waarvan je kan zeggen: hier is helemaal geen gevaar."
Een brand kan vanuit zo’n natuurgebied overslaan op huizen. "En dan kan het wel eens fout aflopen. Het hoeft dan niet alleen te gaan om menselijke slachtoffers. Er kan ook materiële schade zijn."
Tomorrowland
Daar zijn deze studenten zich maar al te goed van bewust. De Nederlandse Liza van Velzen, boswachter en natuurbrandspecialist, krijgt in haar veiligheidsregio Brabant-Zuidoost "bijna meer te maken met natuurbranden dan woningbranden", vertelt ze.
Brandweerman Roel Geens werkt dan weer in de zones Waasland en Rivierenland. “Daar is het risico op natuurbrand zogezegd klein. Maar ik durf dat in twijfel trekken. Ik heb al interventies meegemaakt waarvan ik dacht: we hebben chance gehad."
Hij herinnert zich nog de brand op Tomorrowland, deze zomer. "Die heeft nog dagenlang verder gewoed als een complexe natuurbrand. In het nieuws ging het enkel over het brandende plastic, maar het was echt wel wat meer dan dat."
Evenwicht tussen natuurbeheer en brandweer
In deze opleiding hopen brandweerlui, natuurbeheerders en ambtenaren niet alleen te leren hoe ze zo’n natuurbrand moeten bestrijden. Het zal ook gaan over hoe je een natuurgebied zo brandveilig mogelijk inricht, en hoe je het na een brand helpt om te herstellen. De cursisten leren ook welke nieuwe technologieën er bestaan, zoals slimme camera's voor branddetectie, en hoe ze ermee moeten werken.
Het is vaak een kwestie van evenwicht tussen natuurbescherming en brandbeveiliging, legt Ceyssens uit. Hij geeft het voorbeeld van brandgangen, vegetatieloze stroken in natuurgebied die het vuur moeten tegenhouden. "Natuurliefhebbers hebben die graag zo smal mogelijk, de brandweer zo breed mogelijk. Regelgeving bestaat daar nog niet zo veel rond."
Toch wachten we best niet meer te lang. Het Klimaatrisicocentrum CERAC waarschuwde begin dit jaar nog dat België niet voorbereid is op meer natuurbranden. Enkele maanden later luidde ook federaal minister van Klimaat Jean-Luc Crucke (Les Engagés) de alarmbel.
Want ons land weerbaarder maken tegen natuurbranden, kost geld en tijd. "Dat vraagt jaren van investeringen", zegt Ceyssens. "Het gaat dan bijvoorbeeld om nieuwe voertuigen aankopen, maar ook natuurgebied brandbestendig inrichten, bijvoorbeeld door te ontbossen of veen aan te leggen. Daar zijn inspanningen voor nodig van natuurbeheerders, de brandweer én het beleid."
Er wacht de studenten van het postgraduaat dus nog voldoende werk.
Regionaal nieuws uit Limburg



