Er heerst onwetendheid, de richtingen zijn te duur om op te starten en het ontbreekt schooldirecteurs aan vernieuwingsdrang. Dat schuiven enkele leerkrachten en scholieren naar voren als reden voor de sterk gedaalde inschrijvingsaantallen in STEM-richtingen. “Meer reclame maken, zonder fundamenteel iets te veranderen, zal niet werken.” Hoe kan het dan wél beter?
Waarom STEM-opleidingen steeds minder populair zijn: “Gebrek aan vernieuwingsdrang bij schooldirecties”
Samenvatting:
Minder jongeren kiezen voor STEM-opleidingen door een gebrek aan interesse, een slecht imago en het schrappen van richtingen in scholen.
"Directies van scholen moeten meer lef hebben om buiten de bestaande kaders te durven denken," zegt Maggy Vankeerberghen, coördinerend directeur van scholengroep UN!K. De bestaande vakkenstructuur sluit niet meer aan bij de leefwereld van jongeren.
Duaal leren, waarbij jongeren zowel op school als op de werkvloer leren, zorgt bij SyntraPXL in Limburg voor een stijging van het aantal STEM-leerlingen met meer dan 10%.
“Ik was totaal niet verbaasd”, reageert Maggy Vankeerberghen op het nieuws dat het aantal inschrijvingen in STEM-richtingen op een dieptepunt zit. Vankeerberghen is coördinerend directeur van scholengroep UN!K. Dat steeds minder leerlingen zich in zo’n studierichting inschrijven, heeft volgens haar 2 oorzaken.
“Enerzijds is er nu eenmaal te weinig interesse voor de opleidingen. Veel leerlingen zien het nog al te vaak als ‘plan B’ indien een voormalige aso-richting niet lukt. Het heeft niet altijd een aantrekkelijk imago. Maar anderzijds zijn er de voorbije jaren ook gewoon veel STEM-richtingen geschrapt aan middelbare scholen,” vertelt ze.
Wat is STEM?
STEM is een verzamelterm voor vakgebieden die zich richten op wetenschap, techniek en wiskunde. Het is een afkorting voor:
Science (wetenschap)
Technology (technologie)
Engineering (ingenieurstechnieken)
Mathematics (wiskunde)
STEM-opleidingen zijn immers duur om aan te bieden: de scholen moeten het gepaste materiaal en de juiste infrastructuur kunnen aanbieden. “Als er jaar na jaar slechts een handvol studenten inschrijft, dan is het niet verrassend dat een school die richting op den duur schrapt.” Het verklaart volgens haar mee de recente cijfers.
Verkeerde perceptie
Maar vanwaar dat slechte imago van STEM-opleidingen? “Dat perceptieprobleem gaat al lang mee”, vertelt Stijn Slegers. Hij geeft les op het VITO in Hoogstraten en doceert onder meer het vak Engineering aan leerlingen in de richting technologische wetenschappen in de derde graad.
“Veel begint bij het perspectief van de ouders. Zij hebben nog heel vaak het idee: een sterk scorende leerling moet naar het aso, terwijl een STEM-richting eerder als plan b dient.” Ouders denken volgens Slegers bovendien vaak dat wie een STEM-richting volgt, waarschijnlijk niet zal doorstromen naar het hoger onderwijs.
“Niets is minder waar: de meesten van onze studenten stromen net door naar opleidingen zoals burgerlijk of industrieel ingenieur. Ze hebben daar bovendien hoge slaagkansen.” Dat tonen de cijfers in de STEM-monitor van het departement Onderwijs dan ook aan.
Ook op inhoudelijk vlak heerst er namelijk heel wat onwetendheid over STEM volgens Slegers. “In een aantal STEM-richtingen krijg je eigenlijk dezelfde wiskunde aangeleerd als in de ‘moeilijkere’ voormalige aso-richtingen zoals wetenschappen-wiskunde. Tegelijk wordt de leerstof in die richtingen op een meer praktisch toegepaste toegepast. Inhoudelijk is het dus echt niet minderwaardig.”
Al in de basisschool reclame maken
Scholier Joni (17) zit inmiddels in haar laatste jaar van het secundair, als enige meisje in een klas mechatronica. Dat is een richting die werktuigbouwkunde, elektrotechniek, meet- en regeltechniek en informatica combineert – de meeste leerlingen stromen door naar een professionele bachelor, sommigen zelfs tot industrieel ingenieur.
“Maar eerst studeerde ik Latijn”, vertelt ze. “Toen ik vrienden hoorde vertellen over STEM, sprak dat me veel meer aan. Mijn ouders steunden die keuze”, vertelt ze.
En eigenlijk was ze al in de lagere school geprikkeld om voor STEM te kiezen. “Op onze lagere school kwamen er geregeld STEM-leerkrachten gastlessen geven om te tonen wat STEM allemaal inhoudt. Dat heeft veel van mijn medeleerlingen overtuigd.” Dat kan volgens haar een goede manier zijn om meer leerlingen tot in STEM te krijgen.
Dé oplossing: een geïntegreerde aanpak?
De Vlaamse overheid probeert al jaren met het STEM-actieplan 2012-2020 en de STEM-agenda 2030 om de opleidingen bekender te maken. “Maar gewoon meer reclame maken zonder fundamenteel iets te veranderen, zal niet werken”, vindt Vankeerberghen.
Hét recept is volgens haar: de STEM-opleidingen vormgeven vanuit actuele, relevante maatschappelijke onderzoeksvragen. En daarin samenwerken met het lokale bedrijfsleven. "Want de bestaande onderwijsstructuur sluit niet aan bij de leefwereld van de leerlingen."
“Neem bijvoorbeeld een voor scholieren interessant thema zoals de klimaatverandering. Je kan hen, onder begeleiding van de lerarenploeg, hierrond een groot project laten uitwerken. Daarbij hangen ze niet strak vast aan de typische vakkenstructuur, maar doen ze kennis en ervaring op in lokale bedrijven en in de praktijk.”
Directies moeten meer buiten de bestaande kaders durven denken.
Maddy Vankeerberghen, coördinerend directeur van scholengroep UN!K.
Door samen te werken met die bedrijven, los je ook het financieringsprobleem van STEM-richtingen op, want de scholen hoeven niet in hun eentje de nodige infrastructuur te voorzien, zegt Vankeerberghen.
Zo heeft bijvoorbeeld het Bernardustechnicum in Oudenaarde al langer uitgebreide samenwerkingen met bedrijven uit de buurt. “Die bieden stages, workshops en samenwerkingsprojecten aan voor leerlingen. Een win-winsituatie.”
“Directies van scholen moeten dus meer lef hebben om buiten de bestaande kaders te durven denken", vindt ze. De Vlaamse regering mag wat haar betreft meer stimulansen bieden aan scholen om te durven innoveren in hoe ze hun studierichting vormgeven.
Of is duaal leren dé oplossing?
Dat een onderwijsmodel waarbij een sterke link wordt gemaakt met het werkveld ook echt werkt, dat toont SyntraPXL in Hasselt aan, die opleidingen in duaal leren aanbiedt aan jongeren vanaf 15 jaar oud.
Terwijl Vlaanderen kampt met een duidelijke terugval in het aantal jongeren dat kiest voor STEM-richtingen, ziet SyntraPXL net het omgekeerde gebeuren. In de duale opleidingen in haar campussen in Pelt, Hasselt en op de T2-campus in Genk stijgt het aantal jongeren dat een STEM-richting volgt met meer dan 10 procent tegenover vorig schooljaar.
“De kracht van deze opleidingen zit in de combinatie van school en werkplek”, legt Pieter Sybers, coördinator Duaal bij SyntraPXL, uit. “De Limburgse bedrijven nemen een actieve rol in de vorming van toekomstige vakmensen. Daardoor zien we bij onze leerlingen niet alleen meer motivatie, maar ook een betere doorstroom naar duurzame jobs.”
Vlaanderen heeft zich als doel gesteld om tegen 2030 40% leerlingen in STEM-richtingen te hebben, met duaal leren heeft SyntraPXL die doelstelling al bereikt. "Inspiratie voor het hele onderwijsveld", klinkt het. Daar is misschien wat van aan.

