Het is te vaag, te breed en kan daardoor tot ernstige misbruiken leiden. Het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (Firm) is in een advies vernietigend voor het voorstel van minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) om de regering zelf de macht te geven om extremistische organisaties te verbieden.
Mensenrechteninstituut kraakt wetsontwerp om extremistische organisaties te verbieden af: "Kan leiden tot misbruik"
In het kort
Het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (Firm) geeft een vernietigend advies over het wetsvoorstel van minister Bernard Quintin (MR).
Het voorstel wil de ministerraad de macht geven om extremistische organisaties te verbieden, zonder tussenkomst van een rechter.
Volgens Firm is het voorstel "te vaag en te breed", wat kan leiden tot misbruik en schending van mensenrechten.
Het advies van Firm is niet-bindend. De ministerraad zal het voorstel verder bespreken en eventueel aanpassen.
Eerder hadden oppositie én meerderheid al kritiek op het wetsvoorstel.
Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) wil de ministerraad de macht geven om zelf radicale en extremistische organisaties te verbieden. Zonder tussenkomst van een rechter dus. Eén verslag van één veiligheidsdienst zou voldoende zijn om een beslissing te nemen, en de activiteiten van zo'n organisatie stop te zetten.
Het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (Firm) heeft een ronduit negatief advies gegeven over het voorstel van Quintin. Het is volgens het advies "onvoldoende afgebakend" en "onvoldoende gedefinieerd". "Daardoor heeft het een onevenredige impact op de vrijheid van meningsuiting en vereniging".
Het wetsontwerp is met andere woorden onduidelijk en dat kan misbruik in de hand werken, zegt Martien Schotsmans, directeur van het mensenrechteninstituut, in De Ochtend. "Een burger moet duidelijk weten wat er verboden of toegelaten is. Nu wordt met heel ruime begrippen gewerkt, die onvoldoende scherp gedefinieerd zijn."
Radicaal of extremistisch?
Christophe Busch, directeur van het Hannah Arendt Instituut, wees eerder al op de terminologische verwarring in de tekst.
"Radicale organisaties zijn op zich geen probleem. Radicalisme is legitiem in een democratie, want het betreft een groep mensen die diepgaande maatschappelijke en politieke verandering willen. Ze stellen bestaande normen en structuren in vraag. Veel radicale ideeën van vroeger zijn vandaag de norm: denk aan het vrouwenstemrecht."
"Extremisme daarentegen verwerpt de democratie en gebruikt bovendien geweld, omdat ze dat ook goedkeuren. Het is logisch dat er wetgevende initiatieven komen die de slagkracht om extremisme aan te pakken, vergroten. Maar als een minister dat in de toekomst kan, zonder rechtelijke controle, dan moeten we dat goed in de gaten houden."
"Wettelijk arsenaal bestaat al"
Schotsmans stelt voor om te kijken naar wat er binnen onze rechtsstaat al bestaat om verenigingen die strafrechtelijke feiten plegen, te kunnen verbieden. "We zien een meer algemene tendens: allerlei sanctiemogelijkheden worden verschoven van de rechterlijke macht naar de bestuurlijke overheden."
En daar schuilt volgens Schotsmans een gevaar: "De rechten van verdediging, zoals bijvoorbeeld vragen voor bijkomend onderzoek, zijn enkel gewaarborgd door de rechterlijke macht."
Als de ministers vinden dat justitie te traag werkt, dan is het simpel: geef hen meer middelen
Martien Schotsmans, directeur van het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens
"Als de ministers vinden dat justitie te traag werkt, dan is het simpel: geef hen meer middelen, zodat ze sneller kunnen optreden. Het wettelijk arsenaal om dergelijke acties te verbieden is er al, gebruik het dan ook", vindt Schotsmans.
Het advies van het instituut is niet-bindend, de minister hoeft zich er dus niet aan te houden. Quintin zal de adviezen nu samen met de ministerraad bekijken, waarna het wetsontwerp kan worden aangepast. Het moet dan opnieuw goedgekeurd worden door de regering, en daarna nog gestemd worden in het parlement.
Minister Quintin wil dat regering extremistische organisaties kan verbieden, negatief advies van mensenrechteninstituut
Eerder al kritiek uit oppositie én meerderheid
Het wetsontwerp kreeg eerder al kritiek van het middenveld, maar ook vanuit de oppositie én de meerderheid. "Het is niet aan de ministerraad om verenigingen goed te keuren of te verbieden. Het is de taak van een rechter om de begrippen uit onze rechtsstaat te interpreteren, dat is niet de taak van de regering", zei voormalig minister van Justitie Paul Van Tigchelt van oppositiepartij Open VLD eind juli al.
Ook CD&V-voorzitter Sammy Madhi kantte zich afgelopen vrijdag tegen het voorstel: "Het is niet verstandig om vanuit de politiek, en zonder rechterlijke macht de Antifa-beweging te verbieden. Dat mes snijdt langs 2 kanten: partijen die zich vandaag in de handen wrijven en Antifa willen verbieden, moeten goed beseffen dat ze morgen zelf ook verboden kunnen worden", zei hij in De Afspraak op Vrijdag.


