De Tsjechen trekken vandaag en morgen naar de stembus om een nieuw parlement te kiezen. De verkiezingen worden gezien als een belangrijk scharniermoment: kiest Tsjechië voor een pro-Europese koers, of schuift het land op richting Moskou? Wat de uitkomst ook wordt, de ruim 8 miljoen stemgerechtigde Tsjechen worden in de aanloop overspoeld met pro-Kremlin gerichte desinformatie en complottheorieën.
Blijft pro-Europese premier op post in Tsjechië of maakt zijn 'trumpistische' voorganger een comeback?
Het belooft een strijd te worden tussen 2 politieke zwaargewichten. Aan de ene kant staat de huidige premier Petr Fiala, leider van de centrumrechtse ODS die het land sinds 2021 bestuurt met de alliantie Spolu ("Samen").
Fiala positioneert zich sterk pro-Europees: hij wil de defensiebegroting verhogen tot het niveau dat de NAVO vereist, Oekraïne blijven ondersteunen met wapenleveringen en de opvang van Oekraïense vluchtelingen voortzetten. Sinds het begin van de oorlog zijn honderdduizenden Oekraïners naar Tsjechië gevlucht, waardoor ze inmiddels zo'n 5 procent van de bevolking uitmaken.
De huidige premier profileert zich ook op thema's als vrijheid, veiligheid en bescherming van de democratie. Onder zijn regering stopte Tsjechië met de import van Russisch gas en werden forse begrotingsmaatregelen genomen. Maar veel Tsjechen klagen ook dat het leven duurder is geworden, wat de positie van Fiala kan verzwakken.
Uitdager is rijke zakenman
Zijn belangrijkste uitdager is de voormalige premier Andrej Babiš, leider van de radicaal-rechtse partij ANO ("JA"). Babiš voert campagne met beloftes van lagere energieprijzen, lagere belastingen, hogere lonen en een lagere pensioenleeftijd. Hij wil ook het EU-migratiepact verwerpen en noemde de EU op zijn laatste campagnetoespraak "een bende socialistische en groene gekken".
Babiš wordt door heel wat analisten een "trumpist" genoemd en profileert zichzelf ook als een pragmatische zakenman die Tsjechië "als een bedrijf wil leiden". Zijn supporters dragen op campagnebijeenkomsten rode petjes met "Sterk Tsjechië", die doen denken aan de petjes die de MAGA-aanhangers van de Amerikaanse president Trump dragen.
ANO van Babiš op kop
Volgens een recente peiling van Politico staat ANO op kop met ongeveer 32 procent van de stemmen, terwijl Spolu rond de 19 procent zou behalen. Omdat geen van beide partijen naar verwachting een meerderheid zal halen, lijken coalitievormingen onvermijdelijk.
Mogelijke partners zijn onder meer de huidige regeringspartij STAN (circa 11 procent in de peilingen) of de extreemrechtse SPD (ongeveer 13 procent), die pleit voor een vertrek uit zowel de EU als de NAVO. Kleinere partijen, zoals de linkse Stacilo!, de Piratenpartij (Piráti) en Motoriste Sobě, blijven voorlopig onder de 10 procent.
De stembureaus sluiten zaterdag om 14 uur lokale tijd. Na de uitslag is het aan president Petr Pavel om een premier en ministers aan te duiden. Pavel is als president officieel "partijonafhankelijk", maar krijgt wel de steun van het pro-Europese kamp Spolu. Hij zei al dat hij bij het aanduiden van de posities rekening zou houden met de posities van de kandidaten over de EU en de NAVO.
De huidige regeringscoalitie van Fiala beschikt bovendien over een ruime meerderheid in de Senaat. Als Babiš met zijn partij de verkiezingen wint, zal dat het hem moeilijk maken om institutionele veranderingen door te voeren of een volledig Russische koers te varen.
Desinformatie-oorlog
De verkiezingscampagne werd de afgelopen maanden getekend door desinformatie. Onderzoek van de Tsjechische nieuwswebsite Voxpot toonde aan dat de 16 grootste desinformatiewebsites in het land gezamenlijk meer berichten verspreid hebben dan de traditionele media samen.
De desinformatieswebsites richten hun pijlen vooral op de EU en de NAVO en proberen twijfel te zaaien over de legitimiteit van de verkiezingen. Volgens Voxpot kiezen ze niet eenduidig partij voor 1 kandidaat, maar de berichtgeving zou wel overwegend pro-Russisch zijn.
Tegenstanders van Babiš maken zich bovendien zorgen, omdat hij de publieke omroep onder directe staatsbegroting wil plaatsen. Daarmee zou volgens hen de mediavrijheid in het gedrang komen. Babiš noemde in het verleden de pogingen van de regeringen om desinformatie tegen te gaan "censuur".
