Bij de parlementsverkiezingen in Syrië heeft een beperkt aantal vrouwen een zetel gekregen. Ook de religieuze en etnische minderheden, zoals de Koerden en de christenen, blijken ondervertegenwoordigd.
Weinig zetels voor vrouwen en minderheden bij Syrische parlementsverkiezingen: "Er is een onevenwicht"
Het waren de eerste parlementsverkiezingen in Syrië sinds de val van dictator Bashir al-Assad in december vorig jaar, na een staatsgreep.
De bevolking kon zelf weliswaar niet naar de stembus. Twee derde van het parlement werd verkozen door enkele duizenden leden van verschillende kiescommissies. De overige zetels zullen worden toegewezen door huidig president Ahmad al-Sharaa.
Uit de eerste resultaten blijkt nu dat slechts 6 van de 119 gekozen kandidaten een vrouw is. Tien zetels gaan naar minderheden.
President kan compenseren
De woordvoerder van kiescommissie, Nawar Najmeh, erkende na de bekendmaking dat er sprake is van een "onevenwicht". "De christelijke gemeenschap heeft slechts 2 zetels, wat een zwakke vertegenwoordiging is gezien haar aandeel in de Syrische bevolking", zei hij.
"Een derde van de zetels die de president nog moet benoemen, zou bepaalde ondervertegenwoordigde groepen kunnen compenseren", aldus Najmeh.
Twee provincies in het noordoosten van Syrië, die onder controle staan van de Koerden, en de provincie Sweida in het zuiden, werden om veiligheidsredenen van het kiesproces uitgesloten.
In Sweida bestaat de meerderheid van de bevolking uit druzen en braken recentelijk gewelddadigheden uit.
