Het Internationaal Strafhof in Den Haag heeft een Soedanese militieleider schuldig bevonden aan misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden. Ali Kusheib was tijdens de oorlog in Darfoer een commandant van de beruchte Janjaweed. Die militie is grotendeels opgegaan in de Rapid Support Forces (RSF), een van de strijdende partijen in de oorlog die Soedan nu al meer dan 2 jaar lang verscheurt.
Internationaal Strafhof in Den Haag veroordeelt eerste Soedanese militieleider voor oorlogsmisdaden in Darfoer
Ali Mohammed Ali Abd-Al-Rahman, ook wel Ali Kusheib genoemd, is door het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag schuldig bevonden aan 30 oorlogsmisdaden, waaronder verkrachting, moord en vervolging.
De strafmaat zal de komende dagen worden bepaald. Ali Kusheib riskeert een levenslange gevangenisstraf.
Ali Kusheib is de eerste militieleider die terechtstaat voor oorlogsmisdaden die meer dan 20 jaar geleden werden begaan in de Soedanese regio Darfoer. Volgens de aanklagers was hij verantwoordelijk voor "beestachtig geweld".
Het ICC oordeelde dat de wreedheden, zoals massamoorden en verkrachtingen, deel uitmaakten van een plan van de toenmalige Soedanese regering om met geweld een einde te maken aan een opstand in Darfoer, in het westen van het land.
20 jaar geleden: burgeroorlog in Darfoer
De relaties tussen de Afrikaanse en Arabische bewoners zijn van oudsher gespannen geweest in Darfoer, een regio in het westen van Soedan, aan de grens met Tsjaad.
In 2003 leidde een conflict over grond tussen de van oorsprong Afrikaanse bevolkingsgroep de Foer en Arabische nomaden tot een open oorlog in Darfoer. Rebellengroepen van de Afrikaanse bevolking, die zich benadeeld voelde, kwamen in opstand tegen de door Arabieren gedomineerde regering van president Omar al-Bashir in Khartoem.
Het Soedanese regeringsleger voerde bombardementen uit en kreeg op de grond de hulp van de beruchte Janjaweed-milities. Overal waar de Janjaweed te paard of op kamelen verschenen, sloeg de bevolking op de vlucht. Dorpen werden geplunderd en in brand gestoken, mannen vermoord, vrouwen verkracht.
De burgeroorlog eiste meer dan 300.000 doden. Door het geweld, maar ook door hongersnood en ziekte. Het conflict in Darfoer werd beëindigd in 2011, na 2,5 jaar onderhandelen.
Omar al-Bashir werd aangeklaagd voor volkenmoord door het Internationaal Strafhof in Den Haag. Bashir werd in 2019 afgezet na een volksopstand, maar hij werd niet uitgeleverd aan het Strafhof, dat hem beschuldigt van genocide.
Van Janjaweed naar RSF
Een deel van de beruchte Janjaweed-militie is na de burgeroorlog in Darfoer opgegaan in de Rapid Support Forces (RSF).
Dat is de paramilitaire groep die nu al meer dan 2 jaar oorlog voert met het reguliere leger in Soedan. De RSF staat onder leiding van Mohamed Hamdan Dagalo, ook bekend als Hemedti.
Na meer dan 2 jaar oorlog controleert het reguliere leger het noorden, centrum en het oosten van het land. De RSF domineren grotendeels het westen: de regio Darfoer waar ze grotendeels zelf van afkomstig zijn. Ook sommige delen van het zuiden van het land zijn in hun handen.
Stad al anderhalf jaar jaar lang belegerd
De hoofdstad Khartoem werd lang belegerd, maar is sinds maart heroverd door het reguliere leger. Het zwaartepunt van de gevechten is nu verplaatst naar El Fashir, de hoofdstad van Noord-Darfoer.
De stad is al anderhalf jaar lang omsingeld en van de buitenwereld afgesneden door gevechten tussen de strijdende partijen.
"Er zijn voortdurend bombardementen", getuigt een inwoner bij het Franse persagentschap AFP. "De voorraden medicijnen zijn bijna uitgeput. Er zijn bijna geen desinfecterende producten meer om wonden te steriliseren."
De VN heeft vorige week nog gewaarschuwd voor "grootschalig etnisch geweld en wreedheden" in El Fashir.
Oorlog in Soedan: wat is er aan de hand?
Centraal in het conflict staat de rivaliteit tussen 2 generaals: die van het reguliere leger, Abdel Fattah al-Burhan, en die van de paramilitaire groep RSF (Rapid Support Forces) Mohamed Hamdan Dagalo, ook bekend als Hemedti.
In 2019 werd dictator Omar al-Bashir van de macht verdreven na een volksopstand. Er werd gewerkt aan een overgang naar democratie in Soedan, maar in 2021 pleegden de RSF en het Soedanese leger samen weer een staatsgreep.
De militairen bleven aan de macht, maar zouden een akkoord tekenen, waarin ze de macht zouden overdragen aan een burgerregering. Een onderdeel van het akkoord was dat de RSF zou worden opgenomen in het reguliere leger. Het was al langer duidelijk dat generaal Hemidti dat niet over zijn kant zou laten gaan.
De spanningen tussen het leger en de RSF liepen op, en zijn sinds april 2023 uitgemond in een bloedige oorlog. Buitenlandse mogendheden hebben zich gemengd in het conflict. Soedan, een van de grootste landen van het Afrikaanse continent, ligt dan ook strategisch in de Hoorn van Afrika en is rijk aan grondstoffen, waaronder goud. Volgens de VN krijgen de RSF de steun van de Verenigde Arabische Emiraten, die via Tsjaad wapens leveren.
In de oorlog in Soedan zijn al minstens 40.000 mensen om het leven gekomen. 12 miljoen mensen zijn voor het geweld op de vlucht.
