De N-VA blijft met voorsprong de rijkste partij van het land en de PVDA blijkt het minst af te hangen van overheidssubsidies. Dat blijkt uit een studie van de KU Leuven. Alles samen kregen de politieke partijen vorig jaar 83,7 miljoen directe overheidssubsidies. "Het is duidelijk dat de partijen niet in hun eigen inkomsten hebben gesneden", zegt politicoloog Bart Maddens (KU Leuven). "Dat ligt toch wat moeilijk in tijden van besparingen."
Politieke partijen kregen 83,7 miljoen euro directe subsidies: "Duidelijk niet in eigen inkomsten gesneden"
Samenvatting:
Politieke partijen ontvingen vorig jaar samen 83,7 miljoen euro aan directe overheidssubsidies, goed voor 77 procent van hun inkomsten.
De N-VA blijft met een netto-vermogen van 23,6 miljoen euro veruit de rijkste partij van het land.
PVDA is het minst afhankelijk van overheidssubsidies en haalt relatief veel inkomsten uit mandatarisbijdragen en lidgelden.
In 2024 kregen partijen opvallend meer privé-giften, vooral Vlaams Belang en PVDA profiteerden hiervan.
"Het is duidelijk dat de partijen niet in hun eigen inkomsten hebben gesneden", zegt politicoloog Bart Maddens (KU Leuven).
Vorig jaar kregen de politieke partijen in totaal 108,7 miljoen euro van de overheid. 77 procent daarvan bestaat uit directe overheidssubsidies, 10,2 procent uit bijdragen van mandatarissen, die als indirecte overheidssubsidies kunnen worden beschouwd. Directe en indirecte overheidssubsidies samen waren goed voor 87,2 procent van de inkomsten.
Daarnaast haalden partijen 3,9 procent van hun inkomsten uit lidgelden, 1 procent uit giften en 7,9 procent uit overige bronnen (merchandising of huurinkomsten, bijvoorbeeld).
Het is duidelijk dat de partijen niet in hun eigen inkomsten hebben gesneden
Politicoloog Bart Maddens (KU Leuven)
De directe subsidies bestaan voor 63 procent uit dotaties. De fractietoelagen, die de verschillende parlementen toekennen ter ondersteuning van het parlementaire werk, zijn goed voor 31,4 procent van de inkomsten. Daarnaast zijn er nog provinciale toelagen (4,1 procent) en aan Franstalige kant de steun aan verbonden instellingen (1,4 procent).
In absolute bedragen waren de totale overheidsinkomsten van de partijen 2,9 miljoen euro hoger dan het jaar ervoor, maar als je de inflatie mee in rekening brengt, blijkt dat de overheidsfinanciering min of meer gelijk is gebleven in vergelijking met in 2023. "Het is duidelijk dat de partijen niet in hun eigen inkomsten hebben gesneden", zegt politicoloog Bart Maddens (KU Leuven). "Dat ligt toch wat moeilijk in tijden van besparingen."
De PVDA is het minst afhankelijk van directe overheidssubsidiëring, die maar goed is voor 54,3 procent van de inkomsten van die partij. "Dat heeft te maken met het grote aandeel van de mandatarisbijdragen en van de lidgelden", legt politicoloog Bart Maddens uit. Bij Ecolo zien we dat het aandeel van de mandatarisbijdragen ook relatief groot is.
Bovenop de fractietoelagen trekken de verschillende parlementen ook geld uit om de verschillende fractiemedewerkers te betalen. De totale loonkosten daarvan worden voor vorig jaar ingeschat op 104,6 miljoen euro. In zekere zin kun je de verloning van de parlementaire medewerkers beschouwen als een extra overheidssubsidie, en dus een flinke extra bonus voor de partijen.
Bijdragen van mandatarissen
In 2024 kregen de partijen 10,2 miljoen euro van hun verkozen mandatarissen. Vooral de PS en Ecolo ontvingen hier minder, een gevolg van de verkiezingsnederlaag die beide partijen vorig jaar leden. Desondanks wist de PS nog altijd 15,5 procent van haar inkomen van bij haar verkozen mandatarissen te halen.
De PVDA doet het hier dus stukken beter met een aandeel van 23,1 procent in de partijfinanciën. Aan de andere kant vinden we Open VLD, dat amper 0,4 procent van haar inkomsten van bij de mandatarissen haalt.
Privéfinanciering
Daarnaast inden de partijen voor 4,6 miljoen aan ledenbijdragen, ongeveer evenveel als in 2023. Ook hier doet de PVDA het opvallend goed met 2,4 miljoen euro, meer dan de helft van het totale bedrag aan geïnde lidgelden.
Privé-giften of legaten zijn een onbelangrijke inkomstenbron voor politieke partijen. Dat heeft niet alleen te maken met de wettelijke beperkingen voor dergelijk giften, maar vooral met de rijkelijke overheidsfinanciering.
In 2024 kregen de partijen toch wel opvallend meer privé-giften: in totaal voor 1 miljoen euro, tegenover amper 164.000 euro in 2023. Dat is vooral op het conto van Vlaams Belang en PVDA te schrijven, die respectievelijk 679.845 en 320.323 euro ontvingen.
Vooral het hoge bedrag dat Vlaams Belang ontving, is opmerkelijk. Blijkbaar bestaat dit bedrag grotendeels uit legaten. De PVDA heeft dan weer een langere traditie van relatief hoge donaties.
De N-VA is de rijkste
Het totale netto-vermogen van de partijen (totale vermogen min de schulden) bedroeg vorig jaar 127,6 miljoen euro. Dat is 40 miljoen euro minder dan in 2023. Zoiets is niet uitzonderlijk, want het vermogen van de partijen daalt traditioneel in een verkiezingsjaar. 2024 was zelfs een jaar met 2 stembusgangen.
We zien wel dat de verkiezingen duurder waren voor de partijen, want het gezamenlijke partijvermogen lag lager dan de 135,8 miljoen van 2019, na de kiescampagnes van 2018 en 2019. Volgens professor Maddens is de stijgende trend over verschillende verkiezingsjaren heen gebroken. "In feite betekent dit vooral dat het vermogen van de partijen niet inflatiebestendig is en de stijging van de prijzen niet kan bijbenen", zegt hij.
Hoe dan ook zien we dat de N-VA veruit de rijkste partij blijft, met een netto-vermogen van 23,6 miljoen euro. Vlaams Belang, PS en CD&V hebben een vergelijkbaar vermogen van zo'n 15 miljoen euro. Onderaan het lijstje vinden we Open VLD met 5,7 miljoen euro, Groen met 5 miljoen euro en DéFI met een negatief cijfer van - 313.526 euro. Die laatste partij zit duidelijk in slechte papieren.

