In Syrië vinden vandaag parlementsverkiezingen plaats. De interim-regering, die voornamelijk bestaat uit leden van het Hayat Tahrir al-Sham rebellenleger (HTS), meet zich sinds haar aantreden een democratisch imago aan om als legitieme macht erkend te worden. Toch blijken die verkiezingen geen volledig democratisch proces.
Syrië kiest een nieuw parlement: hoe democratisch zijn deze eerste verkiezingen onder het nieuwe bewind?
Het is de eerste keer sinds de val van het dictatoriale regime van Bashar al-Assad dat verkiezingen gehouden worden in Syrië. Onder het vijftigjarige bewind van de Assad-dynastie domineerde de Baath-partij van Assad het parlement. De verkiezingen die het regime in die periode hield, worden algemeen beschouwd als schijnverkiezingen.
Ook de parlementsverkiezingen die vandaag plaatsvinden zullen geen volledig democratisch proces zijn. In totaal zijn zo'n 210 zetels te verdelen. Twee derde daarvan wordt indirect door het volk verkozen en een derde wordt rechtstreeks door president Ahmed al-Sharaa aangesteld.
De zetels worden toegewezen door kiescolleges per district, waarbij het aantal zetels per district wordt berekend op basis van de bevolking in dat gebied. De leden in het kiescollege worden op hun beurt uit een groep kandidaten geselecteerd door speciaal aangestelde commissies.
In de praktijk zal niet elk district een stem kunnen uitbrengen. In de provincie Sweida en de gebieden die onder Koerdische controle staan, werden de verkiezingen voor onbepaalde duur uitgesteld door spanningen met de centrale regering.
Wat gebeurde er in Syrië?
Eind 2024 grepen de HTS-rebellen de macht en ontvluchtte president Assad het land. Hun leider, Ahmed al-Sharaa, werd vervolgens tot interim-president uitgeroepen. Er werd een tijdelijke grondwet uitgevaardigd, een interim-regering aangesteld en de macht van het parlement uitgebreid. In september sprak al-Sharaa zijn ambtgenoten nog toe tijdens de algemene vergadering van de Verenigde Naties.
We weten zelfs niet hoeveel Syriërs er vandaag effectief in Syrië zijn
Benjamin Feve, analist bij het Karam Shaar-adviesbureau
Hoewel het nieuwe indirecte kiesproces volgens critici ondemocratisch is, klinken stemmen die de interim-regering verdedigen. "We weten zelfs niet hoeveel Syriërs er vandaag effectief in Syrië zijn", zegt Benjamin Feve, van het Karam Shaar-adviesbureau. "Het zou enorm moeilijk zijn om vandaag kieslijsten op te maken in Syrië of om de Syriërs in de diaspora te laten stemmen."
Volgens de huidige autoriteiten is het in dit stadium onmogelijk om een waterdicht kiessysteem op te zetten en een rechtstreekse volksverkiezing te houden. Het nieuw verkozen parlement zal daarom een zittingsperiode van 30 maanden hebben, waarna bij de volgende verkiezingen wel een directe volksverkiezing zal plaatsvinden.
Minderheden in Syrië
Het zijn vooral Arabische soennitische mannen die kans maken op een zitje in het parlement. In de nieuwe 'overgangsgrondwet' zijn geen quota vastgelegd voor vrouwen of etnische minderheden op de kieslijst.
Toch zegt het hoofd van de hoge kiescommissie, Mohammed al-Ahmed, dat 14 procent van de 1.578 plaatsen op de lijst ingenomen wordt door vrouwen. In de regering zelf zit één vrouw: Hind Kabawat. Zij is minister van Sociale Zaken en Arbeid. In de regering is het grootste deel van de meest invloedrijke posten uitgedeeld aan de leiders van het HTS-leger, maar er zitten ook een alawiet, druz, christen en een Koerd in de regering.
Volgens het Syrische staatspersagentschap Sana wordt van het nieuwe parlement verwacht dat het de "basis legt voor het bredere democratische proces." Daarmee zou het de lijn van de interim-regering doortrekken. Het zou onder meer voortwerken aan de nieuwe grondwet, die zowel een rol voor de islamitische wetgeving vrijwaart, maar ook voor vrouwenrechten en het recht op vrije meningsuiting.
De democratische ommezwaai verloopt desondanks niet zonder slag of stoot. In maart vonden nog gevechten plaats waarbij honderden doden vielen. De slachtoffers bestonden voornamelijk uit alawieten.
Afgelopen woensdag werd nog een alawitische kandidaat om het leven gebracht in zijn woning. In Tartus en Latakia, waar vooral alawieten wonen, hebben verschillende kandidaten daarom afgezien van hun kandidatuur omdat ze bedreigd werden.
De druzen en de alawieten
De druzen zijn een religieuze minderheid die zich afsplitste van de sjiitische islam. Ze wonen hoofdzakelijk in Syrië, Libanon, Israël en Jordanië. In Syrië wonen ze vooral in het zuidwesten van het land. In de stad Sweida vormen ze de meerderheid van de bevolking. Veel druzen steunden het bewind van de verdreven Syrische president Bashar al-Assad.
Ook de alawieten zijn een religieuze minderheid in Syrië. Zij behoren tot de sjiitische islam. De meeste alawieten wonen in de regio's Latakia en Tartus. Voormalig president Assad behoorde tot deze religieuze groep.
