In Georgië gaan de autoriteiten harder optreden tegen de oppositie in het land. Premier Irakli Kobakhidze van Georgische Droom omschrijft de protesten van de oppositie als een "couppoging beraamd door buitenlandse inlichtingendiensten" en kondigt "represailles" aan.
Tienduizenden mensen zijn gisteravond, op de dag van lokale verkiezingen, in hoofdstad Tbilisi de straat op gegaan. Ze stelden dat dit de "laatste kans" was om de democratie in het land te redden. Een deel van de betogers probeerde het presidentieel paleis binnen te dringen. Zeker vijf leiders van de protesten zijn opgepakt.
"Verschillende mensen zijn al gearresteerd, om te beginnen met de organisatoren van deze poging tot omverwerping", zegt Kobakhidze vandaag. "Niemand zal ongestraft blijven... Vele anderen kunnen straffen verwachten voor het geweld dat ze hebben gebruikt tegen de staat en agenten."
Hij beschuldigt de grootste oppositiepartij, de Verenigde Nationale Beweging, ervan achter de protesten te zitten. "Die zal compleet geneutraliseerd worden en niet langer de toelating krijgen tussen te komen in de Georgische politiek", zei Kobakhidze nog.
Boycot
Een deel van de oppositie boycotte de verkiezingen van gisteren, die gewonnen werden door regeringspartij Georgische Droom.
Internationaal zijn er grote zorgen over de democratie in Georgië, onder meer bij de EU. Georgische Droom maakte recent komaf met Georgische ambitie om lid van de Europese Unie te worden, en wordt ervan beschuldigd de autoritaire toer op te gaan.

